Nederlander vast om handel gif Irak

De nationale recherche heeft gisteren in Amsterdam een Nederlander aangehouden die wordt verdacht van de verkoop van duizenden tonnen grondstof voor chemische wapens aan Irak in de jaren tachtig.

De Nederlander wordt beschuldigd van betrokkenheid bij oorlogsmisdaden en genocide. Hij stond volgens justitie op het punt om Nederland te ontvluchten. Volgens de Verenigde Naties was hij een van de grootste tussenhandelaren bij de levering van chemische materialen aan Irak.

Het landelijk parket vermoedt dat de 62-jarige Frans van A. de grondstoffen tussen 1984 en 1988 leverde aan het toenmalige regime van Saddam Hussein. Het regime heeft chemische wapens ingezet in de oorlog tegen Iran en tegen de Koerdische bevolking in Noord-Irak. De beruchtste chemische aanval was die op de Koerdische stad Halabja in 1988, waarbij zeker 5.000 mensen omkwamen.

De verdachte zou de grondstoffen voor de mosterd- en zenuwgassen uit Japan en de Verenigde Staten hebben betrokken.

De douane in het Amerikaanse Baltimore kwam de verdachte al eerder op het spoor, toen bleek dat hij betrokken was bij transport van vier ladingen thiodyglycol (de grondstof voor het zeer giftige mosterdgas), die via de havens van Antwerpen en Aqaba in Jordanië werden verscheept naar Irak.

Op verzoek van de Amerikaanse autoriteiten werd de Nederlander in 1989 aangehouden in Milaan. Hij zat twee maanden vast. Toen hij vrijkwam, vluchtte hij naar Irak. Daar bleef hij tot het begin van de oorlog in 2003. Via Syrië ontkwam hij naar Nederland.

Na publicaties over Van A. in de Nederlandse media werden vorig jaar Kamervragen over de man gesteld aan de ministers Remkes (Binnenlandse Zaken) en Donner (Justitie).

Volgens onderzoek van het landelijk parket zou de verdachte rechtstreeks zaken hebben gedaan met de autoriteiten in Irak. Hij maakte daarbij gebruik van financiële constructies die zijn eigen betrokkenheid moesten verhullen. Hij zou geopereerd hebben vanuit een Panamese onderneming die in het Zwitserse Lugano was gevestigd.

Justitie zegt uit meerdere bronnen te kunnen afleiden dat de man op de hoogte was van de bestemming en het gebruik van de door hem geleverde stoffen. De aanvallen tegen de Koerden waren volgens internationale waarnemers een duidelijke poging die bevolkingsgroep systematisch uit te roeien.

Het landelijk parket doet het strafrechtelijk onderzoek tegen Van A. in samenwerking met de opsporingsdienst FIOD-ECD op basis van de Wet oorlogsstrafrecht en het Genocideverdrag.

Van A. wordt later deze week voorgeleid aan de rechter-commissaris van de rechtbank Arnhem. Deze rechtbank is gespecialiseerd in oorlogsrecht.

In het vooronderzoek is samengewerkt met de Verenigde Staten, Zwitserland, Italië, België en Jordanië.

ACHTERGROND: pagina 2