FBI: gevangenen mishandeld in Guantánamo Bay

Agenten van de Amerikaanse federale politie (FBI) waren in 2002 meerdere malen getuige van ,,zeer agressieve'' ondervragingsmethoden en mishandeling van gevangenen op de Amerikaanse marinebasis Guantánamo Bay.

De plaatsvervangend directeur van de afdeling contraterrorisme van de FBI, Thomas Harrison, klaagde hierover in januari 2003 bij het ministerie van Defensie, dat vervolgens niets deed met de klachten, zo meldt persbureau Associated Press. Het persbureau legde de hand op een brief van Harrison aan generaal Ryder, die belast is met het onderzoek naar de mishandeling van gevangenen in Amerikaanse handen.

In Guantánamo Bay zitten sinds januari 2002 zeker 550 vermeende Al-Qaeda- en Talibaanstrijders gevangen. Enkele vrijgelaten gedetineerden verklaarden eerder dit jaar te zijn mishandeld door hun bewakers en ondervragers, en ook het Internationale Rode Kruis beschuldigde de Verenigde Staten ervan psychologische en fysieke dwang ,,gelijkwaardig aan marteling'' te gebruiken.

Het ministerie van Defensie, dat het gezag heeft over de basis, stelde nog deze week dat ,,de VS een veilige, menselijke en professionele operatie hebben op Guantánamo Bay, die waardevolle informatie oplevert voor de oorlog tegen terreur'' en spreekt over incidenten.

Harrison meldt in zijn brief aan generaal Ryder dat de FBI zich ongemakkelijk voelde over de ondervragingsmethoden op de basis. Hij schrijft dat gevangenen ,,in een foetushouding over de grond draaiden en schreeuwden van de pijn''. Ook zou een vrouwelijke ondervrager een gevangene bij zijn genitaliën hebben gepakt en diens duimen naar achteren hebben gedrukt. Een hond werd gebruikt om een andere gevangene te bedwingen en een man die drie maanden in isolatie was opgesloten, vertoonde tekenen van ,,extreem psychologisch trauma'', aldus Harrison in zijn brief.

Hij vervolgt: ,,In mijn wekelijkse vergadering met het ministerie van Justitie discussieerden we vaak over de technieken en hoe ze niet effectief waren of inlichtingen opleverden die betrouwbaar waren. Uiteindelijk gaf ik mijn mening. Maar het voorkwam niet dat ze doorgingen met hun methoden.'' Harrison dringt bij generaal Ryder aan op ,,passende maatregelen''.