Laat Turkije het Midden-Oosten leiden (Gerectificeerd)

Turkije moet geen deel uitmaken van de EU. Dit land moet juist voorop gaan in de economische en politieke ontwikkeling van het Midden-Oosten, meent Amitai Etzioni.

We zouden Turkije het lidmaatschap van de EU niet moeten ontzeggen, omdat het ongeschikt zou zijn als lid van deze gemeenschap van vrije landen, maar juist omdát we erkennen dat Turkije aanzienlijk is opgeschoten een democratische maatschappij te worden en daarom zijn verantwoordelijkheid zou moeten nemen om het Midden-Oosten dezelfde kant op te leiden. Bovendien past een bevordering van het regionalisme buiten de EU goed in de opkomende multiregionale wereldorde. Het Turkse volk moet zich dan ook niet door Europa afgewezen voelen, maar dient trots te zijn en moet er een uitdaging in zien.

In feite zou Turkije een rol kunnen spelen zoals Duitsland heeft gehad bij de vorming van de EU, toen het samenwerkte met het land dat voordien zijn aartsvijand was: Frankrijk. In het Midden-Oosten is Turkije deze kant al opgegaan door een zelden genoemd militair en economisch bondgenootschap met Israël te sluiten, dat zich uitstrekt tot gezamenlijke militaire manoeuvres door de luchtmacht en marine van beide partijen, gezamenlijke productie van raketten en het delen van inlichtingen. In 1996 werd een akkoord over een Turks-Israëlische vrijhandelszone getekend. En in 2003 bereikte de handel tussen deze twee landen de 1,5 miljard dollar. Uiteraard is deze nauwe band wat minder geworden sinds de regering van Recep Tayyip Erdogan het roer heeft overgenomen, maar de verhouding kan zo weer opbloeien, vooral zodra de Palestijnen hun eigen staat hebben.

Andere veelbelovende kandidaten voor het lidmaatschap van de nieuwe regionale gemeenschap in het Midden-Oosten zijn onder meer Libanon (in het bijzonder als de Syrische overheersing van dit land wordt teruggebracht), Jordanië (dat eigenlijk aanzienlijke banden heeft met Turkije en Israël) en uiteindelijk ook Egypte (naarmate dat hervormt). En hopelijk zou ook een democratische Palestijnse staat zich bij zo'n gemeenschap kunnen aansluiten, waarmee het equivalent zou ontstaan van de oorspronkelijke eerste zes leden van de EU. Ook hier zouden de banden in eerste instantie heel goed economisch kunnen zijn, met inbegrip van vrijere handel en vrijer verkeer. Daarna zouden de harmonisatie van wetgeving en de vorming van gemeenschappelijke instellingen kunnen volgen. Net als in Europa is de allerbeste garantie dat deze landen geen oorlog met elkaar voeren of groeperingen steunen die hun buren terroriseren, dat ze – naarmate ze intern democratiseren – lid van één regionale gemeenschap worden.

Het is niet per se het beste om steeds meer landen te betrekken bij dezelfde gemeenschap (d.w.z. de EU) en de landen die krachtens een bepaald criterium niet voor het lidmaatschap in aanmerking komen in een isolement te drijven. Het beeld dringt zich op van een veelpoliger regionalisme, waarin allerlei landen een heel scala van gemeenschappen vormen. Zo zouden de Oost-Aziatische landen een eigen regionaal orgaan kunnen vormen, met als mogelijk uitgangspunt de ASEAN – de associatie van Zuidoost-Aziatische landen. (Japan streeft weer naar een ander regionaal orgaan in het gebied.) Ook in Latijns- of Midden-Amerika zouden de landen hun eigen gemeenschap kunnen vormen – in de geest van MERCOSUR – in plaats van op te gaan in het Noord-Amerikaanse geheel, dat wordt overheerst door de VS. Een gemeenschap in het Midden-Oosten zou als democratiserende magneet voor andere landen in het gebied kunnen fungeren en daarmee een goede aanvulling op zo'n mondiale architectuur vormen.

Er zijn altijd mensen geweest die bang zijn dat regionale organen elkaar dan misschien niet met wapens te lijf gaan, maar wel in handelsoorlogen verwikkeld kunnen raken. Maar tot nu toe heeft de ervaring aangetoond dat handelsconflicten minstens even goed zijn op te lossen door regionale organen als door nationale staten en dat ze als politiek tegenwicht voor elkaar fungeren. Bovendien zijn er geen tekenen dat ze elkaar zullen uitdagen met hun strijdkrachten.

Van groot belang is dat op den duur de kleiner wordende wereld – een van de zeldzame clichés met een aanzienlijk sociologisch realiteitsgehalte – zal vragen om meer mondiale bestuurskracht voor het toenemende aantal internationale problemen dat niet op nationaal niveau kan worden aangepakt, zoals het terrorisme, besmettelijke ziekten en computervirussen, om maar enkele te noemen. Daarbij doen we er goed aan het sociologische inzicht ter harte nemen dat een gezamenlijk beleid voor grote groepen zich het beste laat vormen door deze eerst op te delen in subgroepen die elk hun eigen overeenstemming bereiken. Daarna komen dan de vertegenwoordigers van deze subgroepen bijeen om tot een overkoepelende overeenstemming te komen. In feite is er al enige beweging in deze geest waar te nemen bij de Wereldbank en de VN, waar niet meer wordt geprobeerd alle landen bij elk genomen besluit te betrekken, maar waarbij bepaalde groeperingen een gezamenlijke, regionale vertegenwoordiging verkrijgen. Een wereld van regionale gemeenschappen zou als belangrijke opstap kunnen dienen tot de vorming van een doelmatig, zij het beperkt wereldbestuur.

Waarmee we weer terug zijn bij Turkije. Het past goed in een nieuwe wereldopzet om dat land te vragen voorop te gaan in de economische en politieke ontwikkeling van de gemeenschap in het Midden-Oosten. Bovendien betekent zo'n ontwikkeling niet dat Turkije banden met de EU worden ontzegd – zoals de EU ook samen met andere landen nog grotere internationale instellingen heeft gevormd, bijvoorbeeld de Europese Raad. Nationale staten zullen niet zo snel verdwijnen; maar ze zullen wel merken dat hoe meer ze regionale gemeenschappen vormen (die weer hun eigen bruggen bouwen), hoe meer baat ze daarbij zullen hebben, en hoe beter dat weer is voor de prille wereldgemeenschap.

Amitai Etzioni is verbonden aan de George Washington-universiteit en auteur van het onlangs verschenen `From Empire to Community: A New Approach to International Relations'.

Rectificatie

EU-instellingen

In het artikel Laat Turkije het Midden-Oosten leiden (7 december, pagina 9) staat dat de EU met andere landen grote instellingen heeft gevormd, bijvoorbeeld de Europese Raad. Bedoeld is: Raad van Europa.