Zelfs een oliebol komt het stadion niet in

Jongerenwerkers en de politie zitten niet altijd op één lijn. ,,Vroeger konden we overenthousiaste jongens kalmeren, nu haalt de politie ze er vaak zo uit.''

De Arnhemse bakker Erik ten Hoopen had het ludieke idee iedere supporter voor de wedstrijd Vitesse-FC Utrecht te verwelkomen met een oliebol. Na overleg tussen verschillende partijen werd de vriendelijk bedoelde geste uit veiligheidsoverwegingen echter verboden. De veertienduizend vers gebakken oliebollen zouden namelijk wel eens gebruikt kunnen worden als projectielen om mee te gooien.

,,Tja, het is eigenlijk belachelijk. Maar je moet tegenwoordig echt met alles rekening houden'', zegt Meindert van der Sluis, supporterscoördinator van Vitesse. ,,Als er één gek is die met zo'n oliebol gaat gooien kan je al problemen krijgen. Dan gaan ze zich bij de voetbalbond afvragen of we wel alles hebben gedaan om ongeregeldheden te voorkomen. En als ze er dan achter komen dat we die dingen gratis hebben staan uitdelen dan hebben wij het gedaan.''

Om de bakker niet met zijn waar te laten zitten werd als compromis besloten de lekkernijen na het door Vitesse met 2-1 gewonnen duel alsnog rond te delen. Op het moment dat de aanhang van de Arnhemse club zich na de benauwde zege massaal op de oliebollen met poedersuiker stort, verlaten de bussen met Utrechtse fans geruisloos het terrein van het Gelredome. Een oliebollengevecht blijft uit.

Na jaren ervaring met de vaste aanhang van Vitesse weet John Coldewijn als geen ander wat er speelt bij de groep die hij het liefst omschrijft als ,,overenthousiaste en emotioneel betrokken voetballiefhebbers''. Al in 1988 stond Coldewijn als werknemer van welzijnsinstelling Rijn-Side aan de wieg van een supportersproject bij Vitesse dat destijds nog voor een handjevol toeschouwers in het kleine Nieuw-Monnikenhuize speelde. De Arnhemmer slaagde erin de dialoog aan te gaan met de groep fans waarmee de club, de politie en de gemeente nauwelijks raad wist. ,,Al snel bleek dat die jongens behoefte hadden aan iemand die open stond voor hun problemen'', zegt Coldewijn. ,,Samen met Theo Bos (oud-speler van Vitesse, red.) ben ik in een Arnhemse kroeg eens gaan babbelen met die gasten. Van daaruit zijn we begonnen met een project waarin vrijwilligers onder de supporters een belangrijke rol vervullen.''

In 2004 is het supportersproject Rijn-Side bijna niet meer weg te denken bij de club die sinds 1998 haar thuiswedstrijden afwerkt in het overdekte Gelredome. Coldewijn gaat inmiddels als operationeel manager van Rijn-Side door het leven, terwijl Van der Sluis zich coördinator van het supportersproject mag noemen. De twee betaalde krachten krijgen rondom de wedstrijden van Vitesse hulp van zo'n negen vrijwilligers afkomstig uit de harde kern die bekendstaat als Rijnfront Arnhem.

De 39-jarige Ron werkt al zo'n tien jaar voor een onkostenvergoeding als supportersbegeleider van Vitesse. Twaalf jaar geleden kreeg hij een stadionverbod opgelegd toen hij tijdens een uitwedstrijd tegen PSV verhaal ging halen omdat zijn meisje werd uitgemaakt voor hoer. ,,Ik liet me gaan en klom in de hekken. Dat kostte me een boete'', zegt Ron. ,,Gelukkig konden de jongens van het project ervoor zorgen dat het stadionverbod ongedaan werd gemaakt. Ik dreigde net de wedstrijd tegen Real Madrid te missen.'' Sindsdien heeft Ron vrijwel geen duel van Vitesse verstek laten gaan, maar de tijd dat hij zelf rotzooi gaat trappen is voorbij.

Samen met zijn collega's probeert hij onder leiding van coördinator Van der Sluis brandjes op de tribune vroegtijdig te blussen. Maar dat wil niet zeggen dat in de afgelopen jaren zijn respect voor de politie is gegroeid. De kloof tussen de `mannen in het blauw' en de supporters is volgens Ron nog altijd groot. ,,Je ziet soms dingen die echt niet normaal zijn. Als ik dat zou opnemen met een camera zou de politie een probleem hebben. Zelfs wij als begeleiders lopen nog wel eens klappen op, terwijl wij de politie helpen de zaak rustig te houden. Soms staat de mobiele eenheid met schuim op de bek te wachten tot ze toe kunnen slaan.''

Van der Sluis heeft als coördinator gemerkt dat het optreden van de politie steeds harder wordt. Terwijl hij vanaf de Zuid-tribune met een schuin oog de verrichtingen van Vitesse volgt, fluistert een steward hem in zijn oren dat een fan van Utrecht is opgepakt die eerder op de dag een klap zou hebben uitgedeeld. Hoewel Vitesse-Utrecht te boek staat als risicoduel blijft het de rest van de middag rustig. ,,Af en toe moeten we ingrijpen. Maar het is wel jammer dat we van de politie steeds minder ruimte krijgen zelf problemen op te lossen. In het verleden konden we vaak nog even praten met de overenthousiaste jongens om ze te kalmeren, maar nu haalt de politie ze er zo uit. Daaraan merk je dat de maatschappij aan het verharden is'', stelt Van der Sluis.

Ook Coldewijn is van mening dat bij clubs en politie vaak ten onrechte de angst regeert. ,,Met repressieve maatregelen kan je agressie uitlokken. De houding van de mobiele eenheid is belangrijk. Zo hadden ze laatst de kleuren van NEC aan hun wapenstok gehangen. Dan daag je de fans onnodig uit. En ook de spelers en technische staf zouden meer betrokkenheid kunnen tonen. De kloof tussen de supporters en de spelers is groter geworden. Ze zouden veel meer kunnen doen met hun voorbeeldfunctie.''

Aan het einde van de wedstrijd dreigt de stemming om te slaan nadat Utrecht-aanvaller Darl Douglas de gelijkmaker maakt. Circa tachtig Utrecht fans, die een boycotactie tegen een verplichte combiregeling negeerden, vieren feest. ,,Als Utrecht er nog één in schiet kunnen er zo stoeltjes door de lucht gaan vliegen'', stelt Van der Sluis. ,,Daar kun je weinig aan doen.''

Vijf minuten later is de vrees meteen weg als Michael Jansen in de slotminuut met een rake kopbal alsnog de overwinning voor Vitesse veilig stelt. Op de tribune vallen de fans elkaar in de armen. Geen betere remedie tegen voetbalvandalisme dan een winnend doelpunt in de blessuretijd.

Dit is de vijfde aflevering van een serie over supportersprojecten in het betaald voetbal. Eerdere delen zijn te lezen op www.nrc.nl/sport