Oltmans telt de dagen af in Pakistan

Twee gespeeld, twee gewonnen maar hoe leuk is het nog om de hockeyers van Pakistan te begeleiden? Bondscoach Roelant Oltmans en assistent Ronald Jansen vechten tegen krachten uit het verleden. ,,Er gebeuren hier dingen, dat wil je niet weten''.

Kan het symbolischer? Boven het immense hockeystadion in Lahore cirkelen, elke dag opnieuw, de roofvogels. Op zoek naar een prooi. Vraag is: wanneer slaan ze toe? En minstens zo belangrijk: wie is het slachtoffer?

Roelant Oltmans is sinds ruim een jaar bondscoach van Pakistan, de eens zo trotse maar sinds tien jaar kwakkelende hockeynatie. Dat is geen onverdeeld genoegen, blijkt zaterdag in Lahore na de stroeve overwinning (3-1) op de veredelde Duitse B-ploeg (veertien nieuwe spelers). ,,Ik tel de dagen af'', verzucht de trainer-coach uit Oegstgeest, voor wie de strijd om de Champions Trophy zijn laatste klus is voordat hij terugkeert als bondscoach (en technisch directeur) van Nederland.

Bovenin het stadion zetelen zijn broodheren, niet ver van de roofvogels vandaan. Vanuit hun fauteuils kijken de machthebbers van de Pakistaanse hockeybond (PHF) letterlijk neer op hun onderdanen. Dit is het domein van de voorzitter, de gepensioneerde brigadier Mussarrat Ullah Khan, en zijn gevolg. Dat zijn naar goed Pakistaans gebruik eerstens en vooral de oud-olympiërs: ex-internationals met een grote maar in een ver verleden opgebouwde staat van dienst. Hun macht is desondanks groot. ,,Er gebeuren hier dingen, dat wil je niet weten'', stelt Oltmans zaterdag geïrriteerd vast. Dat laatste is niet waar. Maar de diplomaat Oltmans laat zich niet uit de tent lokken. ,,Ik doe dit vooral voor de spelers; die verdienen alle steun, met hen werk ik uistekend samen.''

Pakistan eindigde afgelopen zomer bij de Olympische Spelen `slechts' als vijfde, en dat wordt de als internationaal succesvol binnengehaalde coach niet in dank afgenomen. `Een bedroevende tactiek van [..] Roelant Oltmans' is volgens Hasan Sardar een van de redenen waarom de aan lager wal geraakte hockeygrootmacht niet presteerde in Athene, zo schrijft de ex-international in het officiële PHF-bulletin Pakistan Hockey.

Het zijn die telkens terugkerende geluiden die de 50-jarige coach gestolen kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de Pakistaanse pers, want die is over het algemeen slecht geïnformeerd en bovendien zeer vooringenomen (lees: op de hand van de oud-internationals). Zaterdag presteert een journalist het om Oltmans te confronteren met de volgens hem bedroevende strafcorner. ,,You only got three!'' In de perskamer waar het publiek door de open ramen meeluistert, spuwen Oltmans' ogen vuur. ,,Ten eerste: we kregen vandaag vijf corners, ten tweede: met een scoringspercentage van veertig procent ben ík heel erg tevreden'', bitst hij.

Ook op de tribunes regeert het opportunisme, al is dat van het blijmoedige soort. De toegang is gratis, de temperatuur aangenaam (25 graden) maar op zaterdag nemen `slechts' 12.000 toeschouwers de moeite om een plaats te vinden in het stadion, dat volgens officiële opgaven plaats biedt aan 70.000 belangstellenden. Een dag en één overwinning later zijn dat er al 16.000. En na afloop van de tweede zege op rij, een al even fletse 3-1 op Nieuw Zeeland? Tromgeroffel en vrolijke gezichten, een enkele beschilderd met de wit-groene vlag. ,,Op de tribunes denken ze alweer dat Pakistan kampioen is'', smaalt Oltmans, voor wie morgen het saillante groepsduel tegen zijn toekomstige werkgever Nederland wacht.

Sport en politiek zijn in Pakistan zo nauw met elkaar verweven dat het een niet los is te zien van het ander, zeggen ingewijden. 's Lands hockeybond wordt, net als het land zelf, geleid door de militairen. Elke stille hint of vingerwijzing is er een, hoe subtiel of onbenullig die in westerse ogen ook mag lijken.

Het stadion waarin Nederland veertien jaar geleden ten koste van Pakistan de wereldtitel veroverde, heeft een opknapbeurt gehad. Op de voorgevel staan de geschilderde portretten van de leden van Oltmans' selectie. Maar de coach en zijn assistenten ontbreken. ,,Ik hoef niet zonodig met mijn snufferd op dat stadion, maar het is zo veelzeggend: ze hebben je nodig, maar je hoort er niet bij'', zegt keeperstrainer Ronald Jansen (40) na de winst op Nieuw Zeeland in het spelershotel.

In het kielzog van zijn voormalige coach verbond de oud-doelman zich aan Pakistans hockeyploeg. Het land mag op het oog in rap tempo veranderen, zeker het liberale Lahore getuige onder meer de splinternieuwe luchthaven, achter de schermen trekken de reactionaire krachten nog altijd aan de touwtjes, weet Jansen. ,,Die gasten denken en leven in het verleden: dertig jaar terug was Pakistan de beste, en waarom nu niet meer? Zo redeneren ze. Terwijl ze de sport al twintig jaar niet meer volgen, en dus de ballen verstand hebben van het hedendaagse hockey. Ze voeren geen donder uit, maar hebben wel het hoogste woord.''

En lopen Oltmans en zijn Green Machine dus hinderlijk voor de voeten, weet Jansen. ,,Laatst weer: generaal Aziz Khan van de selectiecommissie was te laat met het vliegtuig. Wij waren al lang en breed klaar met de training. Moesten die jongens op zijn gezag nog even negen tegen negen spelen, omdat meneer zonodig tot een afgewogen oordeel moest komen. Te bespottelijk voor woorden!''

Met name de spelers zijn volgens Jansen de dupe van de nukken en de grillen van de machthebbers. Zou sport dan inderdaad een spiegel van de maatschappij zijn? Wie Jansen hoort praten, kan niet anders dan die vraag bevestigend beantwoorden. ,,Ik heb vanaf dag één geroepen: wij hebben niets met politiek te maken. Inmiddels weet ik wel beter. Het is een loden last, zeker voor die jongens. Die doorgronden langzaam maar zeker de wetten van het moderne hockey, maar in plaats van medewerking ondervinden ze alleen maar tegenwerking. In de vorm van bijtende commentaren en een onmenselijke druk. Ik heb echt met ze te doen.''