Herontwikkeling van leegstaande ruimte helpt

In `Woonbazaar Nederland' geeft Flip de Kam (NRC Handelsblad, 2 december) wel een heel erg oppervlakkig beeld van de woningmarkt in Nederland. Zo gaat hij er veel te makkelijk van uit dat ,,er huizen te kort zijn''. Het probleem lijkt mij veel meer dat mensen in andere woningen willen wonen dan er aangeboden worden. Het door De Kam genoemde feit dat er gekraakt wordt, wijst er immers al op dat er in de woningmarkt ook sprake is van (zeer) langdurige leegstand van woonruimte!

In de binnenstad van Delft bijvoorbeeld is veel langdurig leegstaande woonruimte boven winkel- en kantoorpanden en leegstaande opslagruimten.

Herontwikkeling van thans leegstaande ruimte moet een onderdeel zijn van de oplossing van het woonprobleem. Dit zou bevorderd kunnen worden door een progressieve (elk jaar van leegstand een hoger tarief) gemeentelijke belasting op leegstand.

Over de door De Kam geschetste doorstroming van huurders door middel van de liberalisering van een deel van de huursector ben ik veel minder optimistisch. Mensen met een te hoog inkomen in het niet te liberaliseren deel van de huursector (driekwart) krijgen geen enkele impuls om te verhuizen; er zal daar dan ook geen enkel goedkoop huurhuis extra vrijkomen.

Daarnaast is er geen enkele garantie dat `scheefhuur' systematisch meer voorkomt in het wel te liberaliseren deel van de huursector. Met een beetje pech levert de partiële liberalisatie alleen maar op dat er meer subsidiegeld wordt rondgepompt en dat er schrijnende gevallen van gedwongen verhuizing van mensen met middeninkomens plaatsvinden.

Als het kabinet wil voorkomen dat mensen een `te lage huur' betalen naar rato van hun inkomen, kan dat alleen door op individuele basis mensen uit goedkope huurwoningen `weg te pesten' c.q. weg te belasten.

De partiële huurliberalisatie is als schieten met een schot hagel, waar nu juist precisiemaatregelen nodig zijn.