`Generaal' Karenvolk gaat met pensioen

Hij vocht tegen de Japanse bezetters, tegen de Britse kolonisatoren en ten slotte tegen de militaire machthebbers in eigen land. En nu heeft de 77-jarige Birmese `generaal' Bo Mya, een van de langst dienende rebellenleiders in Azië, zijn pensioen aangekondigd.

Het terugtreden van Bo Mya werd deze week bekend op een geheime bijeenkomst van het Congres van de Karen National Union (KNU), een rebellengroepering die strijdt voor zelfbeschikking voor het Karen volk in Birma. De rond tien miljoen Karen wonen in het zuidoostelijke grensgebied met Thailand.

In januari nog bereikte rebellenleider Bo Mya een informeel staakt-het-vuren met de regerende junta in Rangoon. Over de uitwerking ervan moet nog worden onderhandeld.

De afgelopen decennia zijn naar schatting 200.000 Karen door het regeringsleger verdreven. Zo'n 120.000 Birmese vluchtelingen, voornamelijk Karen, zitten in opvangkampen in Thailand.

Bo Mya begon zijn carrière als voorvechter voor het Karenvolk in 1949 bij het uitbreken van de burgeroorlog, vlak na de onafhankelijkheid.

Hij werd gerespecteerd en gevreesd om zijn oprechtheid en taaiheid. De junta schilderde hem af als terrorist en wreedaard die religieuze discriminatie op zijn eigen volk toepaste. Vier jaar geleden verschenen zijn memoires: `Herinneringen van mijn waargebeurde ervaringen die ik wil onthullen'.

Als reden voor het vertrek van Bo Mya wordt zijn slechte gezondheid aangevoerd. Bo Mya wordt niet opgevolgd door een jongeling, maar door de 84-jarige Tamla Bwa.