Omstreden Rambo regeert Kosovo

Ramush Haradinaj is premier van Kosovo. Een Rambo met een belast verleden. Maar ook de leider van een partij die de pacifist Ibrahim Rugova aan een meerderheid helpt.

Ramush Haradinaj, voormalig regionaal commandant van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK, staat al vijf jaar met één been in de gevangenis. Vrijdag werd hij premier van Kosovo. Binnen drie weken komt het Joegoslavië-tribunaal met de ,,vijf of zes'' laatste aanklachten tegen verdachten van oorlogsmisdaden, aldus vorige week Carla del Ponte, hoofdaanklager. Als Haradinaj een van die laatste aanklachten in zijn brievenbus krijgt, heeft Kosovo een groot probleem.

Het heeft sowieso al een groot probleem, want Haradinaj, zo meldde zaterdag de vroegere Servische minister van Justitie Vladan Batic, heeft voor en tijdens de Kosovo-oorlog van 1999 67 moorden begaan, opdracht gegeven tot ten minste 267 andere moorden en de ontvoering georganiseerd van zeker vierhonderd Kosovo-Serviërs. Hij zou daarnaast de drijvende kracht zijn geweest achter de verdrijving, na de intocht van NAVO-troepen in juni 1999, van 200.000 Kosovo-Serviërs. Batic zei de documenten over Haradinajs misdrijven tussen 2000 en dit jaar, toen hij minister van Defensie was, zelf naar het Joegoslavië-tribunaal te hebben gestuurd. In Servië loopt een arrestatiebevel tegen Haradinaj, met een waslijst van 108 misdaden. Eén daarvan: op 12 juli 1999 overvielen zijn mannen een Roma-bruiloft, ontvoerden elf Roma, folterden hen drie dagen lang en schoten vervolgens vijf van hun slachtoffers dood.

Ook zonder Batic' bijzonderheden weet de buitenwereld dat Haradinaj, die zijn carrière begon als uitsmijter bij een disco, geen onbeschreven blad is. De verwijten variëren van wreed geweld tot corruptie en zelfverrijking. Hij is zich na 1999 als een Rambo blijven gedragen. Na een ruzie met een leider van de Democratische Liga van Kosovo (LDK) in een dorp in West-Kosovo kwam hem dat in juli 2000 te staan op een aanslag, waarbij hij zwaar gewond werd.

Na 1999 richtte Hardinaj een eigen partij op, de Alliantie voor de Toekomst van Kosovo (AAK), die zich presenteert als gematigd en liberaal – dit in tegenstelling tot de Democratische Partij van Kosovo PDK, van Haradinajs vroegere militaire chef, UÇK-leider Hashim Thaçi. De AAK is de derde partij van Kosovo, na de LDK en de PDK. Ondanks alle verwijten aan Haradinajs adres heeft Ibrahim Rugova, leider van de LDK, pacifist en president van Kosovo, hem toch tot premier benoemd en hem opdracht gegeven een coalitieregering van de LDK en de AAK te vormen. Het is voornamelijk een kwestie van opportunisme, want Thaçi is Rugova's belangrijkste rivaal en kwam niet als coalitiepartner in aanmerking. Haradinajs AAK bleef als enige potentiële partner van Rugova's LDK over.

Maar ook als er geen aanklacht tegen Haradinaj uit Den Haag komt, heeft Rugova zich met de benoeming een groot probleem op de hals gehaald. Als hij premier blijft zit hij volgend jaar in de Kosovaarse delegatie op het overleg met Servië en de internationale gemeenschap over de toekomst van Kosovo. Dan zitten de Serviërs tegenover de man die ze beschouwen als een van de ergste Kosovaarse oorlogsmisdadigers en die ze zouden arresteren als hij zich in Servië zou vertonen. Kosovo en Servië moeten vroeg of laat een dialoog aangaan. Met Haradinaj aan het roer in Priština lijkt dat ondenkbaar.

UNMIK, het VN-bestuur in Kosovo, wees gisteren de eis van Belgrado om Haradinaj weg te sturen, van de hand. In Bosnië stuurt bestuurder Paddy Ashdown met groot gemak `besmette' of verdachte bestuurders de laan uit. Maar UNMIK is zo ver nog niet.