Harder dan vuurwerk en nog goedkoper ook

Nu aan vuurwerk moeilijker te komen is, stappen veel jongeren over op melkbusschieten met carbid. Tot voor kort een folklore in het noorden, maar nu breidt het zich uit over het hele land.

Drie zwartgrijze brokken carbid (spreek uit carbiet) stopt Jannes Henk van der Veer uit Bakkeveen in een rode melkbus. Hij giet er wat water overheen, propt een slappe voetbal in de opening van de bus, wacht een paar seconden en trekt aan de piëzo-ontsteking, die aan de onderkant van de melkbus is gemonteerd. Een oorverdovende knal volgt. De voetbal vliegt meters het weiland in.

,,Om ongelukken te voorkomen adviseer ik mijn klanten om een voetbal in plaats van het deksel op de melkbus te leggen'', licht Nicolaas van der Veer, eigenaar van een bouwbedrijf en verkoper van het steenachtige materiaal toe. ,,Een deksel kan tientallen meters wegschieten. Die kun je beter niet tegen je hoofd krijgen.'' Een melkbusdeksel kan ook klem raken, waardoor de melkbus scheurt.

Na de knal gooit Van der Veer de brokjes uit de melkbus en veegt het witte calciumhydroxide eraf. De carbidbrokjes kunnen nog zo'n twintig keer gebruikt worden, tot er niets meer van rest dan een wit poeder.

Het traditionele carbid- of melkbusschieten is helemaal terug. In het noorden en oosten van het land zijn de eindejaarsknallen al decennialang een geliefde traditie, maar ook het westen lijkt carbid nu als alternatief voor knalvuurwerk te ontdekken. Van der Veer denkt dat de strengere regels voor vuurwerkopslag veel handelaren noopten de verkoop van knalvuurwerk te stoppen. Hij verwacht dat veel jeugd op oudejaarsdag overstapt op carbidschieten. ,,Dat produceert een hardere knal dan vuurwerk'', weet hij, ,,en is bovendien goedkoper.'' Van der Veer verkoopt al jaren carbid aan groothandelaren en winkelketens. De laatste veertien dagen van het jaar levert hij aan particulieren. Zijn klandizie, vooral jongeren, is de laatste twee jaar sterk toegenomen.

Hij heeft bij de gemeente Opsterland een vergunning aangevraagd voor de opslag van 10.000 kilo carbid. Carbid is geen vuurwerk en valt niet onder het vuurwerkbesluit, maar gemeentes kunnen wel verordeningen opstellen voor opslag ervan. Van der Veer verwacht 50 procent meer omzet te draaien met de carbidverkoop dan vorige jaren. Een kilo carbid verkoopt hij voor vijf euro. ,,De kosten per knal zijn miniem.''

Op het platteland waren de carbiddreunen al een bekend verschijnsel, maar het slaat nu ook over naar andere delen van het land. Van der Veer heeft inmiddels klanten uit Noord-Holland, Gelderland en Noord-Brabant.

Van der Veer leerde het carbidschieten op zijn zestiende van zijn ,,pake'' (opa). Zoals veel zoons het leerden van hun vader. Meisjes schijnen nauwelijks aan carbidschieten te doen. Van der Veer was indertijd ,,direct verkocht''. ,,Ik heb nooit meer knalvuurwerk gekocht.''

Carbidschieten is gezellig, vertelt hij, omdat het in groepsverband gebeurt. Vaak staan verscheidene melkbussen op een rij die om de beurt een knal afgeven. ,,Er zit ook een competitie-element in, namelijk wie de hardste kan produceren.''

Hij noemt carbidschieten een sport, waarin je een vaardigheid kunt ontwikkelen. Want de beoefenaar moet uitproberen hoeveel water hij bij de carbidbrokken moet gooien. En hoe lang hij moet wachten voor de ontsteking – meestal een vuurtje bij een kleine opening aan de onderkant van de melkbus. De hardste knal wordt geproduceerd als de verhouding tussen gas en lucht optimaal is. ,,Als je de lucifer te vroeg bij het gaatje houdt, zit er te weinig gas in de bus. Dan volgt er geen echte explosie, maar een floeper'', legt hij uit. Wacht je te lang, dan komt er te veel gas in de bus en te weinig lucht. Ook dan komt er geen goede ontploffing. Je moet dus wat experimenteren'', concludeert hij.

Van der Veer zette vier jaar geleden ,,uit liefhebberij'' een informatieve website op over carbid. Inmiddels heeft zijn site meer dan 700 hits per dag. Hij biedt een virtuele cursus carbidschieten aan, ,,om de mensen in het westen en zuiden met twee linkerhanden'' wegwijs te maken in de sport. Als er voldoende animo is, wil Van der Veer ook demonstraties geven.

Vrachtwagenchauffeur Kim Schadenberg (24) uit Bakkeveen beoefent het carbidschieten al zo'n jaar of vijf. Op oudejaarsdag staat hij met vrienden steevast op het grasveldje bij een gymnastieklokaal in Bakkeveen te schieten. ,,Carbidschieten is een handigheidje. Je moet zorgen dan het deksel goed op de bus zit. Ik heb meestal een gasaansteker bij me. Eén vonkje is genoeg om het gas te doen ontploffen.''

Het vaste `carbidclubje' komt op oudejaarsdag traditiegetrouw rond het middaguur bijeen en knalt door tot een uur of zes 's avonds. ,,Dat is altijd heel gezellig'', vertelt hij. ,,We hebben er een flesje bier of een berenburgje bij, soms wat te eten en muziek.'' Hij ziet melkbusschieten als ,,oudejaarssport''. ,,Met andere dorpen strijden we wie de hardste knal kan veroorzaken.''

Willem Heiboer van de Branchevereniging Consumentenvuurwerk Nederland (BCN) beschouwt ,,de folklore van het carbidschieten'' niet als echte concurrent van het vuurwerk. Ondanks het feit dat de verkoop dit jaar door strengere regels 20 tot 30 procent lager ligt dan in voorgaande jaren. Wel waarschuwt hij voor de gevaren van carbidschieten. ,,Je moet het niet in een woonwijk doen, want een wegvliegende melkbusdeksel is erg gevaarlijk. Je moet weten wat je doet, zeker in een sfeer van dronkenschap en bravoure op oudejaarsavond.''