De politieke islam is een mislukt concept

Internet werkt als deeltjesversneller voor een sektarische islam. De dromen van de politieke islam verspreiden zich zo over de wereld. Urgent is nu de strijd tegen de destructieve krachten, meent Marcel Kurpershoek.

Is de islam een religie voor de moderne mens of een politieke ideologie? Kan hij beide zijn?

In grote delen van de wereld is de islam nu en in de toekomst een cruciaal onderdeel van de identiteit. Het gaat erom welke soort islam de geestelijke ruimte van een land bepaalt. Wil de politieke islam in de westerse wereld worden aanvaard, dan moet hij laten zien dat hij niet de vijand is van gelijke religieuze rechten en andere mensenrechten, van cultureel pluralisme en democratische vrijheden. De politieke islam moet opkomen voor het recht van het individu om zelf beslissingen te nemen binnen de grenzen van de wereldlijke wetgeving. Hij moet zich een vijand betonen van alle vormen van geweld en intimidatie, van de lagere status en onderdrukking van vrouwen en minderheden in het publieke en private domein, en van iedereen die het recht in eigen hand wil nemen.

Is daar kans op? Eerlijk gezegd: niet in de afzienbare toekomst. Kan de politieke islam een meer humanistisch perspectief ontwikkelen? De discussies die thans binnen de politieke islam worden gevoerd, verschillen nauwelijks van die tussen 1920 en 1940, toen Hasan al-Banna de Egyptische Moslimbroederschap heeft opgericht. Wij horen hetzelfde verhaal over het westerse materialisme, de uitbuiting van de vrouw, zedeloosheid, de rol van de jihad enzovoort. Hoelang zullen we nog moeten wachten?

Ik wil de volgende stellingen voorleggen:

1) Het conflict gaat niet tussen twee blokken: het Westen en de islamitische wereld. Het conflict gaat niet over concrete geografie, maar over mentale geografie.

2) De islam als religieuze cultuur moet los gezien worden van de politieke islam als ideologie – een ideologie die sociale frustraties vertaalt in vijandigheid jegens westerse waarden. Een dialoog met de islam is nauwelijks mogelijk. Er is geen islamitische paus. Het gevaar bestaat dat zo'n dialoog – geheel ten onrechte – de rol van de politieke islam als woordvoerder van de moslims bevestigt.

3) De politieke islam beweert, in strijd met de historische feiten, dat de islam staat én religie is. Voor de politieke islam, die zijn aanhangers heeft in de staat en onder de geestelijkheid, dient het sacrale als voorwendsel om te onderdrukken, te intimideren en ieder debat te smoren. Het doet je weer grijpen naar Karl Poppers Open society and its enemies, bijvoorbeeld over de paradox van de verdraagzaamheid: het recht om uit naam van de verdraagzaamheid de onverdraagzamen niet te tolereren. Moslims en niet-moslims moeten ervoor worden behoed dat de religie wordt gekaapt voor gewelddadige politieke doeleinden. De remedie ligt voor de hand: er moeten universele maatstaven worden aangelegd en er moet een firewall komen tussen het sacrale domein en de burgerlijke samenleving.

Het Arabische Midden-Oosten en Pakistan zijn gebieden waar wij broedplaatsen vinden van het ideologische virus van de politieke islam, dat de regio in lichterlaaie heeft gezet. Vanuit dat halvemaanvormige crisisgebied is het geëxporteerd naar Oost-Azië, Afrika en Europa.

Pakistan, waar het Indiase subcontinent en het Midden-Oosten elkaar raken, is een goed voorbeeld. Het heeft een islamitisch über-Ich dat sterk is beïnvloed door het Arabische Midden-Oosten. Maar het onderbewuste van het volk, met zijn heiligenverering, is er Indiaas.

Met zijn 160 miljoen inwoners is Pakistan de op één na grootste islamitische natie. Het is gesticht uit naam van de islam. De kritische Pakistaanse elite is zich ervan bewust dat die distinctie haar problematische kanten heeft. Het land wordt geteisterd door sektarisch geweld, onverdraagzaamheid en terrorisme uit naam van de islam. Sinds 11/9 heeft Pakistan stappen gezet om de betrekkingen met India te verbeteren, en is het opgetreden tegen extremisten. Misschien zal dat een verandering van identiteit meebrengen: van een nijdige, onverdraagzame, militante mentaliteit naar een democratische, pluralistische samenleving.

Het seculiere, pluralistische en democratische Indiase model is voor Pakistan altijd een uitdagend voorbeeld geweest. In de jaren '80 van de vorige eeuw kreeg de onverdraagzame islam de overhand als gevolg van de militaire dictatuur van Zia ul-Haq, de jihad in Afghanistan en de wahabitische interpretaties, die het oliedollartij mee hadden.

Een groot deel van dat geld ging naar madrasa's. De opleiding aan die seminaries komt in hoofdzaak neer op het van buiten leren van religieuze teksten. Het is de snelste manier om leerlingen leer en gezag klakkeloos te doen aanvaarden. Tijdens de oorlog in Afghanistan werden die seminaries ware fabrieken van strijders die bereid waren te sterven in de oorlog tegen de ongelovigen. Het openbare schoolsysteem is nauwelijks beter. Een recent onderzoek heeft uitgewezen dat het de kinderen bijbrengt dat ze de jihad moeten liefhebben en naar het martelaarschap moeten streven. De leerstof leidt op tot haat, onverdraagzaamheid en een verwrongen wereldbeeld. De overheidsscholen brachten nog meer jihadstrijders voort dan de religieuze scholen.

Toen een vroegere minister van Onderwijs een poging deed om de leerstof aan de openbare scholen te verbeteren, werd zij door de religieuze partijen aangevallen. Het heette dat de islamitische ideologie van het land overboord werd gezet. De mensen die protesteerden lieten de relatie tussen onderwijs en armoede onvermeld, evenals het analfabetisme onder de vrouwen, dat zo'n 70 procent bedraagt. Een poging om het onderwijs minder ideologisch te maken wordt door de mullahpartijen opgevat als een poging om hun greep op de geest van het land losser te maken.

Pakistan is indertijd niet geconcipieerd als een islamitische staat maar als een land met een islamitische meerderheid. Jinnah, de grondlegger van het land, was een secularist. Hij wilde een pluralistische democratie met gelijke rechten voor iedereen.

Het heeft niet zo mogen zijn. Een paar maanden na de dood van Jinnah heeft de Constituerende Vergadering bij resolutie besloten dat de soevereiniteit bij Allah berust. Alles moest wordt beslist in het licht van de koran en de soenna. Jinnah werd opzij geschoven door Mawdudi, ee van de grondleggers van de politieke islam. Hij is de schepper van de Jamaat-i Islami, een partij die zich over de hele wereld heeft vertakt.

Volgens Mawdudi was Pakistan onvoldoende islamitisch. De mensen waren wel moslims, maar onvolmaakte moslims in hun persoonlijk leven en in het landsbestuur. De Jamaat wil een nieuwe samenleving en een nieuwe mens creëren: de homo islamicus, zoals het sovjetstelsel zich heeft ingespannen om de homo sovieticus voort te brengen. Het was niet voldoende dat de homo islamicus vijfmaal daags bad en dat hij de andere `zuilen' van de islam in acht nam. Zoals een marxist werkt voor een socialistische maatschappij, zo zou de homo islamicus een waarlijk islamitische maatschappij tot stand moeten brengen. Daarachter wenkt het visioen van de herstelde islamitische glorie.

Mawdudi wilde macht verwerven door de kracht van zijn ideeën en zo mogelijk langs democratische weg. Dat is hem tegengevallen. De bevolking heeft nooit op grote schaal voor de utopische ideeën van de Jamaat gestemd. Buiten de Jamaat leek de homo islamicus niet te bestaan. Wel was de ideologie van de Jamaat nuttig voor het politieke establishment (`met de islam aan je zijde heb je het volk niet nodig'). Zo komt het programma van de Jamaat voor defensie erop neer dat deze ,,maximaal moet worden ontwikkeld, inclusief nucleaire afschrikking''.

De Jamaat vormde een team met Zia ul-Haq, de vrome militaire dictator die in de oorlogvoering jihadgroepen en religieuze organisaties als surrogaat voor strijdkrachten gebruikte. De Jamaat werd belast met de afdeling leerstof van het ministerie van Onderwijs – een uitmuntend instrument om de nieuwe generatie op te leiden tot homines islamici. Hij slaagde er ook in de leiders van de traditionele religieuze scholen te politiseren.

Gewelddadige vertakkingen ervan schiepen een internationaal netwerk van jihadgroepen en -ideeën, dat door islamitische sympathisanten werd betaald en gestimuleerd. Het werd moeilijk om nog onderscheid te maken tussen onverdraagzame orthodoxie, politieke islam, wettig geweld en terrorisme. Uit naam van de islam was een monsterlijke hydra in het leven geroepen.

Een andere erfenis vormen Zia's zogenaamde islamitische decreten. Die worden door de islamitische partijen met hand en tand verdedigd. Als gevolg van de islamitische politieke ideologie zijn duizenden vrouwen wegens overspel gevangen gezet, terwijl zij in feite waren verkracht of anderszins slachtoffers waren (meer dan 50 procent van alle vrouwen in de gevangenis). De wetten tegen godslastering worden merendeels gebruikt om ahmadi's, christenen of zomaar mensen aan wie je een hekel hebt, het leven zuur te maken. In de afgelopen vier jaar zijn in erezaken ten minste 2.500 vrouwen vermoord. In al deze gevallen worden zogenaamde islamitische wetten en gebruiken toegepast voor doeleinden die met de religie niets van doen hebben.

De autoritaire politieke islam is het Pakistaanse volk opgelegd. De Pakistanen hebben nooit de gelegenheid gekregen om op basis van hun culturele en regionale pluralisme een nationale identiteit te ontwikkelen.

Na 11/9 heeft de politieke islam maar beperkt vooruitgang geboekt. In de voornaamste staten van de federatie hebben de islamitische partijen minder dan éénzesde behaald van de zetels die de liberale oppositiepartij kreeg. In een werkelijk democratische staat heeft de Jamaat-i Islami geen andere keus dan een islamitische democratische partij te worden.

Is dat mogelijk? Ja, maar alleen als de politieke islam het secularisme aanvaardt, wat hij tot dusverre weigert. Twee andere voorwaarden zijn essentieel: de vreedzame dialoog met India moet doorgaan en de democratie moet verder worden ontwikkeld. De politieke islam dankt zijn machtspositie niet aan verkiezingen; hij heeft in de machtscentra weten te infiltreren dankzij oorlog en autocratisch bestuur.

In veel Arabische landen hebben de regimes gereageerd met hard optreden tegen zowel de islamitische radicalen als de democratisch gezinde liberalen. De principekwestie blijft onbeslist. In plaats daarvan wordt een verstikkend sociaal klimaat gecreëerd, dat wordt gekenmerkt door een gebrek aan vrijheid en door concessies aan religieus conservatisme. Corruptie en nepotisme wurgen de economie. Jonge mensen dromen over weggaan.

Het Midden-Oosten wordt overspoeld door geweld. In zo'n situatie wordt de islam tot enkel een strijdkreet. Anders gezegd: hij kan niet als representatief worden beschouwd voor wat de rol van de islam in politieke zaken zou kunnen of moeten zijn. Het subcontinent en zijn grote islamitische bevolking vormen een veelbelovender proefterrein.

Een voorbeeld. De islamitische scholen zijn het erover eens dat een mannelijke afvallige ter dood moet worden gebracht, mits hij volwassen is en niet krankzinnig, en mits hij uit eigen vrije wil heeft gehandeld. Die conclusie dateert van duizend jaar geleden. Tien jaar geleden heeft een Pakistaans onderzoek naar de zaak Salman Rushdie dat vonnis toegepast op de moderne tijd: ,,Het is de plicht van iedere moslim om zo'n persoon aan te houden en voor de rechter te brengen. Voor blasfemische honden is de doodstraf de enige passende straf.'' Als je alleen maar een grimas maakt wanneer de naam van de profeet valt, bega je naar islamitisch recht al een godslastering. Godslasteraars zullen meermalen worden gestraft: eerst in de wereld, dan een gewelddadige, verschrikkelijke dood, dan een pijnlijke straf in het graf, en ten slotte eeuwigdurende kwellingen in het hiernamaals. Volgens de koran is ,,bespotten, uitlachen en belachelijk maken'' van de profeet een godslastering.

Dat is de orthodoxe opvatting van de autoriteiten van de koran en de soenna. Ze is door Zia ul-Haq in de Pakistaanse wet vastgelegd. Tot dusverre is nog niemand ter dood gebracht, maar heel wat mensen zijn ter dood veroordeeld en hebben jaren in de gevangenis doorgebracht. Ook nu nog gebeurt het maar zelden dat iemand ronduit in het openbaar verklaart dat deze wetten niet bedoeld zijn voor de eeuwigheid, maar dat ze ouderwets, wreed en onmenselijk zijn. Er moet beslist een einde komen aan het misbruik van deze wetten. Belangrijker nog is dat het onderwijs en de media moeten uitleggen dat de islam niet buiten de geschiedenis staat, dat hij onderdeel is van de menselijke beschaving. De vijanden van de vrije samenleving mogen niet de kans krijgen om moslims op te sluiten in een mentale kerker.

De politieke islam bestudeert de geschiedenis niet omwille van de geschiedenis, maar om ideologische munitie te vinden. Dat moet andersom. Onderwijzen hoe je geschiedenis moet onderwijzen is in een islamitische staat geen sinecure. Bovendien is het slechts een deel van de oplossing. In veel landen dragen gevestigde belangen ertoe bij dat de islam wordt afgeschilderd als een geval van door boze vijanden onderdrukt adeldom. Aan het andere uiteinde van de schaal vinden wij gefrustreerde en vertwijfelde burgers. Van een minderwaardigheidscomplex naar een meerderwaardigheidscomplex is maar een stapje. De politieke islam lijdt aan beide. Hij beweert het slachtoffer te zijn van westerse samenzweringen, maar zijn programma predikt de suprematie van de moslims.

In de islamitische wereld volgen steeds meer mensen het doen en laten van de staat op tv met `opgeschort ongeloof': de geestestoestand waarin je verkeert wanneer je fictie leest of naar een film kijkt. Individuen en particuliere stichtingen beginnen een rol te spelen. De oemma, de islamitische wereldgemeenschap, begint geprivatiseerd te worden, en internet werkt als een deeltjesversneller voor een sektarische islam. De dromen van de politieke islam zijn deel geworden van de mentale geografie. Urgent is nu de strijd tegen de destructieve krachten van die particuliere, grensoverschrijdende spelers.

Als Pakistan het visioen van Jinnah zou doen herleven, zou het een krachtig voorbeeld geven in het hart van de islamitische wereld. Verkiest het pluralisme boven de islamitische ideologie, dan kan het een groot verschil maken in de wereld, ook voor Europa en zijn islamitische minderheid. Hoe groter de bevolking van een islamitisch land en hoe gevarieerder zijn cultuur, hoe groter de kansen.

Geen van de goede dingen die in de wereld van de islam gebeuren, zijn onomkeerbaar. Hetzelfde geldt voor de slechte dingen. Achteloosheid en onverschilligheid zijn onze vijanden geweest. Als wij de radicale, de onverdraagzame islam willen bestrijden, is het tijd dat wij de liberale krachten in de islamitische wereld serieus gaan steunen.

Marcel Kurpershoek is arabist. Dit is de bekorte versie van de oorspronkelijke Engelse tekst zoals uitgesproken bij de WRR-lecture 2004: `Welke toekomst heeft de politieke islam'.