Good friend

Van een Afrikaan krijgt Bert een beeldje cadeau, een vogel gesneden uit de hoorn van een buffel. Deze fetisj brengt niet alleen geluk, maar zorgt ook voor ellende, blijkt al snel.

Bert was naar Kameroen in Afrika gereisd om daar stukjes hout te verzamelen voor zijn houtverzameling. Hij was een zenuwachtige, eenzame man van middelbare leeftijd. Andere mannelijke toeristen in het hotel waren hier naar toe gekomen voor seks met kinderen. Ze gaven elkaar tips, maar mijn collega Bert moest het allemaal alleen zien uit te zoeken. Het kostte hem veel moeite aan de plaatselijke bevolking uit te leggen dat hij geen seks wilde maar stukjes hout. Zijn gevraag leidde tot hilariteit aan de rand van het oerwoud. Nee, hij wilde niet de hele boom, hij wilde niet meer dan een kleine plak hout van een stevige tak.

,,You are my new friend'', zei een hotelbediende op de eerste dag van zijn verblijf in Afrika, ,,you are good friend.'' Bert was blij verrast. De bediende stelde hem aan zijn familie voor. Na een paar dagen vroeg hij om geld. Mijn collega Bert was welgesteld. Hij gaf zijn nieuwe vriend geld. Aan het eind van zijn verblijf had hij vele plakjes hout. Bert was tevreden. Bij zijn vertrek uit het hotel kreeg hij van zijn nieuwe vriend een cadeautje mee. Het was een soort reiger gesneden uit de hoorn van een buffel. Er zat een vreemde draai in zijn nek. ,,Dit'', zei de bediende, ,,is een Cutrick Eagle. Het is een sterke fetisj, hij zal waken, dat mijn goede vriend niets slechts overkomt.''

Terug in zijn stille huis in Holland kreeg Bert de indruk dat het beeldje zijn nek verdraaide om hem in het oog te houden. Ik lachte hem uit. Het beeldje werkte op zijn zenuwen, zei Bert. Hij raakte overtuigd dat de enge vogel zijn nek kon verdraaien en wie weet wat nog meer. Ik lachte nog harder. Zoveel onzin had ik mijn erudiete collega nooit eerder horen vertellen. Afrika had hem geen goed gedaan. Hij vertelde ook dat hij brieven kreeg van de hotelbediende met het verzoek om geld over te maken. Toen mijn collega na maanden het moedige besluit nam geen geld meer te sturen, gingen de verzoeken van de hotelbediende over in dreigementen. De Cutrick Eagle zou niet gelukkig zijn met het gierige gedrag van zijn `good friend'. Vrienden helpen elkaar. De Eagle, zo schreef hij, kon niet alleen zorgen voor voorspoed en geluk, maar ook voor tegenslag en ellende.

Het zal niet waar zijn!

Ondertussen bleef de vogel zijn nek verdraaien om mijn collega met zijn priem-ogen te kunnen volgen. Ik werd dat gezeur een beetje zat. Bert kreeg een ongeluk met zijn fiets en raakte aan huis gekluisterd met een dikke enkel. Ik was nu verlost van zijn verhalen over het beeldje. Ik had buiten de telefoon gerekend. Hij belde op of ik de Eagle wilde hebben? Zijn verzoek klonk dringend. Ik moest hem helpen. Hij werd gek van die vogel.

,,Ja, hoor'', zei ik, ,,geef maar.'' Na zijn herstel maakte ik grappen over het beeldje, dat bij mij thuis niet alleen zijn nek verdraaide maar ook voor vreselijke nachtmerries zorgde. Mijn collega keek bezorgd. Lopen ging nog steeds moeilijk. ,,Wat moeten we in hemelsnaam doen?'' vroeg hij.

,,Grapje!''

Maar in mijn hart vond ik het een eng beeldje. Het was foeilelijk en heel sterk aanwezig. Je kon er niet omheen. Ik begon ervan te dromen. Enge dromen, waarbij kindertjes in de dakgoot heen en weer renden, en ik machteloos stond, mijn benen verlamd, mijn stem verstomd. Ik meldde mijn collega dat de Eagle niet in zijn hummetje was en dolgraag terug wilde naar zijn eerste gastheer. Bert had geen belangstelling. Ik moest maar verzinnen hoe ik er vanaf kwam. ,,Maar'', zei hij, ,,wat je ook doet, je mag het in geen geval zomaar weggooien.''

Op een avond zat ik te lezen toen ik plotseling opkeek omdat iets mijn aandacht trok: de Cutrick Eagle had zijn nek verdraaid! Er was geen twijfel mogelijk. Ik schrok. Dat ding moest nu zo gauw mogelijk mijn huis uit. Vanavond nog. Ik greep die lelijke reiger bij zijn kippennek, frommelde hem in mijn fietstas en ging op zoek naar een geschikt plekje in de stad om hem te lozen.

Ik fietste ver weg. Langs de straten in een vreemde wijk stonden afgedankte meubelen. Mijn oog viel op een knap salontafeltje dat midden op een stoep bivakkeerde. Er stond een schemerlampje op. Ik plaatste de lelijke reiger op het tafeltje. Als boetedoening nam ik de schemerlamp mee. Extra voorzichtig fietste ik naar huis terug. Het lampje verspreidde thuis een gezellig warm licht. Toch was er iets vreemds aan de hand. Het floepte op willekeurige momenten zomaar even aan en uit. Dat kon geen toeval zijn. Toen ik het haastig terugbracht naar het salontafeltje in de vreemde wijk was de Cutrick Eagle spoorloos van de aardbodem verdwenen.