De Tovenaar, beste Belgische voetbaltrainer ooit

Met namen nam hij het niet zo nauw. Marco van Basten noemde hij Van Batsen, Bobby Charlton heette Charleston. Ook in andere opzichten was Raymond Goethals een chaoot, maar over één ding was iedereen het eens: de gisteren op 83-jarige leeftijd overleden Brusselaar was de succesvolste Belgische voetbaltrainer aller tijden, en ook internationaal was hij een absolute topper. Zijn hoogtepunt beleefde hij in 1993 met Olympique Marseille dat winnaar werd van de Champions League.

Oudere Nederlandse supporters zullen zich `de Tovenaar' nog herinneren als de coach van de `Rode Duivels', die Oranje in de voorronde van het WK 1974 grote schrik aanjoegen: bij Nederland-België scoorde Jan Verheyen kort voor tijd de beslissende treffer die ten onrechte wegens buitenspel werd afgekeurd. Het betekende dat Oranje – en niet België – aan zijn beroemde en beruchte eindronde in West-Duitsland kon beginnen. Goethals kroop in het Olympisch Stadion van Amsterdam onder het gras van ellende.

Zo'n dertig jaar geleden heb ik Goethals eens geïnterviewd, in een rumoerig café in de Belgische hoofdstad. Zijn accent was toen nog zo `zwaar' Brussels, dat ik een Vlaamse collega als vertaler nodig had. Goethals beklaagde zich erover dat hij door `de Ollanders' `een gek' werd genoemd wegens zijn emotionele gedrag en uitspraken; hij was alleen maar `zot' van het spelletje, liet hij daar op volgen.

Goethals was van nature een aartsverdediger, schreef columnist Herman Kuiphof in 1985 in NRC Handelsblad. ,,(...) Pas wanneer het op eigen helft allemaal potdicht zat, kreeg er eens een Belg toestemming de helft van de tegenstander in te duiken. Nee, hij heeft niet zoals Hellenio Herrera ooit bij Inter het catenaccio uitgevonden (waardoor het voetbal als kijkspel werd vermoord), maar (...) Goethals was wel een van de geestdriftigste apostelen van de goeroe in Milaan.''

De ongeschoolde Goethals was in zijn jonge jaren doelman bij Daring en Racing Brussel, maar hij was onder de lat geen vedette, mede doordat hij slechts 1.76 meter lang was. Na zijn spelersloopbaan werd hij trainer bij FC Hannuit en Stade Borgworm en vanaf 1959 Sint Truiden. Bij de laatste club haalde hij thuis op Staaien veel punten binnen, óók tegen topclub Anderlecht met Jan Mulder. De buitenspelval en een granieten defensie waren de alom gevreesde wapens van Goethals' brigade.

België rouwt om ,,een monument'', zoals de huidige bondscoach Aimé Anthuenis zijn verre voorganger noemt. ,,Hij was een van de weinige Belgische trainers die ook met succes in het buitenland heeft gewerkt. Een boeiende man ook, met een eigen mening. Hij was haast maniakaal met voetbal bezig.'' `Rode Duivels' van weleer schieten nog in de lach als ze worden herinnerd aan de grappen en grollen van `de Tovenaar', die – sigaretten rokend – in de dug-out met woorden en (soms clowneske) daden de aandacht op zich vestigde.

Als vijftiger ging Goethals met succes aan de slag bij Anderlecht, werkte hij vervolgens bij Girondins Bordeaux en trok naar São Paulo. In 1981 keerde hij terug naar België, bij Standard Luik. In 1983 was hij daar de sleutelfiguur in een opzienbarend omkoopschandaal rondom Standard, dat het op een akkoordje gooide met tegenstander Waterschei. De coach werd geschorst, maar kreeg later gratie.

In 1990 trad Goethals als zeventigjarige in dienst van Olympique Marseille, waar de ambitieuze zakenman-voorzitter Bernard Tapie de lakens uitdeelde. De oude Belg leidde Olympique drie keer naar de Franse landstitel. Toen daar (in 1993) de voornaamste Europa Cup bijkwam, lagen de Fransen helemáál aan zijn voeten. Raymond la science, luidde de bijnaam van Goethals, die overigens ook bij Olympique in verband werd gebracht met omkoping.

In 1993 ging Goethals met pensioen. Hij werd onder meer analist voor de Belgische televisie, hoewel hij naar eigen zeggen nog steeds werd begeerd door profclubs. In december 1994 vertelde hij daarover, in sappig Brussels, in het blad Humo: ,,Ik weet het; ik ben nen ave [oude] mens aan `t worden. Maar ik krijg nog altijd aanbiedingen om clubben te gaan trainen, ook buitenlandse clubben. Maar ik hem altijd gezeit: D'er is nen tijd vie te kommen en nen tijd vie te stoppen. Vergeet niet dat ik ondertussen 73 jaar hem.''