`Hockey geen kwestie van leven of dood'

Hij speelt al dertien jaar in de Spaanse hockeyploeg. Morgen strijdt Juan Escarré (35) tegen Pakistan om een finaleplaats bij de Champions Trophy.

Hij is verreweg de oudste speler van het toernooi. Als Juan Escarré het nog niet wist, wordt de 35-jarige aanvoerder van de Spaanse hockeyploeg er dezer dagen in Lahore tot vervelens toe aan herinnerd. Ook gisteren weer, na de 4-2 nederlaag tegen Nederland. ,,Hoe lang ga je nog door?'' wil een verslaggever weten. ,,Nog tien jaar'', luidt het geprikkelde antwoord van de tengere middenvelder.

Bondscoach Maurits Hendriks van Spanje heeft een paar uur later in het spelershotel geen goed woord over voor de ,,respectloze behandeling'' van de veteraan, die geldt als zijn `verlengstuk binnen de lijnen'. ,,Juan heeft een indrukwekkende staat van dienst. Hij bewijst hier opnieuw nog heel goed mee te kunnen op het hoogste niveau. Weliswaar niet meer de volle zeventig minuten, maar toch: hij verbaast zelfs mij. Zo'n speler hoeft zich niet te verantwoorden tegenover de buitenwacht, zo'n speler verdient respect.''

Nog niet zo heel lang geleden stonden ze tegenover elkaar, de coach en zijn adjudant in het veld. Hendriks als assistent van Nederland, Escarré als de dreigende spits van Spanje dat in twee finales (Olympische Spelen 1996 en WK 1998) het hoofd moest buigen voor Nederland. Escarré: ,,Nee, dat zijn geen zwarte bladzijden. Integendeel: het `kleine' Spanje dat het `grote' Nederland het vuur na aan de schenen weet te leggen. Die herinneringen koester ik.''

Escarré peinst er niet over te stoppen. Leeftijd zit vooral tussen de oren, betoogt hij in bijna perfect Engels. ,,Zolang ik plezier heb in het spel, zolang ik nog van waarde kan zijn voor de ploeg, stel ik mij beschikbaar. Onze jongste speler Sergi Enrique is net zeventien geworden; ik zou zijn vader kunnen zijn. Zo voel ik mij niet. Wij praten, wij lachen, we leren van elkaar'', zegt de speler die sinds kort ook coach van het Spaanse nationale jeugdteam onder achttien is.

Hoeveel interlands hij heeft gespeeld voor de Seleccíon Mayor? Escarré weet het niet. ,,Meer dan 220, dat is zeker.'' Zijn debuut maakte hij in 1991, een jaar voor de Spelen in eigen land (Barcelona). Sindsdien is hij niet weg te denken uit de Spaanse selectie. En een begrip in het internationale hockey.

Zijn lange internationale loopbaan is des te opmerkelijker, omdat Escarré in eigen land niet op het hoogste niveau acteert. Hij speelt in de Spaanse derde divisie, bij Alicante. ,,Mijn stad, mijn club, mijn alles. Ik heb ook in Duitsland, Engeland en Egypte gespeeld, maar in Alicante ligt mijn hart. Ik coach, ik speel, ik doe daar zo'n beetje alles. Naast mijn baan als sportdocent op de universiteit.''

Tussen de Spaanse derde divisie en het internationale niveau gaapt een diepe kloof. Escarré overbrugt die moeiteloos. ,,Juan is een autodidact, iemand met een bewonderenswaardige zelfdiscipline'', verklaart Hendriks, die zijn pupil regelmatig opzoekt onder de rook van Valencia. ,,'s Ochtends doet hij krachttraining, 's middags gaat hij met een stick en een zak vol ballen het veld op. Moederziel alleen, elke dag opnieuw.''

Maar Escarré is dan ook een liefhebber, van technisch verfijnd hockey. Grijnzend: ,,Het kost me soms moeite tijdens een wedstrijd niet te klappen, zodra een tegenstander een oogstrelende individuele actie maakt. Sport draait om winnen, maar ik heb ook oog voor de schoonheid van het spel.''

Ruim drie maanden geleden, bij de Olympische Spelen in Athene, verging het lachen hem. Het gerenoveerde Spanje kende een indrukwekkende aanloop naar de halve finales, maar ging in de eindfase twee keer onderuit: eerst tegen Australië (3-6), vervolgens tegen Duitsland (3-4). ,,Niet omdat we in de voorronde te veel energie verspeeld hadden, maar omdat we al lang niet meer tegen Australië gespeeld hadden en niet wisten hoe we hen moesten bespelen. Tegen Duitsland hadden we domweg geen geluk.''

Escarré had in de verlenging het winnende doelpunt `op zijn stick', maar maaide de bal rakelings over de kruising. ,,Die misser heeft Juan maanden dwars gezeten'', erkende Hendriks zaterdag na de 5-2 zege op datzelfde Duitsland waarin zijn captain ,,een bevrijdend doelpunt'' maakte.

Zelf mag Escarré graag relativeren. ,,Hockey is maar een spelletje, het is geen kwestie van leven of dood. Winnen is mooi, het is niet alles. Ik ben nerveuzer voor een duel met Alicante dan voor een wedstrijd met Spanje.''

Maar ,,de stoom kwam wel degelijk uit Juans oren'', aldus Hendriks, toen zijn sterspeler een dag voor de halve finale van enkele ploeggenoten vernam dat zij `eigenlijk wel tevreden' waren. Spanje had zich bij de laatste vier geschaard, en dus voldaan aan de doelstelling. ,,Juan kwam witheet bij me aanzetten: `Ik ga even een ommetje maken, dit trek ik niet'. Zo is hij dan ook wel weer.''

In Spanje is en blijft hockey een kleine sport (amper 8.000 beoefenaars), alle successen van de nationale ploeg ten spijt. De Spaanse pers ziet de hockeyers amper staan. Escarré: ,,In Athene waren de media wel aanwezig, maar tegelijkertijd presteerde de Spaanse tv het daar om een dag voor onze halve finale in de vooraankondiging met geen woord over ons te reppen. Dat deed pijn. Het is bij ons voetbal, voetbal en nog eens voetbal. Terwijl het Spaanse voetbalteam nog niet de helft heeft gepresteerd van wat wij hebben gedaan, en dat ook nooit zal doen, vrees ik.''

Morgen wacht in Lahore het afsluitende groepsduel met Pakistan. Inzet: een plaats in de finale van de strijd om de Champions Trophy tegen Nederland. Escarré: ,,Spelen in Pakistan, met zoveel fans op de tribune, is voor iedere hockeyer een eer en een belevenis. Al vraag ik me af hoeveel mensen morgenochtend op de tribune zitten, gelet op het bizarre aanvangstijdstip van negen uur.''