De geloofsgevangenis uit

Het Kamerlidmaatschap van Ayaan Hirsi Ali is slechts een tijdelijk middel in haar strijd tegen de onderdrukking van de vrouw. ,,Ze heeft niet de bedrading van een politicus'', zegt Ciska Dresselhuys, hoofdredacteur van Opzij en `vriendin van'. ,,Zo iemand heeft niet het geduld, ze wil het sneller.'' zegt Herman Philipse, filosoof en `vriend van'. Het KRO-programma Reporter doet een poging de drijfveren van het sinds de moord op Theo van Gogh ondergedoken Kamerlid te achterhalen. Aan de hand van gesprekken met Dresselhuys, Philipse, arabist Hans Jansen en een Somalische vriendin reconstrueert Reporter de strijd van Hirsi Ali tegen de islam. Als kind van een streng religieuze moeder en een vader die in het Somalische verzet zat, groeide Hirsi Ali op als vluchtelinge. Ze vluchtte naar Nederland toen ze uitgehuwelijkt dreigde te worden, werd tolk, maar bleef moslima. Nadat haar jongere zus ook naar Nederland kwam en een psychose kreeg door de worsteling met haar geloof, begon Hirsi Ali te twijfelen aan de islam. Toen haar zusje terugging naar Kenia en daar werd vastgebonden en geslagen om ,,de duivel uit te drijven'', zoals een vriendin van Ayaan het zegt, en vervolgens overleed, werd de twijfel manifester. De echte omslag kwam volgens Philipse op `11 september'. ,,Dat had ik kunnen zijn'', zegt Hirsi Ali.

De rest is, zoals dat heet, history. Het wetenschappelijk bureau van de PvdA bood haar onvoldoende ruimte haar idealen te realiseren, dus sloot Hirsi Ali zich aan bij de VVD. Het schrijven van opiniestukken was een goede intellectuele uitdaging, maar meer effect hadden radio, televisie en de film Submission – volgens Jansen ,,een saai filmpje''. Hirsi Ali: ,,Ik heb zeer bewust voor de aanval gekozen en ik vind dat dat effectief is.''

Met name Dresselhuys en Philipse lijken zich Hirsi Ali's strijd te hebben toegeëigend. Op de vraag waarom ze haar strijd zo publiekelijk voert zegt Philipse fel: ,,Omdat dat precies is wat ze zo schandalig vindt. Dat je geboren wordt in een geloofsgevangenis, je mag er niet uit. (...) Dat vindt zij inhumaan. En ik vind dat ook inhumaan.'' Dresselhuys constateert dat strijdlust nu eenmaal een gegegeven in het leven van Hirsi Ali is: ,,Als Ayaan zich niet tegen de islam zou richten, dan zou ze wel strijden voor de olifanten of zoiets dergelijks.'' Wie dat zegt over een Kamerlid dat vanwege haar opvattingen zit ondergedoken, heeft wellicht minder begrepen van de diepste overtuigingen van Hirsi Ali dan ze zelf doet voorkomen.

Reporter. KRO, Ned.1, 21.00-21.40u.