Mister Wildlife

In Den Haag trekt dezer dagen het laatste defilé langs prins Bernhard.

Al meteen bij het verlaten van het Centraal Station vallen de gele richtingbordjes voor de condoleancebezoekers van paleis Noordeinde op. Niemand hoeft te verdwalen. Op de eerste dag is de stroom bezoekers gestaag, maar nog niet overrompelend. Het kost me halverwege de middag precies drie kwartier om van de ingang bij de paleistuin tot aan de baar van de prins in het paleis te geraken. Dat valt mee, of tegen.

Om me heen veel ouderen, maar toch ook jongeren, in een sfeer waarin de nieuwsgierigheid het lijkt te winnen van het verdriet. Hoe zal het er binnen uitzien? Hoe staat zijn kist erbij en zullen er veel bloemen liggen?

Iedereen mag op zijn gemak rondkijken. In de entreehal liggen al veel bloemstukken opgetast, bijna allemaal van voorspelbare herkomst, zoals van `regering en volk van Aruba' en `van uw Chinese vrienden', maar er zijn ook intrigerender linten, zoals dit: ,,Laatste groet Thea en Steef''.

Wie zijn Thea en Steef? Wat hebben zij voor de prins betekend? Het kunnen voor hem geen onbekende stervelingen zijn geweest, want die moeten hun bloemen en knuffeldieren vóór het betreden van het paleis afgeven. Ze worden keurig naast elkaar op het plantsoen gelegd. Aardigste knuffel: een aapje met het opschrift `Mister Wildlife is gone – rest in peace'.

Aan alles is gedacht. De mensen krijgen voor en na het bezoek een gratis bekertje warme chocolademelk uitgereikt, en wie een rolstoel nodig heeft krijgt een rolstoel. Wat niet betekent dat het altijd goed afloopt in zo'n rolstoel. Een oude dame wordt met grote vaart uit het paleis gereden, terwijl ze tegen haar begeleiders roept: ,,Ik kan het altijd heel goed ophouden, maar ik heb nu zó'n druk op mijn buik.''

Na de entreehal moeten we nog enkele brede hoeken omslaan en dan zijn we er al. Bedolven onder de Nederlandse vlag ligt de prins op een marmeren ondergrond onzichtbaar te wezen. Jammer dat we hem niet kunnen zien, het zou het afscheid completer maken.

Meteen is er ook de gêne: wat te doen? Langzaam doorlopen, of even halt houden en een kort knikje ten beste geven? Ik aarzel, blijf staan en loop door, wat mijn relatie met de prins misschien ook wel het best typeert.

Een groot zwak heb ik nooit voor hem gehad – dat had ik meer voor prins Claus. Maar een zeker heimelijk respect was er altijd wel, vooral voor de man die zo vaak terugkwam uit de schaduw van de schande en de dood. Hij was een jongen van tien, elf, zei hij zelf, hij was onze eigen `comeback-kid'.

Ik herinner me nog goed met hoeveel verachting er over hem dertig jaar geleden in brede kring werd gesproken. Maar zie hoe hij nu ,,overal mee wegkomt'', zoals dat heet.

Onze `soms onvoorzichtige' prins, noemde Tweede-Kamervoorzitter Frans Weisglas hem vertederd. Ik heb in 1976 in de Tweede Kamer strenger horen spreken over deze stouterik. Hij zat soms in troebel vaarwater, maar ze hadden hem in Den Haag ook beter in de gaten moeten houden, roepen de historici. We zijn al bijna zo ver dat we onszelf zijn fouten aanrekenen.

Wie dat lukt heeft niet voor niets geleefd.