Massaliteit in onderwijs is voor niemand goed 2

Veel van de schitterend geschreven open brief van Ton van Haperen aan de minister van Onderwijs is mij uit het hart gegrepen. Op één punt wil ik echter kritisch ingaan.

,,Algemene vorming moet [...] een goede mondelinge en schriftelijke uitdrukking in de Engelse en Nederlandse taal'', schrijft Van Haperen. En even later: ,,Een cursus fietsen repararen, prima. Aan de hand van een handleiding in het Engels, nog beter.'' Een houding die ik om verschillende redenen verschrikkelijk wil noemen. Alsof er aan de vorming van onze fietsenmakers (en timmerlieden, verpleegsters, automonteurs, hoveniers, enz.) iets zou schorten, indien zij zich niet van het Engels kunnen bedienen. Alsof al die handvaardige, potentieel vakbekwame kinderen, maar met een afkeer van boeken, geen gelukkige burgers zouden kunnen worden zonder kennis van het Engels. Heeft de leerling-fietsenmaker die jaar in jaar uit aan Duitse toeristen fietsen gaat verhuren, niet meer baat bij een woordje Duits? Of al die aankomende handelaren in vis of bloemen, die tussen Nederland en Duitsland pendelen? En wat bieden we al die jongens en meisjes die graag de zaak van hun vader willen overnemen, met zijn traditionele klantenkring in Frankrijk, of Spanje, of Italië?

Het volstrekt elitaire en belerende standpunt van beleidsmakers die denken uit te mogen maken wat, naast de fundamentele eisen die de maatschappij aan ons allen stelt, er verder nodig zou zijn om een volwaardig burger te worden. Kennis van het Nederlands, ja, zonder enige twijfel en zonder enige restrictie. Maar kennis van het Engels of van andere vreemde talen? Als het even kan, ja, maar dan met veel meer keuzemogelijkheden, ook bij één vreemde taal. En als uit het profiel van de leerling of uit zijn of haar toekomstperspectieven duidelijk blijkt dat dit verspilde energie zou zijn, laten we dan toch liever alle tijd en moeite in een goed vak steken.