Scholier scoort goed in wiskunde

Nederlandse scholieren van vijftien jaar behoren tot de best presterende ter wereld in wiskunde, natuurwetenschappen en lezen. Maar kinderen uit lagere sociale en migrantenmilieus presteren opvallend minder dan elders. Ook zijn de verschillen tussen scholen groot.

Dit blijkt uit een vandaag gepubliceerde studie van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso) in 41 landen. In die landen zijn vorig jaar meer dan een kwart miljoen scholieren getest. Het is de tweede keer dat de Oeso dit onderzoek, Program for International Student Assessment (PISA), heeft uitgevoerd. Nederland ontbrak in PISA 2000, omdat toen onvoldoende gegevens beschikbaar waren.

In Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en de VS blijkt de sociaal-economische achtergrond van scholieren van bovengemiddelde invloed op de prestaties. Volgens de Oeso blijkt toewijzing van extra geld voor het onderwijs ,,de sociaal-economische verschillen eerder te versterken dan te matigen''.

Migrantenkinderen presteren in Nederland, België, Duitsland, Zweden en Zwitserland relatief slecht. Nederland behoort met landen als België, Duitsland en Turkije bovendien tot de landen waar de prestatieverschillen tussen scholen het grootst zijn.

Volgens PISA 2003 heeft de sociaal-economische achtergrond van de leerling juist in landen met veel verschillende schooltypes, zoals Nederland, een ,,beduidend grotere impact'' op de schoolprestaties. De Oeso spreekt van een ,,zorgwekkende'' ontwikkeling. In deze landen, naast Nederland ook België en Duitsland, is het ,,veel moeilijker'' om sociale gelijkheid te realiseren. De oorzaak is dat leerlingen van wie weinig wordt verwacht snel naar een lager schooltype worden gestuurd, waardoor er minder stimulans is hen met individuele steun op een hoger niveau te brengen.

België, Zuid-Korea, Japan en Hongkong hebben de meeste scholieren die het hoogste wiskundeniveau halen. Ook Finland en Nederland (vijfde bij wiskunde) zijn ,,toppresteerders''.

ACHTERGROND: pagina 2