Het vege lijf

De eerste die uit vrees voor een terroristische aanslag ervan af zag, in het publiek het woord te voeren, was Paul Cliteur, als columnist de voorvechter van beleefde burgerlijke omgangsvormen, in het dagelijks verkeer een bewonderaar van Theo van Gogh. Hij werd gevolgd door Bart Jan Spruyt, voorzitter van de conservatieve Edmund Burke Stichting. Hij werd door ,,links radicale jongeren van autochtone komaf met de dood bedreigd''. Na afloop van een lezing kwamen ze naar hem toe. ,,Net als Volkert van der G. hebben we er graag achttien jaar voor over om jou neer te schieten'', zeiden ze. Spruyt deed geen aangifte maar schakelde een bevriend beveiligingsbedrijf in. Dat gebeurde in maart van dit jaar. Ik heb toen geschreven dat de minister van Binnenlandse Zaken dit niet op zich kon laten zitten. Desnoods had hij de spreker door een peloton agenten van de AIVD moeten laten beschermen, de bedreigers inrekenen waarna ze krachtens artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht tot twee jaar gevangenisstraf konden worden veroordeeld. Zijn Cliteur en Spruyt al terug? Niets meer van gehoord.

Na de politiek-religieuze moord van 2 november verdween mevrouw Hirsi Ali uit het openbare leven. Begrijpelijk. Ook zij was met de dood bedreigd. En als je op zo'n manier een goede vriend verliest, staat je hoofd niet naar het werk van alledag. Bovendien wil je je de media van het lijf houden. Drie goede redenen om je aan de openbaarheid te onttrekken. In een interview met deze krant zei ze dat ze naar de Tweede Kamer zou kunnen als ze dat zou willen. Maar meer dan een maand later is ze daar nog niet weer verschenen. Haar verblijfplaats wisselt voortdurend en is altijd geheim.

Sinds kort verschijnt ook het zelfstandige Kamerlid Geert Wilders niet meer in de volksvertegenwoordiging. Hij is bezig, zijn eigen partij op te richten, krijgt een lawine van bijval maar wordt door ,,problemen met zijn beveiliging'' belemmerd. Al sinds 14 oktober wordt hij bewaakt, maar dat vindt hij niet voldoende en bovendien voelt hij zich niet veilig op zijn zetel in de Tweede Kamer, recht onder de publieke tribune. Voorzitter Weisglas verzekert dat alles wat Wilders op het gebied van beveiliging vraagt, wordt uitgevoerd. Van een andere stoel is het nog niet gekomen. Wel heeft Wilders zijn probleem met minister Donner van Justitie besproken. Moest hij onderduiken? Nee, zei de bewindsman, want door de publicitaire ophef bij zijn terugkeer zou hij meer dreiging riskeren. Nog steeds volgens Wilders ,,suggereerde Donner dat de problemen konden worden opgevangen als hij na een periode van afwezigheid zou aankondigen, uit de politiek te stappen''.

Ik ga ervan uit dat het allemaal waar is. Zijn we hier gek geworden? Of zijn de nazi's terug? Zijn ons leger, onze politie, de geheime diensten door een binnengevallen grootmacht onder de voet gelopen? Regelmatig lezen we dat we na een bepaalde tijd beter niet in de trein van Amsterdam naar Lelystad kunnen gaan zitten, wegens het risico van mishandeling en beroving. Om dat gevaar tegen te gaan, zullen de coupés met drukknopjes worden uitgerust. Dat lijkt me al een grote stap voorwaarts. Blijft de vraag of je in een op deze manier beveiligde ruimte alles mag zeggen wat binnen de grenzen van onze wetten toelaatbaar is.

In de Tweede Kamer begint dat onmogelijk te worden. De heer Wilders en ik verschillen op vrijwel alle punten van zijn publieke optreden van mening. Maar niet graag had ik bijvoorbeeld willen missen dat hij ,,de hoofddoekjes rauw lust''. Al was het maar om de beeldspraak. Ik mis ook mevrouw Hirsi Ali en de heren Cliteur en Spruyt. We kunnen de publieke discussie toch niet aan de linkse kerk overlaten?

Alle gekheid op een stokje. We krijgen nu langzamerhand de indruk dat het openbaar debat werkelijk wordt aangetast, van twee kanten. Er zijn mensen in Nederland gek genoeg om uit politieke of godsdienstige overwegingen een moord te plegen. Die heb je ook in andere landen. En er zijn mensen die voorkomen dat dit gebeurt. In Nederland kennelijk te weinig. Een Amerikaanse president, niet in het bijzonder deze, wordt misschien wel dagelijks met de dood bedreigd. De afgelopen honderd jaar is het één keer gelukt. Dat we niet meer staatshoofden te betreuren hebben, is te danken aan de vakkundige beveiliging.

Terrorisme is een gegeven van het nieuwe politieke leven, ook in Nederland. Dit betekent dat we onze publieke personen beter moeten bewaken, in plaats van een opmerkelijk iemand omzichtig te laten weten dat hij misschien beter een ander baantje zou moeten zoeken. Lichamelijke bestaanszekerheid in de politiek is hier blijkbaar niet meer vanzelfsprekend.

Dit feit op zichzelf dreigt het systeem tot een gammel geheel van ouderwets Balkan-achtige allure te maken. Twee weken geleden heb ik een paar gedachten over een staatsgreep in Nederland opgeschreven. Met een beetje goede wil kun je zeggen, dat die allang aan de gang is.