In Mabika's tuin heerst nooit rust

Rust is de oude chief Mabika nooit gegund. Ook al heeft hij er in de afgelopen tachtig jaar alles aan gedaan om zich voor de drukke buitenwereld te verstoppen. Zijn gammele hut vind je om te beginnen alleen als de zenuwen sterk genoeg zijn voor de veerboot uit de hoofdstad Maputo naar het verlaten zuiden van het land.

Die boot roest als alle metaal in Mozambique. Die boot kreunt al aan de steiger. Die boot staat zo vol met Mozambikanen en manden met mango's en krijsende kippen dat er hooguit acht auto's op kunnen. Maar de kapitein van die boot ziet geld voor twaalf en vindt dat mijn auto best op de klep kan staan, zodat de kont boven de Indische Oceaan hangt en ik de handrem het volgend half uur liever niet loslaat.

Die boot haalt de overkant, waar het ook geen feest is. Want de weg naar de hut van de oude chief Mabika bestaat niet. Of in elk geval nu niet. Die weg moet er nog komen, of is er ooit geweest. Die weg leidt over puntige keien naar verraderlijke gaten, zo groot als grote mensen graven. Die weg doet niet alleen pijn aan het bejaarde ijzer van de 4x4, maar aan alle ribben in je lijf. Die weg voert regelrecht het zand in.

Het zand op de weg naar de hut van de oude chief Mabika is zo mul dat je zeker de helft van de lucht uit de banden moet laten lopen. En dan nog staat de 4x4 soms minutenlang hulpeloos te graven. Totdat de Nissan weer grip krijgt en brullend honderd meter verder glijdt.

Door alle stress over slechte wegen, zou je de afslag naar de hut van de oude chief Mabika zo voorbijgaan. Tussen de gele koortsbomen staat op een paal geschreven: `Mabika, nice bitch'. Daarmee bedoelt de chief het verlaten en hagelwitte strand dat je vanuit het dorpje naar hem genoemd, ziet liggen. Heel af en toe komt er nog wel eens volk voor dat strand, met grote auto's, tenten, barbecues en gitaarmuziek.

Maar als alles kalm is, is het leven beter. Dan groeien de groenten in de tuin van chief Mabika op hun best, zo weet hij zeker. Absolute stilte, daar houden de rode bieten, de wortels, de bonen, de cassave's en de zoete aardappelen van, net als chief Mabika. Maar echt rustig is het hier natuurlijk nooit, vertelt hij als hij eindelijk zin heeft om te praten.

Dat begon al ,,lang geleden'', zoals alle jaren in chief Mabika's verhalen ,,lang geleden'' zijn. ,,Lang geleden'', stroopten allereerst de blanken heel zijn tuin. Portugezen, die kwamen af en toe eens kijken en namen dan zonder iets te vragen zijn rode bieten mee. Portugezen, nee, daar heeft hij nooit echt van gehouden. Chief Mabika spreekt hun zangerige taal niet eens.

Maar de blanken waren zeker niet zo lastig als de rebellen van Renamo die iets minder ,,lang geleden'' kwamen. Dat was in de tijd van de burgeroorlog, meestal op een woensdag als hij het zich goed herinnert. Als de soldaten van Renamo verschenen, verstopte chief Mabika zich in de bush. Dan gooide hij gras en blaadjes voor zich uit, zodat hij op het zand geen voetstappen achterliet.

Telkens als de soldaten van Renamo door Mabika trokken, raakte de chief zijn spullen kwijt. Ze schoten zijn veertig koeien dood en aten al het vlees. Ze stalen de oude ossenwagen die hij ooit helemaal uit Zuid-Afrika naar Mabika haalde. Ze namen zijn kleren, zijn mes, zijn vork, zijn lepel en de plastic beker waar hij zo graag uit dronk.

Maar het allerergste van de soldaten van Renamo was dat ze zijn groenten, zijn bieten en zijn kolen, hun rust niet gunden. Elke woensdag moest hij opnieuw gaan planten, de hele burgeroorlog lang.

Na het einde van die oorlog moet het in Mabika een paar jaar rustig zijn geweest. Totdat ,,niet eens zo lang geleden'', de olifanten kwamen, voor ieder ander een teken van vrede en ontwikkeling in Mozambique. Toen het schieten stopte, en de landmijnen eindelijk waren verwijderd, werd zijn achtertuin voor de dikhuiden een paradijs.

Vijfhonderd zijn er nu naar schatting. En nu eten zij zijn bieten en zijn wortels, hoe hij ze met zingen en klappen en blikjes aan touwtjes ook probeert te verjagen. ,,Olifanten zijn net als soldaten en politici'', zegt chief Mabika zacht en traag. ,,Ze eten mijn tuin leeg.'' Dat is alles wat hij te zeggen heeft, gebaart hij met zijn verrimpelde handen. Het is tijd voor het bezoek om weg te gaan. De oude chief Mabika wil graag een beetje rust.