Pakjes

Sinterklaas dreigde volkomen onopgemerkt aan ons voorbij te gaan – dat krijg je als je uit de kinderen bent. Ik was net bezig met het invullen van een declaratieformulier voor mijn baas, altijd een hachelijk karwei, vooral als je hem zo behoedzaam mogelijk een poot wilt uitdraaien. Toen werd er op de deur geklopt.

,,Sinterklaas is geweest en heeft allemaal pakjes neergezet!'' riep een bekende jongensstem.

Het was het buurjongetje van beneden. Hij was in extase. Zijn ogen schitterden, zijn wangen vonkten. Hij trok mijn vrouw de trappen af om haar de baaierd van nog ingepakte cadeaus in de gang te laten zien.

,,Wij hebben niks gekregen, maar wij hebben ook niet gezongen'', zei ze.

,,Wij hebben juist heel veel gezongen'', vermaande hij haar.

Toen wilde hij thuis ijlings naar binnen, uiteraard samen met de cadeaus. Daarna moet hij het voorlopige hoogtepunt van zijn jonge leven hebben bereikt. Ik stel me voor dat hij ademloos de stapel cadeaus heeft afgeragd, het mooie pakpapier als een kleine hyena losscheurend, totdat zijn prooien willoos, maar stralend aan zijn voeten lagen.

Het kan niet langer dan een kwartier geduurd hebben.

Toen stond hij alweer voor onze deur. Ditmaal in het gezelschap van een parmantige, kleine robot die met een laserpistool zwaaide en hoekig, maar vastberaden naar binnen stapte.

Dit was het pronkjuweel, hét cadeau waarom de sinterklaas van 2004 voor hem een onvergetelijke sinterklaas zal blijven, wat er ook nog in zijn leven zal gebeuren. Wij beseften de plechtigheid van het moment en deden vol ontzag enkele stappen achteruit om de robot vrije doorgang te verlenen.

,,Willen jullie de andere cadeaus ook nog zien?'' vroeg het jongetje. Dan krijgen jullie zelf ook weer zin in sinterklaas, dacht hij misschien.

Even later kwam hij boven met een grote jutezak waarvan hij de inhoud op het tapijt in de woonkamer leegde. Twee dvd's, een transistorradio, een politieauto met een aanhanger voor twee paarden en `een hele doos met lego'. Hij had nu ook zijn jongere broertje meegenomen, een jongetje dat zijn opwinding nog niet helemaal deelde en met een melancholiek lachje een brandweerauto met sirene over het parket stuurde.

,,Volgens mij hebben jullie genoeg gekregen voor twee jaar'', waarschuwde ik nog, ,,volgend jaar komt sint alleen bij óns.''

Maar er werd niet naar me geluisterd. Het oudste jongetje was nog steeds in trance. Ik herkende vooral mijn oudste dochter in hem, maar dan van vijfentwintig jaar geleden. De tijden mogen dan veranderen, kinderen doen daaraan niet mee. Ook zij danste altijd op de toppen van haar zenuwen als sinterklaas zijn opwachting maakte. Een heftige koorts woelde door haar leden, ze kon haar plas nauwelijks ophouden. Toen ze niet meer in Hem geloofde, lieten we de sint toch nog één keer komen – voor haar jongere zusje.

Je hebt goede en slechte sinten, maar dit was een geweldige sint: een man die een groot, onaantastbaar gezag koppelde aan diepe menselijkheid.

Mijn dochter ging bibberend voor hem staan. Ze geloofde weer.