Zakenman ontstresst op speedbag

Gleason's Gym, in Brooklyn, heeft onder boksers een grote naam. Kampioenen als Muhammad Ali en Mike Tyson trainden er. Nu hebben zakenlieden de overhand.

In de schaduw van zowel Brooklyn Bridge als Manhattan Bridge nodigt een bord op het trottoir voorbijgangers uit tot de entree van 83 Front Street. De open deur weerspiegelt de gastvrijheid, die, eenmaal binnen, spreekwoordelijk blijkt. En wel zo prettig: geen bewaker die je de toegang via twee zwartijzeren trappen onderbreekt; niemand op de eerste verdieping die vraagt wat je komt doen. Iedereen is welkom in Gleason's Gym, de beroemdste boksschool van New York, de Verenigde Staten en misschien wel heel de wereld.

De rode muren, zwarte pilaren, het lage crèmekleurige plafond en de penetrante zweetlucht geven de enorme etage de bedomptheid van een kelder des kwaads. In werkelijkheid heerst er de opwindende sfeer of the (noble) art of self-defence en beseffen boksliefhebbers dat zij op gewijde grond staan. In Gleason's Gym ligt een verleden van grootheden als Muhammad Ali, Larry Holmes, Michael Spinks, Riddick Bowe en Mike Tyson; de masters onder de 126 wereldkampioenen die de boksschool in zijn 67-jarig bestaan heeft voortgebracht. Onder hen ook de Nederlanders Regilio Tuur, Don Diego Poeder en Raymond Joval, boksers voor wie de fighting spirit van New York in het algemeen en Gleason's Gym in het bijzonder goed is geweest in het geval Joval nog steeds is.

Als kweekvijver van kampioenen heeft Gleason's Gym het laatste decennium evenwel aan betekenis verloren, omdat het recreatieve boksen er de overhand heeft gekregen. Als gevolg van de veranderende tijdgeest verdwenen steeds meer boksscholen uit New York en is de metropool zijn naam als stad van vechters kwijtgeraakt. De witte boorden rukken op; ook in Gleason's Gym, waar steeds meer zakenlieden zich na gedane arbeid ontstressen door klappen uit te delen aan een speedbag, een heavy bag of een sparringpartner in één van de vier ringen. Zij verdringen steeds meer de straatvechters.

Er trainen momenteel drie wereldkampioenen in Gleason's Gym, maar Vivian Harris, Wayne Braithwaite en Alicia Ashley missen de naam en faam van Mike Tyson, het beest onder de boksers, die zich deze maanden op justitieel gezag in Brooklyns vermaarde boksschool moet melden. Tyson is wegens geweldplegingen tegenover fans veroordeeld tot een taakstraf in Gleason's Gym, waar hij honderd uur boksles aan de jeugd moet geven. Met dank aan Bruce Silverglade, eigenaar van de boksschool, die wel vaker ontspoorden opvangt en zijn oude makker Tyson de helpende hand toestak.

Silverglade: ,,Er gaat geen dag voorbij of ik krijg een telefoontje van een rechter die medewerking vraagt voor een sociale straf, of van ouders met het verzoek hun onhandelbare zoon richting in het leven te geven. We werken niet met speciale programma's. We geven ze boksles en brengen ze discipline bij. Ik garandeer niet dat alles goed komt, maar wel dat ze er voor zeker vijftig procent beter uitkomen.''

Over Tysons inbreng is Silverglade zeer enthousiast, ook al keurt hij diens misdragingen af. ,,Als Mike les geeft, stroomt de gym vol. Vrijwel iedereen veroordeelt zijn gewelddadige uitspattingen buiten de ring, maar als bokspersoonlijkheid geloof ik niet dat er momenteel in Amerika een grotere naam is dan Tyson. Er komen ouders speciaal naar Gleason's Gym om hun kind door Tyson te laten trainen. Als Mike de club binnenkomt, gedraagt hij zich als gentleman. Hij inspireert iedereen: jongeren, vrouwen, amateurs en profs. Hij is hier ook op zijn gemak, omdat niemand hem lastig valt. Hij helpt iedereen die advies vraag; dat vindt Mike juist leuk.''

Silverglade (58) ontvangt zijn gasten achter twee houten wanden, waarmee in een hoek van de boksschool zijn kantoor is gecreëerd. Soberheid is het handelsmerk van de (talentloze) oud-bokser, zoals ook blijkt uit zijn kleding: zwarte broek, zwarte trui met opgestroopte mouwen en soldatenkistjes. Tussen zes uur 's ochtends en half acht 's avonds zit Silverglade op zijn kantoortje, waarvan de deur altijd open staat en de boksers in- en uitlopen. Een secretaresse houdt zijn agenda bij en via de telefoon worden veel zaken afgehandeld.

Als afgestudeerd econoom dacht Silverglade carrière te maken in de detailhandel, tot hij 26 jaar geleden van de toenmalige eigenaar Ira Becker het aanbod kreeg voor vijftig procent partner te worden van Gleason's Gym. Hij hapte meteen toe. Silver-glade: ,,Ik was als bestuurder al betrokken bij het boksen en ik heb de kans om fulltime met mijn hobby bezig te zijn met beide handen aangegrepen. En ik heb geen dag spijt van die beslissing, ook al moest ik aan salaris aanvankelijk flink inleveren. Toen mijn partner er na negen jaar mee stopte, ben ik alleen doorgegaan.''

De eigenaar beseft maar al te goed dat de reputatie van Gleason's Gym de basis van het succes is. Een imago dat hij zorgvuldig conserveert. ,,Ik verlang van alle 78 trainers een positieve houding; we moeten het iedereen in de boksschool zo veel mogelijk naar de zin maken'', vertelt Silverglade, die de deuren ook altijd ruim openzet voor de media, fotoreportages en filmopnamen. Gleason's Gym was menigmaal de locatie voor een commercial; acteur Robert De Niro trainde er ter voorbereiding op boksrollen in films.

De transparantie van Silverglade heeft ook een pragmatische reden: er moet geld verdiend worden. De eigenaar: ,,De hoge huur en de hoge verzekeringspremies dwingen mij ertoe. Twintig jaar geleden was New York het Mekka van de bokssport en Madison Square Garden dé hal waar boksshows werden gehouden. We waren aangewezen op de harde jongens, de vechters. En de mensen kwamen toch wel. Dat is veranderd; mijn business is van vijf procent zakenlieden verschoven naar 65 procent. Voor hen heb ik het `white collar boxing' bedacht. Eens per maand krijgen zij tegen betaling van twintig dollar de gelegenheid een partij over driemaal twee minuten te boksen onder leiding van een scheidsrechter en ten overstaan van doorgaans enthousiast publiek. Er wordt geen winnaar uitgeroepen, iedereen krijgt zijn moment van glorie en een trofee. De belangstelling is groot.''

Een nieuwe activiteit van Silverglade is het verlenen van de naam Gleason's Gym via een licentiecontract. Daarvoor gelden strikte voorwaarden en een vaste fee. Onder die constructie hebben Regilio Tuur en zijn oud-manager Peter Blomaert drie jaar lang onder de naam Gleason's Gym een boksschool in Rotterdam gerund. Totdat Tuur in aanraking kwam met justitie en de Amerikaan het contract opzegde.

Wie Tuur zegt, zegt ook Hector Roca, de uit Panama afkomstige trainer die Tuur in Gleason's Gym klaarstoomde voor zijn wereldtitelgevechten. De 65-jarige Roca pauzeert tussen enkele trainingen op zijn kantoortje, dat hij als zelfstandig ondernemer pacht van Silverglade. Op de computer speelt hij een spelletje golf. Ingeklemd tussen een veelheid aan boksparafernalia glinsteren zijn ogen als de naam Tuur wordt genoemd. Hij heeft respect voor de bokser Tuur, minder voor de mens sinds die in aanraking met justitie is gekomen.

Roca heeft een speciale band met Nederlanders, omdat hij na Tuur ook Don Diego Poeder, Orhan Delibas en tegenwoordig Raymond Joval traint. Goede boksers, grootgebracht in de Europese stijl. Dat is goed voor amateurs, niet voor profs'', oordeelt hij. ,,Je moet het in techniek zoeken; door de ring dansen. Amerikanen houden ook van power, net als president Bush. Ik geloof niet in kracht, maar in techniek.''

Terwijl Silverglade onafgebroken met de telefoon aan zijn oor zit en Roca zijn spelletje golf afmaakt, stroomt Gleason's Gym in 1937 in de Bronx opgericht door Peter Robert Gagliardi die zich Bobby Gleason liet noemen vol met boksers van diverse pluimage. Profs, amateurs en recreanten, onder wie opvallend veel vrouwen, vermengen zich in een smeltkroes van culturen. Er wordt hard gewerkt en veel gelachen; de sfeer is ontspannen en de tegenstellingen vervagen. ,,Dat komt omdat de liefde voor boksen hun gemeenschappelijke factor is'', vertelt Silverglade. ,,De jongste bokser hier is zeven, de oudste 78. Bovendien zijn er 67 nationaliteiten en mensen van alle denkbare sociaal-economische niveaus. En iedereen gaat verdraagzaam met elkaar om. Voor mij is dat de grootste waarde die boksen als sport heeft.''