`Er is een wereldkampioen aan boord'

In de nadagen van zijn sportieve loopbaan won jiujitsuka Barry van Bommel onlangs twee wereldtitels. Van een heldenontvangst was echter geen sprake.

De sportschool van Barry van Bommel (29) in Nieuwegein is versierd met ballonnen en slingers. Bezoekers klampen hem aan en feliciteren hem met zijn machtsgreep op het WK jiu-jitsu in Madrid. Daar veroverde Van Bommel ruim een week geleden voor het eerst in zijn carrière twee wereldtitels: op het onderdeel `duo mix' met partner Sylvia Alvarez én, verrassender, individueel in het `vechten' in de klasse tot 77 kilogram. Daarnaast won Nederlands beste jiujitsuka, in het bezit van in totaal 22 nationale titels, brons bij de `duo heren'.

,,Fantastisch'', noemt Van Bommel de twee gouden medailles, die ontbraken in zijn goedgevulde prijzenkast. Op het onderdeel duo heren, zijn meest succesvolle klasse, won hij tweemaal de Europese titel (1997 en '99) en de World Games (1997). In Madrid zette de verzamelaar van bronzen en zilveren plakken op eerdere WK's de kroon op zijn loopbaan, die in 1991 met zijn uitverkiezing in de Nederlandse jiujitsuploeg in een stroomversnelling raakte.

Over de kansen met Alvarez in de duo mix – een discipline waarbij pakkingen, omvattingen, stoot- en traptechnieken en aanvallen met mes en stok worden gedemonstreerd – had Van Bommel voorafgaande aan het WK ,,hoge verwachtingen''. ,,Sylvia en ik hadden een goed voorseizoen. We hebben het hele jaar medailles gehaald op A-toernooien.'' Groter was zijn verrassing na de individuele wereldtitel. ,,Fysiek en conditioneel was ik sterk maar op het WK lopen zoveel jongens rond met goede judo- en karatetechnieken. Als je niet uitkijkt lig je zo op je rug.''

De sfeer bij het toernooi in Madrid omschrijft Van Bommel als ,,Spaanse furie''. De sporthal was afgeladen. ,,Bij toernooien in Nederland loopt de hal pas voor de finales vol. In Madrid was het de hele dag volle bak.'' Een heldenontvangst kreeg de wereldkampioen bij thuiskomst niet. ,,In het vliegtuig werd omgeroepen dat er een wereldkampioen aan boord was. Op Schiphol stond mijn familie'', beschrijft Van Bommel zijn anonieme terugkeer. Krantenberichtjes en een reportage van de NOS daargelaten, heeft zijn succes weinig aandacht getrokken. ,,Dit is de eerste krant die langskomt.''

Het heeft Van Bommel niet verbaasd. Jiujitsu, ondergebracht bij de judobond, is met ,,vijf- tot tienduizend beoefenaren'' een kleine, relatief onbekende sport in Nederland. ,,Het komt uit Japan, waar het een vorm van training is en geen echte wedstrijdsport zoals karate of judo. Frankrijk en Duitsland zijn de toplanden. Nederland komt daar meestal als derde of vierde achteraan kakken. De Fransen en Duitsers hebben een veel groter budget. Nederland heeft op A-toernooien geld voor maar één deelnemer per categorie. Anderen hebben zo geen kans ervaring op te doen. Jammer. Als je meer Nederlanders meeneemt houd je de nummer één scherp, omdat de nummer twee staat te dringen.''

Ondanks de bescheiden status in Nederland van de volgens Van Bommel ,,meest complete zelfverdedigingssport'', behaalde de judobond in Madrid een succes aan de onderhandelingstafel. Nederland organiseert het WK jiujitsu in 2006. Of Van Bommel daar van de partij is om zijn titels te verdedigen, is zeer de vraag. ,,Ik wilde eigenlijk stoppen na de World Games in 2005. Daar wil ik proberen minimaal twee medailles te halen en het liefst een titel. Maar het WK in eigen land is hartstikke gaaf. Nu twijfel ik weer.''

De jiujitsuka verkeert in de nadagen van zijn sportieve loopbaan, mede door zijn hoge `trainingsleeftijd'. Op zijn vijfde begon de in Waddinxveen geboren Van Bommel met judo. Enthousiast gemaakt door zijn trainer stapte hij op zijn twaalfde over op jiujitsu. Vier jaar later behaalde hij de zwarte band. ,,Judo is leuk om te trainen. Wedstrijden zijn ook te gek. Maar als je één misstap maakt en vol op je rug belandt, is het einde partij. Bij jiujitsu kun je nog compenseren met trappen en stoten. Judo is eenzijdiger.''

De twijfel over het doorgaan na de World Games wordt verder gevoed door de vele uren die Van Bommel wekelijks draait als mede-eigenaar van Comby Sport in Nieuwegein, dat hij runt met zijn vrouw, zus en zwager. ,,Ik ga nog maximaal twee jaar door als wedstrijdsporter. Ik doe het al mijn hele leven. Om internationaal bij te blijven heb ik vijftien tot twintig uur trainingsarbeid per week nodig. Je moet er als topsporter zoveel tijd instoppen om dat kleine stukje beter te worden. Wij maken lange dagen op de sportschool, waardoor het voor mij moeilijk is aan mijn trainingsuren te komen.''

Maar jiujitsu is nog lang geen gesloten boek voor Van Bommel, die assisteert bij de trainingen van de jeugdkernploeg. Na zijn actieve carrière kan de aan het CIOS afgestudeerde sportleraar zijn ,,ei nog volledig kwijt'' in zijn geliefde sport: als coach en als leraar op de sportschool. Van Bommel geeft judo- en jiujitsulessen aan jonge kinderen, pubers en volwassenen.

Van Bommel is zich terdege bewust van zijn verantwoordelijkheid als trainer en leraar in vechtsporten. Zo meldt de brochure van zijn sportschool dat grondlegger Jigoro Kano het judo voornamelijk als opvoedkundige methode beschouwde. Die Japanse filosofie onderschrijft Van Bommel. Hij benadrukt het ,,karaktervormende en disciplinerende'' karakter van jiujitsu, waaruit judo (`zachte weg') is ontstaan, en wijst op het belang van beheersing en respect.

Van Bommel: ,,Bij elke partij buig je voor de tegenstander. Al zijn dat kleine dingen, het is belangrijk voor het aanleren van respect. Dat kan geen kwaad in deze maatschappij. Als je in de krant een stukje over een vechtpartij leest, gaat het niet om jongens van een sportschool. Ik loop wel eens als een politieagent rond en vertel de leerlingen dat we geen stoere jongens nodig hebben. Ik leer hen alleen dingen voor op de mat. Ik probeer mijn leerlingen respect bij te brengen. Uiteindelijk moet bij hen het kwartje vallen en staan ze bijvoorbeeld op voor een oma in de bus. Dan ben je goed bezig.''