ABP: rente drijft premie pensioen op

Pensioengigant ABP wil de premies voor volgend jaar met ongeveer 15 procent verhogen. De premieverhoging is de derde op rij onder de grootste Nederlandse pensioenfondsen.

De verhoging bij ABP, die volgens het pensioenfonds voor ambtenaren en leraren louter een gevolg is van de extreem lage rente, is een vervelende tegenvaller voor de overheid, die als werkgever driekwart van de premie betaalt. De werknemers zelf betalen de rest.

De premieverhoging, de vierde in vier jaar tijd, kost de overheid naar schatting 600 miljoen euro.

ABP is met een belegd vermogen van 170 miljard euro en meer dan een miljoen verzekerde werknemers het grootste Nederlandse pensioenfonds. Een kwart van de Nederlandse huishoudens is (mede) afhankelijk van het wel en wee van ABP.

Eerder kondigde het pensioenfonds voor ruim een miljoen zorg- en welzijnswerkers (PGGM) al een premieverhoging met ruim 19 procent aan, terwijl het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro, goed voor 160.000 verzekerde actieve werknemers, de premies volgend jaar met 14 procent opschroeft.

Het besluit van het bestuur van ABP, dat uit werkgevers en vakbonden bestaat, om de premies met 2,6 procentpunt te verhogen naar 21,6 procent van het pensioengevend salaris wordt volgende week besproken door de adviesraden van werkgevers, werknemers en gepensioneerden. De leden van deze raden hebben de adviesaanvraag voor het voorgenomen bestuursbesluit vanochtend gekregen.

Vorig jaar hadden de overheidswerkgevers juist de aanzet gegeven tot een versobering van de pensioenregeling omdat de premie anders zou stijgen tot 22,4 procent. Zij waren niet bereid verder te gaan dan een premie van 19 procent.

De premieverhoging is volgens het voorstel van het ABP-bestuur een gevolg van de lage rente, die tot een hogere kostprijs voor pensioenen leidt. Bovenop deze kostprijs moet ABP van de toezichthoudende Nederlandsche Bank een opslag leggen voor herstel van zijn financiële positie. De hoogte van deze opslag leidde bij in elk geval een deel van de onderhandelaars tot ongenoegen.

Het voorstel voor de prijscompensatie (indexatie) voor gepensioneerden en actieve werknemers is 0,12 procent, dat is 79 procent van de loonstijging. Doordat de financiële positie van het pensioenfonds nog steeds minder is dan de doelstelling is de indexatie geen 100 procent van de loonstijging van het afgelopen jaar.