Troebele prognoses

Economen zijn het wel vaker niet met elkaar eens, maar de visies op de ontwikkeling van de economie in 2005 beginnen nu wel erg uiteen te lopen. Traditioneel komt elk zichzelf respecterend instituut tegen het einde van het jaar met zijn prognoses voor het jaar daarop. Het Centraal Planbureau, dat ressorteert onder het ministerie van Economische Zaken, toont zich vandaag behoorlijk somber. Meer dan 1 procent economische groei voor 2005 zit er volgens het CPB niet in. Daarmee hapert het herstel van de economie dat juist dit jaar inzette.

Dinsdag verspreidde de Rabobank in zijn Visie op 2005 juist een optimistische boodschap. De groei trekt volgens de economen van die bank aan tot 1,75 procent, waardoor de opgaande lijn van het herstel intact blijft. Geen tijd voor paniekverhalen, luidde de boodschap van Rabo-topman Heemskerk. Intussen zei president Wellink van De Nederlandsche Bank enkele weken geleden dat zijn instituut de groeiraming voor 2005 weliswaar iets heeft verlaagd, maar dan nog steeds tot 1,7 procent. Die prognose wordt volgende week gepubliceerd in het kwartaalbericht van de centrale bank.

Het gaat hier om meer dan een rivaliteit over wie het beste in de glazen bol kan kijken. Het scenario dat bewaarheid wordt, maakt bijvoorbeeld het verschil tussen duurzaam herstel en een nieuwe tussentijdse `groeirecessie'. Tussen zich stabiliserende en verder oplopende werkloosheid. Tussen het perspectief dat Nederland het voor het eerst sinds 2000 beter doet dan de euro-economie, of dat we blijven onderpresteren. En tussen een grotere of afnemende ruimte voor de minister van Financiën om de scherpste kantjes van de voortdurende saneringsgolf in de maatschappij af te halen.

Probleem is dat het glas van de bol troebeler is dan ooit. Dat ligt niet alleen aan notoir onvoorspelbare variabelen als de dollarkoers en de olieprijs. Het ligt ook niet enkel aan ontwikkelingen in de wereld rond de open Nederlandse economie. Sleutel zijn de binnenlandse bestedingen. Minister De Geus van Sociale Zaken liet gisteren vooruitlopend op de CPB-prognoses al weten dat de gemiddelde koopkrachtontwikkeling volgend jaar een kwart procentpunt lager uitvalt, en -1,25 procent zal bedragen. De vakbonden zijn overigens nog somberder. Alleen herstel van het vertrouwen in de toekomst kan ervoor zorgen dat consumenten hun verkrampte spaarzin loslaten en daarmee hun verlies aan koopkracht compenseren. Dat is ook de onderliggende gedachte achter de optimistische prognoses van bijvoorbeeld de Rabo.

Welke conclusie moet de verwarde burger nu trekken? Gaat het volgend jaar beter, of juist slechter? Hier wreekt zich de terugkoppeling van de berichtgeving over de economie. Omdat een terugkeer van het vertrouwen op dit moment de doorslaggevende factor is, worden prognoses over de economie al snel een self fullfilling prophecy. Het is een illusie dat een grootheid als de economische groei een jaar van tevoren op het kwart procent nauwkeurig te voorspellen is. Dat is wat de burger zichzelf bij het tot zich nemen van de verwarrende prognoses moet blijven realiseren.