Een leefpremie voor iedereen lost alles op

De `hervorming' van de sociale zekerheid is zo complex dat niemand er meer een touw aan vast kan knopen, meent Arjen van Witteloostuijn.

In deze barre tijden zou je het bijna vergeten, maar ongeveer een maand geleden is een sociaal akkoord gesloten. Vakbonden, werkgeversverenigingen en het kabinet zijn het eens geworden over een compromis. De technische details van dat compromis zijn dusdanig hoofdpijnverwekkend, dat hooguit 0,00001 procent van de bevolking een idee heeft van wat deze kleine letters precies inhouden. Hoewel ik ervoor heb doorgeleerd, hoor ik daar zeker niet bij.

De hoofdboodschap klinkt overbekend in de oren: het stelsel van sociale zekerheid wordt `hervormd' door regelingen in de sfeer van bijvoorbeeld de WAO, het prepensioen en de WW te versoberen. Daarmee is de zoveelste stap gezet in het langdurige proces van de aanpassing van het sociale zekerheidstelsel aan de economische werkelijkheid.

Voor mij, als product van de jaren '70 van de vorige eeuw, is het beginpunt van deze lijdensweg `Bestek '81' geweest van het toenmalige kabinet van Agt/Wiegel. Andere mijlpalen waren het `Akkoord van Wassenaar' met het kabinet-Lubbers I, begin jaren '80, en de opstand tegen de WAO-plannen van het kabinet-Lubbers/Kok, begin jaren '90. Deze mijlpalen zijn slechts opvallende pieken in een quasi-permanente stroom van aanpassingen en aanpassinkjes. Ik ben het spoor bijster.

En ik ben de enige niet, vrees ik. De kreten zijn allang niet meer verrassend. De `hervormingen' zijn noodzakelijk vanwege de onomkeerbare processen van individualisering, mondialisering en vergrijzing. De toverwoorden zijn versobering en flexibilisering. Aan de ene kant moet het stelsel goedkoper worden gemaakt. Een te duur stelsel kan niet meer worden opgebracht door een vergrijzende samenleving, maar ondermijnt ook de toch al wankele concurrentiekracht van het bedrijfsleven in een mondialiserende wereld. Daarom moet bijvoorbeeld het prepensioen bij de vuilnisbelt, en moet de WAO moeilijker toegankelijk worden gemaakt. Aan de andere kant moet in een individualiserende samenleving activerend maatwerk worden geleverd, zodat iedere burger zoveel mogelijk haar of zijn ,,eigen verantwoordelijkheid neemt''. Daarom moet bijvoorbeeld de kloof tussen bijstand en minimumloon worden vergroot, en moet een levensloopregeling studie- en zorgflexibiliteit bieden. Achter deze eenvoudige karakterisering gaat echter een oerwoud van deelregelingen en -regelingetjes schuil, van reïntegratiebeleid en allerlei aftrekposten tot ontelbare subsidiepotjes en maatregelen in de sfeer van positieve discriminatie.

Het gevolg hiervan is dat enerzijds de complexiteit van de bestaande en voortdurend veranderende regelgeving bijna iedereen ver boven de pet gaat, terwijl anderzijds de eindbestemming van het permanente proces van `hervormingen' in nevelen gehuld blijft. Deze complexiteit gaat gepaard met een kafkaëske bureaucratie van ongekende omvang, gecombineerd met een ontembare fraudegevoeligheid. De onbekende eindbestemming leidt tot het onbehaaglijke gevoel dat via het onstuitbare proces van schaaf- en hakwerk nooit een `optimaal' stelsel zal worden bereikt. Geen wonder dat het vertrouwen in `Den Haag' onder druk staat. Van de overheid kan veel worden gezegd, maar niet dat zij betrouwbaar en transparant is. Ikzelf krijg met enige regelmaat berichten van het ABP – mijn verplichte pensioenverzekeraar – dat deze of gene beleidswijziging leidt tot dit of dat gat, zodat bijverzekering in de vorm van premieverhoging x of y serieus moet worden overwogen. Wat precies in mijn specifieke geval staat te gebeuren en wat daarom voor mij de optimale oplossing is, kan niet eenvoudig worden uitgelegd. Daarvoor is het nodig mijn particuliere omstandigheden in één en ander te betrekken zodat – mede op basis van mijn individuele voorkeuren en verwachtingen, alsmede die van mijn mede-gezinsleden – een reeks alternatieve maatwerkoplossingen via modeldoorrekeningen kan worden opgespoord. Bent u er nog?

Het zou mooi zijn als aan deze gekkigheid een einde komt. Dat vraagt om echte hervormingen en niet om het halfbakken en onbestemde geschaaf waarmee de samenleving de afgelopen kwarteeuw is overspoeld. Zulke hervormingen zijn gebaat bij de toepassing van het KISS-principe: Keep it Simple, Stupid! Het simpelste stelsel is: een leefpremie op of net boven het minimum voor iedereen. De hoogte van deze leefpremie kan desgewenst per leeftijd variëren. Bijverzekeren kan en mag, maar dat zoeken individuen en markten zelf maar uit. Tegelijkertijd worden alle belastingaftrek-, subsidie- en uitkeringsregelingen geschrapt. AOW, bijstand, hypotheekaftrek, fietsregeling, WAO, WW – het behoort allemaal tot het verleden. Deze eenvoud heeft ten minste zes voordelen:

1. De kafkaëske bureaucratie kan vrijwel in zijn geheel worden afgeschaft. Het enige waaraan nog behoefte is, is een gireerdienst.

2. De administratieve druk voor het bedrijfsleven wordt drastisch gereduceerd. Ondernemerschap wordt gestimuleerd in plaats van ontmoedigd.

3. Mogelijkheden tot fraude worden tot een minimum teruggebracht. Leeftijd en paspoort zijn de enige relevante criteria.

4. Aan de fnuikende betutteling van allerlei ambtelijke diensten komt een einde. De eindeloze rij met condities en verplichtingen verdwijnt in de papiervernietiger.

5. De individuele vrijheid wordt gemaximaliseerd. Elk individu kan naar eigen goeddunken luieren, studeren, werken en/of zorgen.

6. De bruto-netto-wig wordt verkleind. Alle inkomsten bovenop de leefpremie zijn extra, zonder gevolgen voor de hoogte van deze premie.

Nivellerende of denivellerende maatregelen lopen via een rechttoe rechtaan belastingstelsel met een beperkt aantal schijven. Veel bestaande uitkeringen zijn overigens al leefpremie-achtig, zoals de AOW, heffingskorting, kinderbijslag en studiefinanciering.

Deze KISS-regeling is zeker omgeven met allerlei nadelen. Daarom zijn pleidooien voor deze regeling onder zijn vorige naam – het basisinkomen – een stille dood gestorven. Het is hoog tijd voor een opstand uit de dood. Gelukkig is dat, volgens velen, eerder vertoond.

Arjen van Witteloostuijn is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen.