Merkwaardige verbazing over olievervuiling

Twintig procent van alle olievervuiling op zee vond tussen 1960 en 2002 plaats in het Europese deel van de Atlantische Oceaan, aldus wetenschappers. Tot hun verbazing ontdekten zij dat wereldwijde statistieken over olievervuiling door rampen met tankers ontbraken (NRC Handelsblad, 27 november).

Die verbazing is hoogst merkwaardig, omdat dergelijke statistieken wel degelijk bestaan. Zo is sinds de ramp met de Torrey Canyon in 1967 de `International Tanker Owners Pollution Federation' (ITOPF, gevestigd in Londen) opgericht, die terzake een zeer goed databestand bijhoudt. De door die wetenschappers geconstateerde trends waren ook ondubbelzinnig af te lezen uit de (o.a.) door ITOPF bijgehouden statistieken. Maar daarnaast bestaan er een `MMS Worldwide Tanker Spill Database' van de Minerals Management Service van het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Zaken, een `Tanker Spills Database' van het Canadese Environmental Technology Centre, en houdt de Amerikaanse `National Oceanic & Atmospheric Administration' (NOAA) goede statistieken en `Oil Spill Case Histories' bij over olierampen met tankers.

Opmerkelijk is trouwens dat de bedoelde wetenschappers zich beperken tot `tanker oil spills', terwijl de olievervuiling door andere oorzaken zoals reguliere olielozingen door de scheepvaart, lekkende offshore olieputten, etc. beduidend omvangrijker is dan die als gevolg van de spectaculaire rampen met olietankers.