Ontdekkingsreiziger van de ziel

Hij was een maniakaal zanger, die zijn wankele geestelijke gezondheid zelf ter discussie stelde in persoonlijke songteksten. Kevin Coyne, de Engelse zanger die donderdag in het Duitse Neurenberg overleed aan een longziekte, was vaak zo intens dat het ongemakkelijk was om naar hem te luisteren. Als ontdekkingsreiziger van de pieken en dalen van de menseljke geest hield hij de luisteraar een spiegel voor, in muziek die niet bedoeld was als vrijblijvend vermaak. Zijn achtergrond als psychiatrisch verpleger en hulpverlener aan drugsverslaafden was een bron van inside-informatie voor zijn confronterende, ongepolijste muziek.

Kevin Coyne werd in 1944 geboren in Derby, waar hij de kunstacademie doorliep en zich bekwaamde in schilderkunst en grafisch ontwerp. De rock 'n'roll van Little Richard en blues van Muddy Waters, Jimmy Reed en John Lee Hooker inspireerden hem om zelf de gitaar op te vatten. Die bespeelde hij meestal in een elementaire slide-techniek. Zijn groep Siren paste nog net goed genoeg in het psychedelische tijdperk van de late jaren zestig om onderdak te vinden bij Dandelion, het platenlabel van discjockey John Peel.

Twee elpees later verkoos Coyne een solocarriëre, nadat hij het aanbod had afgeslagen om Jim Morrison bij diens overlijden te vervangen in The Doors ,,De muziek was okay, maar die leren broek zag ik niet zitten.''

Zijn muzikale geloofsbrieven gaf Kevin Coyne af met het obscuur gebleven solodebuut Case History en het vroege meesterwerk Marjory Razorblade (1973), waarop hij zijn stem vond als chroniqueur van de zelfkant van de ziel. Met het conceptalbum Babble (1979) en de zelfgecomponeerde musical England, England zocht hij ingangen in de theaterwereld. Als buitenbeentje in de pop, werkend met uiteenlopende muzikanten als Carla Bley, Dagmar Krause en de latere Police-gitarist Andy Summers, overleefde Coyne het punktijdperk. Zijn voortdurend van bezetting wisselende begeleidingsgroep was het hechtst op het album Heartburn en de live-dubbelaar In Living Black And White.

In 1981 stortte Coyne in wegens alcoholisme en een te drukke agenda, om vier jaar later als een herboren man op te duiken in het Duitse Neurenberg, waar hij met lokale muzikanten zijn carrière hervatte. The Paradise Band, doopte hij zijn nieuwe groep. Zijn muziek klonk berustender, maar easy listening werd het nooit.

Kevin Coyne liet veertig cd's na, veelal voorzien van zelf ontworpen hoezen, en hield er een bloeiend nevenbestaan op na als schilder en schrijver. In het korte verhaal A Message from Elvis beschreef Coyne de muzikantenhemel: ,,Alles is schoon en netjes hierboven. Sinds mijn komst heb ik nog geen rat of geen overvolle vuilnisbak gezien.''