Clickfonds terug naar Hof A'dam

Het Amsterdamse Gerechtshof moet drie zaken in het Clickfondsonderzoek opnieuw behandelen. De motivering van een eerdere uitspraak van het Hof, waarin het openbaar ministerie (OM) niet ontvankelijk werd verklaard, is ,,onvoldoende begrijpelijk''. Dat heeft de Hoge Raad vanmiddag geoordeeld.

De kwestie draait om een van de belangrijkste aspecten in de omvangrijke Clickfondszaak, het grote onderzoek naar beursfraude uit 1997. Daarbij had het OM rechtshulp gevraagd aan Zwitserland. In dat land wilde Justitie gegevens hebben uit de administratie van een in Zwitserland woonachtige Nederlandse vermogensbeheerder. Later bleek dat er bij de rechtshulp fouten waren gemaakt. Zo staat in de Duitse vertaling een drugsverdenking in verband met witwassen die niet met bewijzen wordt gestaafd. In de Nederlandse versie van het rechtshulpverzoek ontbreekt deze passage.

Het Hof rekende het OM deze fout zwaar aan en besloot tot niet-ontvankelijkheid. De raadsheren oordeelden zelfs dat het misleidende effect van het rechtshulpverzoek ,,daadwerkelijk beoogd'' was door de opstellers. De Hoge Raad vindt dat die conclusie ,,onvoldoende gemotiveerd'' is. De kwestie zal nu opnieuw een rol gaan spelen, met name in de hoger beroepzaken tegen twee Clickfonds-hoofdverdachten D. de Groot en A. Strating, die waarschijnlijk in 2005 beginnen.