Deller winnaar Turner Prize 2004 met film

De Londense kunstenaar Jeremy Deller heeft gisteren de Turner Prize gekregen, onder meer voor een semi-documentaire over het leven in het Texaanse stadje Crawford, waar president Bush zijn ranch heeft.

Deller (38) was de favoriet van het publiek, van een alternatieve jury en van de wedkantoren. Maar een kinderjury, ingesteld door The Times, oordeelde gisteren merendeels meedogenloos over zijn werk als ,,saai'' en een ,,verkwisting van ruimte''.

Het bedrag dat is verbonden aan de meest prestigieuze jaarlijkse prijs voor moderne beeldende kunst werd – in lijn met andere prijzen, waaronder de Booker-literatuurprijs – verhoogd naar 25.000 pond, terwijl er dit keer ook een troostprijs van 5.000 pond voor de drie verliezers was.

Veel kunstenaars waren drie jaar geleden verbaasd dat Deller toen niet eens de short-list van de Turner had gehaald met zijn enscenering van een veldslag uit 1984 tussen de Britse oproerpolitie en stakende mijnwerkers. Voor die film, The Battle of Orgreave, gebruikte hij als acteurs bereden agenten en ex-mijnwerkers. De jury prees gisteren zijn ,,engagement met sociale en culturele contexten, die de creativiteit van individuen viert''.

Deller heeft eerder gezegd dat ,,kunst nooit niet-politiek is''. Memory Bucket, de video over Crawford, zou daarvan ook een illustratie zijn, al leverde zijn werk nauwelijks de controverse op van eerdere Turner-edities met het vieze bed van Tracey Emin, Chris Ofili's olifantenpoep en de copulerende sekspoppen van de gebroeders Chapman. ,,Dellers meest onthutsende onthulling is dat Laura Bush graag een gefrituurde jalapeño-peper bij haar hamburger heeft'', schrijft The Guardian vanochtend cynisch.

Deller interviewde mensen in Crawford en Waco, onder wie tegenstanders van Bush en, inderdaad, de bediendes in diens favoriete hamburgerrestaurant. De film sluit af met een kennelijk symbolisch bedoelde, minutenlange scène waarin miljoenen vleermuizen een grot uitvliegen.

Deller bedankte gisteren zijn middelbareschoolleraar die hem verboden had eindexamen kunst te doen, ,,zonder wie ik hier niet zou staan'' en hij droeg zijn prijs op aan ,,iedereen die in Londen de fiets neemt, iedereen die begaan is met de natuur en vleermuizen, en aan de Quaker-beweging''.

Hij had concurrentie van de Brits-Nigeriaanse beeldhouwer en videokunstenaar Yinka Shonibare, de Turkse filmer Kutlug Ataman, en het duo Ben Langlands en Nikki Bell, die films maakten in Afghanistan, onder meer van een huis van Osama bin Laden. Een van hun films, over het proces van een van oorlogsmisdaden verdachte warlord, moest op het laatste moment uit de expositie worden gehaald om juridische redenen.