27,5 mln voor Florentijns meubelstuk

Veilinghuis Christie's in Londen heeft gisteren het zogenoemde Badminton kabinet geveild voor bijna 27,5 miljoen euro (19 miljoen pond), de hoogste prijs die ooit op een veiling is betaald voor een meubelstuk.

Het kabinet, gemaakt in Florence tussen 1726 en 1732, werd in Londen gekocht in opdracht van prins Hans-Adam II van Liechtenstein. Vanaf het komende voorjaar krijgt het een centrale plaats in de permanente collectie van het nieuwe Liechtenstein museum in Wenen. Het meubelstuk versloeg zijn eigen veilingrecord. In 1990 was het met een opbrengst van 8,5 miljoen pond (ruim 12 miljoen euro) bij Christie's ook het duurste kunstwerk dat ooit, schilderijen uitgezonderd, op een veiling werd verkocht.

Het rijk versierde, 3,86 meter hoge en 2,32 meter brede kabinet wordt beschouwd als een van de mooiste Florentijnse kunstwerken uit die tijd. Volgens Christie's is het een uniek object van het hoogste ambachtelijke niveau dat vele materialen en vormen combineert. Er hebben zo'n dertig handwerkslieden en kunstenaars aan gewerkt. Het kabinet is uitgevoerd in ebbenhout, verguld brons en pietra dura, panelen ingelegd met marmer en (half)edelstenen waaronder lapis azuli, agaat, rode en groene jaspis en amethist. Het was gemaakt voor Henry Somerset, de derde hertog van Beaufort, die 19 jaar was toen hij de opdracht gaf. Het meubel ontleent zijn naam aan Badminton House in Gloucestershire waarvan de hertog eigenaar was. Het kabinet bleef daar tot 1990, toen de familie Beaufort het verkocht aan Barbara Piasecka Johnson, een Amerikaanse kunsthistorica en collectioneur, erfgename van het industriële imperium Johnson & Johnson.

Het nieuwe onderkomen van het Badminton kabinet is een barok zeventiende-eeuws paleis in Wenen, eigendom van de prins van Liechtenstein. Het in maart geopende museum herbergt de prinselijke collecties van onder meer schilderijen van oude meesters, beeldhouwwerken, wapens, porselein, brons en meubelen en houdt ook tijdelijke exposities.