Rebellie in Macedonië

Een groep gewapende Albanezen heeft de controle over een dorp in Macedonië overgenomen, tot consternatie van de regering en hun eigen leiders.

De ongeveer tweehonderd in het zwart geklede Albanezen roeren zich al drie maanden in het dorp Kondovo, even buiten de hoofdstad Skopje. Gisteren maakten ze aanstalten wegversperringen op te richten. Ali Ahmeti, oud-leider van het vroegere Nationale Bevrijdingsleger UÇK dat in 2001 een korte oorlog tegen de Macedoniërs uitvocht, zei gisteren na overleg in Kondovo dat de rebellen ontevreden zijn ,,over de manier waarop ze door de politie worden behandeld''.

In 2001 eindigde de oorlog tussen het UÇK en de Macedonische strijdkrachten met het vredesakkoord van Ohrid. Een van de bepalingen in dat akkoord voorziet in amnestie voor UÇK-leden die hun wapens zouden inleveren. Volgens Menduh Thaçi, een andere leider van de minderheid die Kondovo heeft bezocht, zeggen de opstandige Albanezen ,,dat de politie de amnestiewet niet respecteert''. De politie meldde gisteren dat veel van de rebellen ,,een criminele achtergrond'' hebben en op grond van de amnestiewet aanspraak maken op onschendbaarheid voor misdrijven die ze hebben gepleegd maar niets te maken hebben met de opstand van 2001.

De nationalistische oppositie verwijt de regering in Skopje niet op te treden tegen ,,krachten die kwaad worden als ze terroristen worden genoemd, maar die niettemin illegaal zijn''.