Resoluut op weg naar vooruitgang

Naar voorbeeld van China wil ook Vietnam lid worden van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Toegang tot de internationele markt ligt in het verlengde van economische liberalisering.

Bijna twintig jaar geleden maakte het communistische bewind in Vietnam de drastische ommezwaai naar economische liberalisering. Nu heeft het land zijn zinnen gezet op mondiale gelijkheid: het wil lid worden van de Wereldhandelsorganisatie WTO. Vorige week nog onderstreepte vice-premier Vu Khoan de Vietnamese vastbeslotenheid met de mededeling dat zijn land koste wat het kost volgend jaar de toetredingsonderhandelingen wil afronden.

Vu Khoan zei dat in de Vietnamese hoofdstad Hanoi, op de bijeenkomst van de internationale donoren van Vietnam, verenigd in de zogeheten Consultative Group. Deze steungroep werd twaalf jaar geleden opgericht om Vietnam bij te staan in de uitvoering van het in 1986 afgekondigde economische hervormingsbeleid `Doi Moi' (`Nieuw Beleid'). Naar voorbeeld van grote buur China besloten de communistische machthebbers in Hanoi toen hun ijzeren greep op de samenleving voortaan te combineren met de totstandkoming van een vrijemarkteconomie.

Die liberalisering heeft vruchten afgeworpen. Dit jaar groeit de Vietnamese economie met ruim 7 procent en de industriële productie met 10 procent. Maar voor de sociale begeleiding van die liberalisering blijft buitenlandse hulp cruciaal. Want ondanks het succes van Doi Moi is Vietnam nog steeds een van de armere landen in de wereld. Volgens de eigen regering leeft 9 procent van de 82 miljoen inwoners onder de armoedegrens.

De internationale donoren, zo'n vijftig landen en organisaties als de Wereldbank, gaven vorige week 3,4 miljard dollar, (2,55 miljard euro) 0,6 miljard dollar meer dan vorig jaar. Het geld is bestemd voor de bouw van wegen, scholen, klinieken, elektriciteitsvoorzieningen en armoedebestrijding. ,,Uw hulp is van grote waarde voor ons'', zei minister van Planning en Informatie, Vo Hong Phuc, tegen de verzamelde donoren. Nederland spendeerde in 2003 21,6 miljoen euro aan ontwikkelingssamenwerking voor Vietnam.

Het beoogde lidmaatschap van de WTO, met toetreding tot de internationale vrije markt, is de volgende stap in het economische liberaliseringsbeleid. Na het besluit tot hervorming van de eigen markt, begon Vietnam in 1995 met onderhandelingen over toetreding tot de WTO. Het lidmaatschap is van cruciaal belang omdat het de weg opent voor export van nog meer rijst, koffie, ruwe olie, visserijproducten, goedkope textiel en schoenen. Vietnam hoopt daarmee het schamele gemiddelde jaarinkomen van 480 dollar fors omhoog te krikken.

Maar toetreding tot de WTO brengt ook plichten met zich mee. Het lidmaatschap betekent dat het land zich moet houden aan strenge voorwaarden over tariefplafonds, quota's en bescherming van auteursrechten. Vooral dat laatste is nog een hele opgave voor Vietnam. Wie in de drukke Hang Bong winkelstraat in het oude centrum van de hoofdstad Hanoi rondloopt, stuit overal op winkeltjes met illegale kopieën van cd's en dvd's. Wie een nieuwe cd aanlevert om te kopiëren, krijgt zelfs een illegale cd gratis. De politie laat de handel ongemoeid, maar zal, als het lidmaatschap van de WTO eenmaal een feit is, wel moeten optreden.

De aanpak van corruptie is zo mogelijk een nog heikeler onderwerp in Vietnam.Op de lijst van corruptiewaakhond Transparency International van 2004 staat Vietnam hoog op de lijst van meest corrupte landen in de wereld, in de buurt van Papoea Nieuw Guinea, Congo, Libië en Oeganda.

Het probleem van de corruptie raakt het hart van het politieke bestel in Vietnam. Het gezag van de enige politieke partij wordt aangetast door corruptieschandalen rond hoge regeringsfunctionarissen. Onlangs nog deed Hanoi een poging de internationale wereld te laten zien dat het ernst is met de bestrijding van corruptie. De vice-minister van Handel, Mai Van Dau, en diens zoon Mai Thanh Hai werden gevangen gezet wegens het aannemen van 1 miljoen dollar aan steekpenningen. In de afgelopen jaren zijn er meerdere van dergelijke campagnes geweest.

De alleenheerschappij van de communistische partij is ook in het geding als het gaat om vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. Geregeld worden journalisten tot de orde geroepen wanneer zij een kritische noot proberen te plaatsen bij de partij. Verschillende religieuze dissidenten staan al jarenlang onder huisarrest in hun pagodes wegens kritiek op de regering. In een recent rapport van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wordt Vietnam genoemd als een van de ergste schenders van religieuze vrijheid.

Maar internationale kritiek op het politieke vlak lijkt geen verregaande consequenties te hebben op het economische gebied. Sinds de lidmaatschapsaanvraag in 1995 is Vietnam begonnen met het sluiten van bilaterale overeenkomsten met verschillende handelspartners, waaronder de EU en de oude vijand VS. Afzonderlijke verdragen met alle 148 WTO-lidstaten over tarieven, specifieke markttoegang en beleid op het gebied van goederen en diensten zijn een eerste voorwaarde voor lidmaatschap. Pas daarna wordt een algemene overeenkomst gesloten. Een twintigtal andere landen waaronder Algerije, Saoedi-Arabië, Kazachstan, Azerbajdzjan en Libanon staat eveneens te trappelen voor de WTO-poort.

De Vietnamese situatie heeft parallellen met China, dat eind 2001 tot de WTO toetrad. Ook daar wordt stap voor stap economische liberalisering doorgevoerd, zonder vergelijkbare politieke hervormingen. Net als in China is het goed mogelijk dat in Vietnam eerst de oude generatie hardliners moet uitsterven voordat de glimmende lampjes in de vorm van hamers en sikkels boven Hang Bong straat worden weggehaald.