Pierre Bokma

In zijn grote reeks filmrollen vertolkte Pierre Bokma vaak typetjes – echt wilde het dan niet worden. In `Interview' en `Cloaca' is hij op zijn best.

Loeren is het. De blikken van Pierre Bokma op Katja – `Kutja' – Schuurman in Interview. De blikken van Pierre Bokma op Gijs Scholten van Aschat – Joep – in Cloaca. Hij fixeert hen. Soms zie je mededogen in die blik. Soms cynisme, angst, verdriet of haat. Allemaal projectie. Het is loeren wat je ziet. Loeren op een kans om toe te slaan.

De beste films van Pierre Bokma zijn films waarin hij als het ware in competitie is. Waarin zijn gezicht beurtelings angst en agressie weerspiegelt en hij je het gevoel geeft dat het menens is en geen spel.

Leedvermaak (1989) was de eerste keer dat het wel menens leek. In de complete levensleed-competitie die Frans Weisz' film was, moest Bokma het als Nico opnemen tegen de vrouwen in zijn leven. Je zag soms door de weloverwogen uitgesproken zinnen heen de zwervende charlatan die in hem zit. De wat kakkineuze man in de eeuwige, anonieme regenjas.

,,Pierre is een geheim'', zeiden collega-acteurs in een documentaire over hem die dit voorjaar werd uitgezonden. De verleiding is groot om dat geheim te koppelen aan zijn jeugd. Bokma is geboren in Parijs, in 1955, als kind van een tienermoeder en opgegroeid in tehuizen en pleeggezinnen. In de tv-documentaire ging Bokma wel langs de adressen van zijn jeugd, maar gaf hij er verder niets over prijs.

Na de toneelschool Maastricht brak hij razendsnel door bij het grote repertoiretoneel. Zo kreeg hij ook een van zijn eerste filmrollen, met medespelers van het toenmalige Publiekstheater, in Afzien (1986) van Gerrard Verhage.

Daarna volgde een lange reeks grotere en kleinere rollen in onder meer De avonden (1989), De provincie (1991), De drie beste dingen in het leven (1993), Hoogste tijd en Schaduwlopers (1995), Advocaat van de hanen (1996), Gordel van Smaragd (1997), Minoes (2001). Het was een track record dat Theo van Gogh ertoe bracht Bokma ,,zoveel mogelijk te beledigen als heel slechte filmacteur'', zoals de regisseur zelf zegt op de dvd van Interview (2003).

Of het oordeel zó streng moet uitvallen is de vraag, maar zeker is dat Bokma in de meeste van die films een typetje in handen kreeg. Een louche eenoog in De avonden, de periodieke dronkelap in Advocaat van de hanen, de zwaarmoedige avondwandelaar in Schaduwlopers en nu een al te hitsige leraar in Amazones. Het werd nooit echt, daar zat de toneelspeler de filmacteur in de weg. De vanzelfsprekendheid waarmee Bokma de aandacht van een zaal met kleine handgebaren naar zich toetrekt, was er in die films eenvoudig niet. Daar was het alsof iemand met een badmintonracket naar een honkbalwedstrijd was gekomen om te laten zien hoe mooi het spel gespeeld kan worden.

Gelukkig heeft hij de laatste jaren Interview en Cloaca gemaakt. Films waarin hij loert, waar zijn angst en agressie leven geeft aan zijn personage en waarin zijn gebaren machteloze pogingen zijn om zijn wezen te verbergen. Daar is Bokma – ,,de god van het serieuze toneel'', zoals Van Gogh zei – een van de beste Nederlandse filmacteurs geworden.