Wie is bang voor China?

Al een paar jaar is China het nieuwe toverwoord in het internationale zakenleven. Sinds in 1978 de eerste voorzichtige liberalisering plaatshad van de Chinese planeconomie is het land in een versneld tempo in opkomst. Dit jaar is, in harde dollars gemeten, de Chinese economie in omvang al vergelijkbaar met Frankrijk. Wie corrigeert voor koopkrachtverschillen ziet een economie die bijna even groot is als die van de hele eurozone. Het is China's groeiende economische en politieke betekenis die de EU-Chinatop, die vandaag in Den Haag is gehouden, tot een belangrijke gebeurtenis maakt. Premier Wen Jiabao schoof vandaag aan bij de politieke kopstukken van de EU. Even betekenisvol is zijn verschijning morgen op de EU-China Business Summit, waar het Europese én het Chinese bedrijfsleven zijn opwachting maakt.

China's opkomst leidt tot nervositeit. Westerse bedrijven stoten productie af en vervangen die door Chinese toeleveranties (outsourcing), of ze verplaatsen eigen productie naar China (offshoring). Eergisteren nog kondigde het chemiebedrijf DSM aan in Nederland 250 banen te schrappen bij de penicillineproductie, die verplaatst wordt naar China en India. Met ingang van 1 januari loopt het Multivezel-akkoord af, dat door middel van quota de internationale textielproductie en -handel regelde. Het akkoord maakt plaats voor vrijhandel – en China wordt gezien als de grote winnaar. Ook dat kost banen in het westen. De EU doet er wel goed aan China te vragen rekening te houden met ontwikkelingslanden die afhankelijk zijn van textielproductie. Al is het de vraag in hoeverre de Chinese autoriteiten daartoe in staat zijn.

De zichtbare nadelen van banenverlies in het westen wegen niet op tegen het minder zichtbare voordeel dat China's opkomst biedt: een verfijnder internationale arbeidsdeling, die zorgt voor een wereldwijd toenemende welvaart. Ook hier. China's opkomst dwingt gevestigde landen als Nederland om op te schuiven naar een nog hoogwaardiger productie van goederen en diensten. Dat wil niet zeggen dat China's opkomst kritiekloos moet worden aanvaard. De vervuiling is er nodeloos groot en dat gaat ook de rest van de wereld aan. Intellectuele eigendom is in China nog steeds niet veilig. De arbeidsomstandigheden zijn er verre van optimaal. En de koers van de nationale munt, de yuan, wordt kunstmatig te laag gehouden.

Een dialoog tussen de EU en China op deze punten is kansrijk, te meer omdat de oplossing ervan op termijn ook een Chinees voordeel is. Voor het overige geldt: niet bang zijn voor China. Wees blij dat de dynamiek van de wereldeconomie er aan de gang wordt gehouden. En wees blij dat daarmee een deel van de wereldbevolking een fatsoenlijke levensstandaard krijgt, die voor westerlingen zo gewoon is dat ze het af en toe vergeten.