China en Europa: een goed stel

De EU en China hielden gisteren een business summit. De EU is nu de grootste handelspartner van China. Bepaalt cultuur de economie of omgekeerd?

Topman Li Dongsheng van elektronicabedrijf TCL wil best een harinkje happen. ,,Hoe schrijf je het en waar kun je ze kopen'', vraagt hij. Want in het buitenland moet je je aanpassen aan de daar bestaande mores, vindt Li, inclusief eetgewoonten. Eerst begrip, dan handel. De Brit Lord Powell of Bayswater, voorzitter van de Europees-Chinese handelsassociatie (ECBA), onderstreept hoe belangrijk respect is in de handel met Chinezen. ,,Investeren in China is vooral investeren in een goede en langdurige verstandhouding.''

China en Europa zijn een goed stel, zegt Xiaoyong Zhang, een Chinese marketing researcher aan de Wageningen Universiteit. ,,Er is geen probleem dat we niet kunnen oplossen, zolang we blijven praten.'' Wat dat betreft hebben de Europese landen en de Volksrepubliek het kennelijk goed gedaan, want de economieën van de twee zijn nauw verweven. Voor China hebben de 25 EU-leden de Verenigde Staten gepasseerd als zijn grootste handelspartner. De totale waarde van import en export bedroeg in 2003: 146 miljard euro; omgekeerd is China voor de EU, na de VS, de tweede partner.

Maar de Europees-Chinese handel valt sterk in het voordeel van China uit; Chinese ondernemingen zijn de afgelopen vijf jaar als sluipwespen uitgezwermd over Europa. In 1999 was de balans tussen invoer en uitvoer nog 32 miljard euro, vorig jaar was dat verdubbeld naar 64 miljard. Het grootste handelstekort heeft Groot-Brittannië: 14 miljard euro, meteen gevolgd door Nederland: 13 miljard.

Premier Wen Jiabao, de hoogste Chinese spreker gisteren op de business summit in Den Haag, schuift de `schuld' van het handelstekort in de schoenen van de gastheren. Europa, kom maar met jullie investeringen in China, hield hij zijn gehoor van Europese zakenlieden voor. ,,China en de EU mogen zeer verschillend zijn op het gebied van cultuur en geschiedenis, we hebben ook grote raakvlakken, zoals de markteconomie.''

Wen schildert een rooskleurig beeld van de staat van zijn land. ,,China is aan het veranderen. Wij zijn bezig met een grote economische en politieke herstructurering van ons land. Maar we zijn nog steeds een land in ontwikkeling dat de belangen van zijn mensen voorop moet stellen.'' In Europa is nog te weinig begrip voor de transformatie die China doormaakt, zegt Wen.

Klopt dit beeld? Leden van de grote Chinese handelsdelegatie die de premier begeleidde, geven in de wandelgangen toe dat de Volksrepubliek nog lang niet een volwaardige markteconomie is. De staat oefent op veel ondernemingen, zoals voorheen, een grote invloed uit. Bepaalde economische mechanismen, waaronder de valutakoersen, worden nog steeds van bovenaf gereguleerd. Wan Jifei, voorzitter van de Chinese raad voor de promotie van internationale handel, legt de rede van Wen nader uit: ,,We zijn een socialistische markteconomie. En op dat gebied zijn we zeer succesvol.''

Het elektronicabedijf TCL en zijn topman Li Dongsheng zouden model kunnen staan voor het oude en nieuwe China. TCL was voorheen voor 100 procent van de staat, Li bestuurde de onderneming vanuit zijn hoedanigheid als secretaris van de communistische partij. TCL is tegenwoordig beursgenoteerd, met de staat als minderheidsaandeelhouder. Li is nog steeds communist, maar de rol van de partij is minimaal, zegt hij. En TCL heeft grote ambities op wereldniveau: het wil zich meten met de grote fabrikanten van mobiele telefoons, tv-toestellen en computers.

Philips is een van de aandeelhouders in TCL, zij het een heel kleine (3 procent). Li: ,,Wij willen gebruikmaken van de ervaringen van Philips en Philips heeft op zijn beurt een strategisch belang. De directeur van Philips voor Azië is bij ons nu commissaris.''

Philips-topman Gerard Kleisterlee deelt de mening van Li. De opkomst van China is onstuitbaar zegt hij, elke Europese onderneming moet investeren in China. ,,China denkt in het groot en op een lange termijn. Dat geldt ook voor Philips. Wij zijn de grootste buitenlandse onderneming in China. Het is een win-winsituatie.''

Kleisterlee stoort zich niet aan de sterke positie die de staat – lees: de communistische partij – nog altijd heeft. Hij heeft ook geen problemen met het vasthouden van de relatief lage wisselkoers van de yuan, de Chinese munt, die is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. ,,Wij kunnen leven met elke wisselkoers, zolang de veranderingen niet al te abrupt zijn. Het Amerikaanse handelstekort is voor de wereldeconomie op dit moment een veel groter probleem.''

De net aangetreden Europese Commissaris voor Handel, Peter Mandelson, erkent de grote rol die China in de wereldecononie vervult. ,,Europeanen moeten rechtop gaan zitten en notitie nemen van het feit dat China in absolute en relatieve termen een reusachtig fenomeen is waar rekening mee gehouden dient te worden.'' Hij prijst de economische politiek van de Volksrepubliek: geen big bang, geen economische ineenstorting, geen ongeplande liberalisering of privatisering. ,,De Chinese leiders voeren een intelligente stapsgewijze hervorming door, waarbij elke verandering is gebouwd op het vertrouwen van eerdere aanpassingen. Zoals de Chinezen zeggen: je moet de rivier oversteken door de stenen te voelen.''

Angst voor de Chinese opkomst is ongegrond zegt Mandelson, of werkt slechts als een self-fulfilling prophecy. ,,In feite zijn we niet zo verschillend. We kampen met dezelfde vraagstukken: dichtbevolkte regio's, relatief minder landbouwgebieden en natuurlijke energiebronnen dan elders en vergrijzende bevolkingen.''

Mandelson maant de Chinezen wel de wereld niet te snel te willen veroveren en terughoudend te zijn op het gebied van uitbreiding van de export. China moet zich houden aan de Doha-akkoorden van de Wereldhandelsorganisatie WTO, waar is afgesproken dat ook armere landen in de wereld kansen op de wereldmarkt moeten houden. ,,We hebben een gebalanceerd pakket nodig voor landbouw, tarieven, diensten, intellectueel eigendom en strenger gebruik van antidumpmaatregelen.''