`Handelsreiziger in de dood' nu in de cel

Justitie arresteerde gisteren Frans van A., een handelaar in grondstoffen voor chemische wapens. Hij zou vele ladingen hebben verkocht aan Irak.

De 62-jarige zakenman Frans van A. uit Den Helder is de eerste en de enige Nederlander die ooit op de Amerikaanse `most-wanted'-lijst van voortvluchtigen stond. De Amerikaanse autoriteiten verdenken hem al jaren van verboden leveranties van grondstoffen voor chemische wapens aan Irak.

De douane in de Amerikaanse stad Baltimore stelde in 1989 een uitgebreid strafrechtelijk naar hem in, toen ze onderzoek deden naar vier ladingen thiodyglycol geleverd aan Irak, een van de grondstoffen voor het uiterst giftige mosterdgas. Op verzoek van de Amerikanen werd Van A. aangehouden tijdens een zakenreis in Milaan, maar hij ontsprong de dans. In afwachting van zijn uitlevering aan de VS, werd hij door de Italiaanse justitie vrijgelaten. Hij vluchtte naar Irak, waar hij, tot het uitbreken van de oorlog en de afzetting van Saddam Hussein vorig jaar verbleef. Daarna zou hij via Syrië zijn teruggereisd naar Nederland.

Thiodyglycol betrok de Nederlander van het chemische bedrijf Alcolac in Baltimore. Het bedrijf is, wegens overtredeing van het exportverbod met Irak, vervolgd. Het bedrijf bekende schuld, maar ontkende ervan op de hoogte te zijn dat de leveranties bestemd waren voor Irak. Het bedrijf schikte de zaak voor een half miljoen dollar. Van A. verscheepte de in Amerika geproduceerde stoffen via de havens van Antwerpen en de Jordaanse haven Aqaba naar Irak.

De Amerikaanse autoriteiten verzochten Nederland in december 1997 opnieuw om de aanhouding van de Nederlander. De Amerikaanse douane plaatste hem op de most wanted list, de lijst van meest gezochte criminelen. Maar Van A. bleek onvindbaar voor politie en justitie in Nederland, ondanks aanhoudende geruchten dat hij in Den Helder zou verblijven. Drie jaar later, in 2000, trokken de Amerikanen hun verzoek om aanhouding om onbekende redenen weer in.

Gisteren werd Van A. aangehouden door de Nederlandse justitie in Amsterdam. Hij wordt beschuldigd van betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven en genocide. Frans van A. werd op 9 augustus 1942 geboren in Den Helder. Hij kwam na een mislukte opleiding als laborant terecht in de wereld van de chemie. Hij werkte voor ingenieursbureaus, totdat hij halverwege de jaren tachtig voor zichzelf begon. Opererend vanuit onder meer Zwitserland, Singapore en Italië richtte hij het bedrijf FCA op, een handelsonderneming in chemische stoffen. (FCA zijn tevens zijn initialen). Hij deed onder meer zaken met producenten in Japan en de Verenigde Staten.

In de media kwam Van A. de afgelopen jaren bekend te staan als een ,,handelsreiziger in de dood', een reputatie die hij vorig jaar in een interview in Netwerk radicaal van de hand wees en pijnlijk vond. ,,Omdat het niet zo is', zei Van A. Toch levert de Helderse zakenman in 1987 538 ton thiodyglycol aan de Iraakse autoriteiten. Met die grondstof kon, gemengd met zoutzuur, een hoeveelheid mosterdgas worden geproduceerd die groot genoeg is om de hele wereldbevolking uit te roeien. Volgens Van A. was hij geen handelaar in thiodyglycol, het was een transactie die op zijn weg was gekomen. ,,Ik heb ooit eens de vraag gekregen om bepaalde producten aan ze te leveren, die ze nodig hadden. Omdat ik een hele lange en goede relatie had met het ministerie van olie, en daar de vraag vandaan kwam, heb ik dat gedaan. Dat is gelukt, ik heb wat materiaal geleverd.' Hij zei niet te hebben geweten waar de Irakezen de stof voor wilden gebruiken.

Pas in de laatste fase van die levering voelde Van A. nattigheid, zo zei hij. ,,Toen er ook een hoge militair van de Samarra Drug Industry kwam meepraten, begon ik te voelen dat er meer aan de hand was. Ik zal eerlijk zijn: ik heb toen een innerlijk goedpraatmechanisme op gang gebracht. Als alle landen dat spul hebben, waarom zou Irak daar dan geen recht op hebben? Het ging toch ook om zelfverdediging?', zei hij vorig jaar tegen Sijthoff Pers.

Een jaar later zag Van A. op televisie in zijn woning in Zwitserland de beelden van de gevolgen van de gifgasaanval op het Koerdische stadje Halabja in 1988, waarbij duizenden doden vielen. ,,Ik was volkomen van de kaart', zei Van A.. ,,Die schoften hadden het toch gedaan, besefte ik opeens. Ik zat moreel totaal aan de grond.'

Desondanks voelde Van A. zich niet verantwoordelijk voor de dood van de Koerden in Noord-Irak: ,,Ik heb geen beslissing genomen om die aanval te beginnen', zei Van A. daarover.

Naar eigen zeggen woonde Van A. na zijn vlucht uit Italië naar Bagdad in Haifa Street in een bescheiden middenklassewijk, zonder bewaking. Van A. heeft naar eigen zeggen Saddam Hussein nooit persoonlijk ontmoet.

De Nederlandse regering zit al lange tijd in zijn maag met de zaak-Van A. In antwoord op Kamervragen liet minister Remkes (Binnenlandse Zaken) een jaar geleden nog weten dat Van A. niet strafbaar was met de vermeende handel in thiodiglycol. Volgens Remkes stond die stof destijds niet op de exportlijst van verboden goederen. Dat werd volgens hem pas in de jaren negentig verboden door het internationale verdrag tegen chemische wapens. Maar in december vorig jaar liet staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken) weten dat de stof wél al sinds 1985 op de verboden lijst stond. In januari liet het kabinet weten dat de zaak nog in onderzoek is.