Bernhard was een charmante bespeler van persmuskieten

Bijna zeventig jaar heeft prins Bernhard de Nederlandse pers in zijn ban gehouden. Niet alleen Oranjegezinde royalty-verslaggevers, maar ook kritische journalisten als Harry van Wijnen van NRC Handelsblad kwamen regelmatig op paleis Soestdijk.

Het begon al bij de verloving met prinses Juliana in 1936. De voorzitter van de Nederlandse Journalistenkring, D. Hans, stond te juichen toen hij Bernhard voor het eerst zag. Enthousiast beschreef hij de prins die zelf de auto bestuurde met Juliana aan zijn zijde. ,,Een jonge kerel, met een open lachend gezicht, vrolijke ogen achter grote brillenglazen, fijnlachend alsof hij ons allemaal een beetje beetneemt.''

In de boeken die Hans schreef, liet hij trots de uitnodigingen voor soirees ten paleize afdrukken en zijn mooiste uren beleefde hij wanneer de prins een maaltijd van de journalistenkring bijwoonde. Dan spraken ze over het spel tussen prins en pers, waarbij Bernhard nu eens zijn achtervolgers van zich afschudde, dan weer klaarstond om hen met kwinkslagen te paaien. Eigenlijk is dat altijd het patroon gebleven.

Ook buitenlandse journalisten bezweken vaak voor zijn charme. In de Tweede Wereldoorlog, op buitenlandse reizen en tijdens de paleiscrisis van 1956 maakte de prins daar handig gebruik van. Toen door de Lockheed-zaak schaduwen vielen op zijn glansrol, slaagde Bernhard er op wonderbaarlijke wijze in journalisten opnieuw aan zich te binden.

De meest continue factor in deze pr vormde het legioen van royalty-watchers dat met pen, microfoon, fotolens en tv-camera de prins volgde. Beter dan Juliana wist Bernhard het spel te spelen; vooral met fotografen en cameramensen kon hij goed opschieten.

Hij werkte van harte mee aan fotoboeken van Fred Lammers van Trouw of tv-opnamen van Rik Felderhof van de NCRV. De eerste hoofdredacteur van het Journaal (toen nog NTS), Carel Enkelaar, kreeg bij zijn afscheid bloemen van Bernhard uit dank voor de samenwerking.

Verreweg de meeste aandacht kreeg de prins van De Telegraaf. Als Bernhard iets te melden had, belde hij rechtstreeks met de hoofdredactie. Volgens de voormalige society-redacteur Thomas Lepeltak was Bernhard van alle Oranjes de onbetwiste lieveling, ,,omdat hij – net als wij – niet-links en pro-bedrijfsleven was''. Op zijn beurt maakte Bernhard er geen geheim van dat hij smulde van de columns van Leo Derksen. Toen deze ernstig ziek werd, nodigde Bernhard hem uit om op Soestdijk afscheid te nemen.

Opmerkelijker nog zijn de betrekkingen van Bernhard met de Volkskrant. De krant die bij de inhuldiging van koningin Beatrix nog bevangen leek door een republikeinse roes, is met het draaien van de tijdgeest milder gaan denken over prins Bernhard. Hoofdredacteur Pieter Broertjes kent de prins al enige jaren en beschouwt hem – zoals hij onlangs Vrij Nederland toevertrouwde – ,,als zijn tweede vader''. Bernhard had ooit zelf contact gezocht met Broertjes, mede omdat hij diens echte vader – een generaal – goed kende.

Op de dag na het overlijden van Bernhard bleek ook Volkskrant-columnist Jan Blokker voor de charmes van de prins bezweken te zijn. Toen Blokkers columns enige tijd niet verschenen wegens ziekte, had de prins hem gebeld om zijn medeleven te betuigen. Ook twee weken geleden hadden ze nog contact.

Dat sinds 1995 ook Martin van Amerongen regelmatig de trappen van Soestdijk besteeg, is nog verbazingwekkender. Was de twee jaar geleden overleden hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer niet een van de oprichters van het Republikeins Genootschap? Jawel, maar Van Amerongen had ook een professionele belangstelling voor boeiende persoonlijkheden. Hij wilde wel eens van de prins zelf horen hoe het zat met oude nazi-sympathieën en Lockheed-gelden. Het verhaal over de gesprekken op Soestdijk is deze week – dubbel postuum – verschenen. Anders dan her en der gesuggereerd werd, staat er geen hard nieuws in, ook niet over Lockheed.

Bernhard drong herhaalde malen bij Van Amerongen aan op het ontslag van royalty-redacteur René Zwaap, die zulke lelijke stukken over hem schreef. Eenmaal stuurde de prins Van Amerongen een paar flessen wijn en achterop het bijgevoegde kaartje vroeg hij opnieuw om Zwaap de laan uit te sturen. De hoofdredacteur beloofde dat hij hem de volgende dag zou ontslaan, om hem dezelfde dag weer aan te nemen. Kennelijk kon Bernhard die humor wel waarderen. Intussen ging Zwaap gewoon door met kritische stukken.

Met NRC Handelsblad heeft prins Bernhard meer moeite gehad. De krant was weinig geïnteresseerd in glamourverhalen. In de traditie van Thorbecke werd en wordt de koning(in) gezien als een van politieke macht ontdaan staatshoofd. Verwikkelingen daaromheen worden vooral door een constitutionele bril bekeken. Een `vijfde dochter' van Bernhard, hoewel al minstens tien jaar bekend, levert hooguit een zakelijk berichtje op.

In de krant van gisteren heeft oud-hoofdredacteur J.L. Heldring bekend dat hij niet tot de `vrienden van' gerekend kon worden. Hij had de prins wel enkele malen ontmoet, was net als de collega-hoofdredacteuren van Het Parool (Sandberg) en de Haagse Post (Brugsma) wel eens op de Bilderberg-conferenties toegelaten, en zelfs indirect benaderd met de vraag of hij particulier secretaris wilde worden – waar Heldring niets voor voelde. Maar er waren tussen beiden ook kritische noten gekraakt over een artikel dat de prins niet zinde.

In de tijd van het Lockheed-schandaal publiceerde NRC Handelsblad enkele scherpe artikelen. Friso Endt peuterde van de prins een impliciete erkenning los van zijn betrokkenheid bij de smeergeld-affaire. Hij publiceerde ook een verhaal over de slechte, soms maffiose vrienden van Bernhard. Dat werd hem door de prins niet in dank afgenomen.

Oud-redacteur Harry van Wijnen heeft de prins tussen 1976 en de laatste week voor zijn dood regelmatig ontmoet. Een tijd lang had hij een werkkamer op Soestdijk om archiefonderzoek te doen. Het in 1991 verschenen boek De prins-gemaal was uiterst kritisch, niet alleen over achtereenvolgende kabinetten die de prins als ambassadeur van het Nederlandse bedrijfsleven de vrije hand hadden gelaten, maar ook jegens de prins, die van constituties geen kaas had gegeten.

Er zijn twee verklaringen voor de vrijmoedige omgang van de prins met journalisten, die vaak buiten de Rijksvoorlichtingsdienst omging. De eerste is dat hij een uitgekiende pr-strategie had. Hij wist dat je de pers te vriend moest houden. Tegenover geharnaste critici als Wim Klinkenberg en Willem Oltmans stond hij machteloos, maar die opereerden in de marge.

Met de vertegenwoordigers van de gevestigde media probeerde Bernhard on speaking terms te blijven, ook al waren ze kritisch. Zo legde hij een cordon sanitaire om `Klink' cum suis.

Een andere verklaring, die de eerste niet uitsluit, is dat eigenwijze journalisten en buitenissige prinsen een soort aantrekkingskracht op elkaar uitoefenen. Bernhard heeft de media in ieder geval veel nieuws bezorgd.

Van zijn kant vond Bernhard het leuk met mensen te spreken die hem niet naar de mond praatten. Een serieuze tegenspeler als Harry van Wijnen of een geestige republikein als Martin van Amerongen, dat was een verzetje op zijn oude dag.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist' blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf