Operatie Clickfonds duurt voort

De Hoge Raad verwees gisteren een van de Clickfondszaken terug naar het gerechtshof dat volgens het college steken heeft laten vallen. De grootste `beursfraudezaak' ooit is voorlopig nog niet over.

Voor hen die vreesden dat Operatie Clickfonds, de grootste `beursfraudezaak' ooit in Nederland, ten einde was, had de Hoge Raad gistermiddag verheugend nieuws. Het hoogste rechtscollege constateerde dat het Amsterdamse gerechtshof in de zaak van drie Clickfondsverdachten steken heeft laten vallen. De motivering waarom het openbaar ministerie (OM) in dat proces niet ontvankelijk werd verklaard is volgens de Hoge Raad ,,onvoldoende begrijpelijk''. Het Hof moet haar werk overdoen.

Daarmee is de juridische levensduur van Clickfonds aanzienlijk verlengd. Want het besluit van de Hoge Raad heeft vermoedelijk tot gevolg dat een van de meest cruciale aspecten uit het Clickfonds-onderzoek alsnog uitgebreid zal moeten worden onderzocht.

Het gaat om de Zwitserse rechtshulp, die haar oorsprong heeft in 1997, toen de beursfraudezaak van start ging. Justitie wilde toen de administratie in beslag nemen van de in Zwitserland woonachtige Nederlandse vermogensbeheerder Dirk de Groot en gebruikte vermoedens rond het witwassen van drugsgelden mede als argument. Advocaten hebben altijd gezegd dat de handelwijze van het OM was ingegeven om de strenge fiscale Zwitserse voorwaarden voor het geven van rechtshulp te omzeilen. Dit vermoeden werd versterkt toen er een fout bleek te zijn gemaakt in de aan Zwitserland gerichte Duitse vertaling van het rechtshulpverzoek. Daarin bleek een zin te staan die een drugsverdenking te zwaar aanzette. In de Nederlandse versie ontbrak deze zin.

Het gerechtshof oordeelde bikkelhard over de gang van zaken. Dat bleek in februari 2003, bij het hoger beroep van drie `kleinere' Clickfondsverdachten. Hun zaak draaide helemaal niet om de Zwitserse rechtshulp, maar om hun betrokkenheid bij coderekeningen. Daarvoor waren ze in eerste instantie vrijgesproken en het OM was in beroep gegaan. Maar het hof kwam aan behandeling van de coderekeningen niet eens toe, omdat de raadsheren zich eerst bogen over de rechtshulpprocedure in Zwitserland. Daarover constateerde het hof dat er voor een drugsverdenking ,,geen enkel feitelijk aanknopingspunt'' was.

Als de Zwitsers dát hadden geweten, hadden zij ,,mogelijkerwijs geen uitvoering gegeven aan het rechtshulpverzoek'', aldus het oordeel. Sterker: een verkeerde interpretatie van het rechtshulpverzoek, werd ,,in elk geval door enkelen die rechtstreeks bij het opstellen van het verzoek betrokken waren, ook daadwerkelijk beoogd''. Met andere woorden: de Zwitsers zijn bewust door de Nederlanders misleid. Het OM werd vervolgens niet ontvankelijk verklaard.

Maar de Hoge Raad vindt deze redenering niet goed onderbouwd. [Vervolg CLICKFONDS: pagina 21]

CLICKFONDS

Pijnlijke hiaten in de rechtsgang

[Vervolg van pagina 17] Daarmee legt het hoogste rechtscollege pijnlijk een belangrijk hiaat in de rechtsgang van de vele Clickfondszaken bloot. Over de Zwitserse kwestie is in de verschillende processen namelijk wel uitgebreid gesproken, maar de zaak is nooit goed gerecontrueerd. Noch het hof, noch de rechters in eerste aanleg (de speciaal samengestelde `Clickfondskamer' van de Amsterdamse rechtbank) waren bereid om in Zwitserland onderzoek te doen en getuigen te horen over de exacte gang van zaken rond de rechtshulpprocedure.

Daardoor zijn er nog steeds belangrijke vragen onbeantwoord. Gaf Bern in 1997 rechtshulp omdat men dacht dat de Clickfondszaak vooral om het witwassen van drugsgelden draaide? Wat voor toelichting gaf de behandelend officier daarover in Zwitserland? En hoe kan het dat in Zwitserse justitiële documenten de drugsverdenking prominent naar voren komt, terwijl daar in de Nederlandse dossiers maar flinterdunne aanwijzingen voor waren?Waar het hof zelf antwoorden zocht en een eigen interpretatie gaf, vond de Clickfondskamer het eerder niet nodig deze vragen te beantwoorden.

De rechtbank oordeelde onder meer dat Zwitserland in staat moet zijn ,,bij de beoordeling van een buitenlands rechtshulpverzoek de eigen belangen adequaat te behartigen'', aldus een eerder vonnis uit 2002. Maar het is de vraag of Bern daar ook zo over denkt. De Zwitsers hebben de kwestie altijd uiterst formeel behandeld. Inhoudelijk zegt men niet op het Clickfondsdossier in te kunnen en te willen gaan. Het Zwitserse ministerie van justitie heeft steeds benadrukt slechts uit te zijn gegaan van het vertrouwensbeginsel tussen staten in internationale rechtshulp. Als er iets niet klopt, moet dat door het verzoekende land worden uitgezocht, zo onderstreepte ook de hoogste rechter, het Bundesgericht. Zwitserland zelf hoeft ,,noch vragen betreffende de feiten, noch betreffende de schuld te onderzoeken en in principe ook geen waardering van de bewijzen te doen.''

Met het oordeel van de Hoge Raad in het achterhoofd, lijkt het onontkoombaar dat de Zwitserse kwestie nu wél wordt uitgeplozen. Dat gaat waarschijnlijk voor het eerst gebeuren in de behandeling van de hoger beroep zaken tegen de laatste twee overgebleven Clickfonds-hoofdverdachten, effectenhandelaar Adri Strating en Dirk de Groot. Het hof was al met deze processen begonnen, maar wachtte eerst het oordeel van de Hoge Raad af. Nu dat er is, weten de raadsheren waar ze aan toe zijn. Eerst goed uitzoeken, dan pas oordelen, is de impliciete boodschap van het hoogste rechtscollege. Er is dus nog veel werk te doen.

www.nrc.nl dossier Clickfonds