Waarom John Snow mag aanblijven

Het besluit om John Snow aan te houden als minister van Financiën kan voor president Bush niet gemakkelijk zijn geweest. Dat is ongetwijfeld de reden dat hij, na zo zorgvuldig het vertrek van negen andere kabinetsleden in scène te hebben gezet, een week van de wildste speculaties heeft laten passeren vóór hij Snow vroeg op zijn post te blijven. Het langdurige wikken en wegen duidt erop dat Bush bedenkingen had over het vermogen van Snow om het hoofd te bieden aan de enorme financiële uitdagingen die het Witte Huis de komende maanden te wachten staan, waaronder plannen om de sociale zekerheid te hervormen en het belastingstelsel te herzien. Als dat zo is, waren de zorgen van Bush terecht. Snow heeft zich als minister van Financiën niet kunnen onderscheiden. Met hem aan het roer is de financiële huishouding van de VS in zwaar weer terechtgekomen. Het begrotingstekort en het tekort op de handelsbalans zijn verder toegenomen. Maar in plaats van het Witte Huis op het spoor te zetten van een gezond fiscaal beleid, heeft het ministerie van Snow zich een enthousiast pleitbezorger betoond van de verlaging van de dividendbelasting die de tekorten heeft aangejaagd. Dit onvermogen om de tekorten een halt toe te roepen wordt duidelijk weerspiegeld in de dollarkoers, die kan doorgaan voor de `aandelenkoers' van de Amerikaanse regering. In december 2002, toen Snow werd gekandideerd als opvolger van de openhartige Paul O'Neill, stonden de euro en de dollar min of meer gelijk. Sindsdien is de euro ten opzichte van de dollar bijna 35 procent in waarde gestegen.

De regering-Bush beschouwt de goedkope dollar als een weinig pijnlijke manier om het dubbele tekort terug te dringen. Misschien is dat de reden dat Snow uiteindelijk zijn baan heeft behouden. Hij kan immers bogen op een behoorlijke staat van dienst als het om de afwaardering van de dollar gaat. Maar als voormalig bedrijfsbestuurder moet Snow zich ervan bewust zijn dat een dalende munt geen motie van vertrouwen in zijn beleid is.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.