`Ik heb niets klakkeloos van de Stasi overgepend'

Historica Beatrice de Graaf weert zich tegen kritiek op haar onderzoek naar Stasi-documenten over het IKV. `Jammer dat ik Van Putten niet sprak.'

Historica Beatrice de Graaf zegt het maar meteen. Haar promotor Duco Hellema, zelf voormalig lid van de Communistische Partij Nederland, noemde het gisteren bepaald ,,jammer'' toen hij uit deze krant begreep dat zij voor haar dissertatie over DDR-spionage rond Nederlandse personen en organisaties geen contact heeft gezocht met Jan van Putten, voormalig voorzitter van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV).

,,Dat ik hem niet benaderd heb, is inderdaad een zwak punt. Maar ik wil mijn wetenschappelijke integriteit ook verdedigen. Ik deed archiefonderzoek. En ik beweer nérgens dat Jan van Putten een Stasi-agent is geweest, zoals Trouw en De Volkskrant en de televisie deze week suggereren.''

Maandag promoveerde De Graaf op haar onderzoek in de archieven van de voormalige Oost-Duitse inlichtingendienst, de Stasi. Meteen ontstond daar ophef over.

De Graaf vond opvallend veel stukken over de Nederlandse vredesbeweging en stelt vast hoe de Stasi handig gebruik maakte van verdeeldheid die bestond binnen de top van het IKV. Secretaris Mient Jan Faber legde zich namens het IKV in de jaren '80 steeds meer toe op het verlenen van steun aan Oost-Duitse dissidenten – reden waarom de Stasi het IKV als een bedreiging zag. Jan van Putten daarentegen, tot 1986 voorzitter van het IKV, vond de strijd tegen de internationale wapenwedloop belangrijker en wilde daarom in gesprek blijven met de DDR.

U ontdekte dat veel uit de gesprekken die Van Putten in de DDR voerde in Stasi-archieven is beland en noemt Van Putten daarom een ,,contactpersoon''. Wat bedoelt u daar precies mee?

,,Hij was geen Inoffizielle Mitarbeiter, zoals de Stasi spionnen noemde. En ik noem hem ook nergens een informant. Hij was wél iemand die de Stasi beschouwde als een nuttige gesprekspersoon.''

Van Putten zei gisteren in deze krant dat hij zich er indertijd goed van bewust was dat iedereen die je sprak in de DDR Stasi-informant kon zijn.

,,Dat hij dat wist beweert hij nú. Ik geloof dat niet. Uit de stukken die ik heb onderzocht is nergens gebleken dat hij zich bewust was van het feit dat hij als een radartje in de Stasi-machine werd gebruikt. Dat hij deel uitmaakte van een grootschalige Stasi-campagne om Mient Jan Faber binnen het IKV te isoleren.''

Hoe gebeurde dat dan?

,,Van Putten liet zich bijvoorbeeld interviewen door Gysi, de secretaris van het bureau voor kerkelijke aangelegenheden in Berlijn die hij gisteren in uw krant noemde. En van wie hij zelf vaststelt dat die ook namens de Stasi sprak. Drie uur lang, en dat is in de DDR integraal uitgezonden op de staatstelevisie. Daarmee leen je je toch voor de tweesporen-campagne die de DDR voerde om een wig te drijven in het IKV. De informatie van Van Putten en anderen is ook tegen de dissidenten in Oost-Duitsland gebruikt. Die werden gearresteerd.''

Nu suggereert u ongeveer dat hij ze aangaf.

,,Dat bedoel ik niet. Ik heb geen bewijs dat Van Putten heeft gezegd: Die dissidenten moet je oppakken. Ik heb wel stukken waaruit blijkt dat hij risico's nam.''

Maar beschouwt u hem als medeverantwoordelijk voor het oppakken van dissidenten?

,,Nee. Ik stel dat hij een radartje werd in een systeem dat mensen onderdrukte. Van Putten heeft in de DDR gezegd dat dissidenten niet de prioriteit hadden en hij heeft Fabers koers er keihard afgewezen.''

Van Putten zegt: Wat in de Stasi-archieven staat opgeschreven, komt vaak van informanten die meldden wat de Stasi wilde horen. Het was zogezegd sociaal-wenselijk spionagegedrag, dat niets bewijst.

,,Ja, dat is een bekend verweer tegen aantijgingen over Stasi-contacten, dat je in Duitsland ook vaak hoort. En hier is mijn wetenschappelijke reputatie weer in het geding. Ik heb met dat risico natuurlijk rekening gehouden in mijn onderzoek. Ik heb niets klakkeloos overgepend.''

Mient Jan Faber kwam u bij uw promotie feliciteren. Jan van Putten hebt u niet eens gebeld. Dat wekt toch de indruk dat u zich in het kamp-Faber hebt laten trekken.

,,Maar dat is beslist niet zo. Ik promoveerde op archiefonderzoek. Ik ben als historica hoe dan ook een beetje huiverig voor ooggetuigen, omdat de herinnering altijd gekleurd is. Daarom heb ik alleen mensen geïnterviewd die me de weg naar meer archiefstukken konden wijzen, of mensen die min of meer vanzelf op mijn pad kwamen. Toen ik hoorde dat Van Putten naar Ierland was geëmigreerd dacht ik: laat maar. Daar heb ik inmiddels dus wel spijt van.''