Bush ziet ineens EU staan

Sinds zijn herverkiezing praat de Amerikaanse president ineens over Europa. Maar er blijft veel wantrouwen, meent Roger Cohen.

President George W. Bush heeft de afgelopen weken geregeld een term in de mond genomen die de Europeanen wel kennen, maar die Bush in zijn eerste vier jaar weinig heeft gebezigd: `Europese Unie'.

Bush heeft ,,actie via de NAVO en met de Europese Unie ter versterking van de samenwerking tussen Europa en Amerika'' toegezegd. Hij heeft zijn dank uitgesproken ,,jegens de EU voor haar hulp bij het oplossen van de crisis in Oekraïne''. Hij heeft erop gezinspeeld dat de ,,vertegenwoordiger van de Europese Unie'' in Oekraïne er op heeft aangedrongen geen geweld te gebruiken.

Dat zijn allemaal uitspraken van na 2 november. Vroeger gaf deze president de voorkeur aan ,,coalities van bereidwilligen'' en verdeelde hij Europa liefst in trouwe bondgenoten die je hooghield, en onbetrouwbare vrienden die je op de vingers tikte. Is zijn wereldbeeld veranderd?

Dit is niet zomaar een vlaag van altruïsme. Het is eenzaam daar in Irak, en duur, en de afgelopen maand zijn er meer dan 130 Amerikanen gesneuveld. Bovendien is duidelijk dat de EU werkelijk invloed heeft op de krachten die in de Oekraïne streven naar meer democratie; daar hebben Amerika en Europa dezelfde belangen.

Toch blijft de EU de conservatieven rond Bush dwarszitten. Mensen die vinden dat Amerika zijn nationale macht moet uitdragen beschouwen deze Europese oefening in transnationale soevereiniteit per definitie als zorgwekkend. Geen wonder dat de Amerikaanse regering de omgang met China makkelijker vindt dan die met Europa. De Chinese nationalistische aspiraties zijn tenminste begrijpelijk. De geleidelijke opbouw van een omvangrijk, vanuit Brussel opererend lichaam, dat nauwelijks een leger heeft maar wel een hoop nationale soevereiniteit heeft ingeleverd, is voor Republikeinse haviken niet zo gemakkelijk te bevatten. Velen van hen menen zelfs dat het tijd is om te proberen verdeeldheid te zaaien in een EU die zich op het wereldtoneel beschouwt als een tegenwicht voor de Verenigde Staten. Dat was Bush' lijn in zijn eerste ambtstermijn.

Zijn eerste bezoek aan Europa betrof Madrid, Warschau en Londen, om te benadrukken dat trouw zou worden beloond en twijfelaars zouden worden afgewezen. Ook de verhalen over het oude en het nieuwe Europa dienden om verdeeldheid te zaaien. De EU werd door het Witte Huis nauwelijks vermeld, omdat de regering-Bush haar geen steun waard achtte.

David Frum, een conservatieve auteur die voor de regering-Bush economische speeches heeft geschreven, zei hierover: ,,Wij moeten begrijpen dat het verkeerde soort eenwording in Europa de Verenigde Staten ernstige problemen kan bezorgen.'' Met ,,verkeerde soort'' bedoelde hij een streven onder Franse leiding om een nieuw mondiaal machtscentrum te worden.

Een soortgelijk standpunt is onlangs verwoord door de Washingtonse jurist Jeffrey Cimbalo, die in Foreign Affairs betoogde dat ,,de politieke integratie van de EU het grootste gevaar voor de continuïteit van de Amerikaanse invloed in Europa betekent sinds de Tweede Wereldoorlog''. Cimbalo stelde dat voor de VS de tijd gekomen was om ,,te stoppen met hun kritiekloze steun aan de Europese integratie''.

Dergelijke overwegingen doen allang de ronde. Maar ontwikkelingen als de felle transatlantische onenigheid over Irak, de opkomst van nog duidelijker Europese waarden, het streven naar een nieuwe mate van eenwording dat spreekt uit de ontwerp-Europese grondwet, en de toenemende kracht van de euro hebben de toon van het debat verscherpt. De Europeanen kijken wantrouwig naar het Amerika van Bush. En dat betaalt hun met gelijke munt terug.

Toch lijkt Bush niet, althans nog niet, bereid om de EU zonder voorbehoud te behandelen als een rivaal in opkomst die maar het beste kan worden gesaboteerd. De eerste weken sinds de verkiezingen lijken juist aan te geven dat de president twijfelt over de verdeel-en-heersbenadering jegens de EU uit zijn eerste termijn.

Zijn toezegging om Europa ,,na mijn inauguratie zo spoedig mogelijk'' te zullen bezoeken, zijn positieve toespelingen op de EU, en zijn bereidheid om in de crisis in de Oekraïne met de EU samen te werken, betekenen dat hij toegeeft dat de keuze voor coalities van bereidwilligen een prijs had. De tekorten nemen toe en Amerika staat tegenover een vijandige wereld. ,,Bush heeft de eerste stap gezet om toe te geven dat er een probleem was, dat het niet voldoende was om te zeggen `wij zijn machtig, wij hebben gelijk, en de bondgenoten die ertoe doen zullen uiteindelijk wel bijdraaien''', zei Philip Gordon, een Europa-expert van het Brookings Institution. ,,Maar hij wantrouwt de EU nog altijd en hij heeft nog niets concreets gedaan om de betrekkingen te veranderen.'' Bush komt de EU tegemoet, maar zonder tot de overtuiging te zijn gekomen dat zij werkelijk een strategische partner kan zijn inzake bijvoorbeeld het nucleaire programma van Iran. De scepsis over dat rare, transnationale Europese monster, met zijn voorliefde voor internationale instellingen, blijft groot in Washington.

De Europese Unie heeft nog steeds moeite om in de Verenigde Staten goed in beeld te komen. Amerika maakt zich zorgen over de groei van dat vage geval dat het ter wereld heeft helpen brengen en heeft beschermd. Maar er zijn tekenen dat de belangstelling voor de EU toeneemt. Een optimistisch boek over de Europese integratie door T.R. Reid, journalist van de Washington Post, heeft een paar weken op de bestsellerlijst van de New York Times gestaan. Het heet The United States of Europe: The new superpower and the end of American supremacy. Daar gaat het hart van een Brusselse bureaucraat sneller van kloppen, en het zorgt misschien voor een frons in het Witte Huis.

Roger Cohen is columnist voor de New York Times en de International Herald Tribune.

© New York Times syndicate