Mozarts `Lucio Silla' tergt en tart operapubliek

Lucio Silla van de 16-jarige Mozart, voor het eerst gespeeld door de Nederlandse Opera, is een stuk over het schrikbewind van de Romeinse dictator Lucius Sulla (138-78 v Chr). Sulla's Mars naar Rome tegen opperbevelhebber Marius ontketende de bloedige Eerste Burgeroorlog, gevolgd door een nieuwe Mars naar Rome van Cinna. Aan beide zijden waren er slachtingen met duizenden doden. Sulla was de overwinnaar en werd dictator voor het leven. Maar kort daarop deed Sulla plotseling afstand van de macht, verworven ten koste van zóveel leed, om buiten Rome zijn memoires te schrijven.

Lucio Silla wordt door het internationaal gevierde regisseursduo Jossie Wielder en Sergio Morabito in het Amsterdamse Muziektheater gepresenteerd als een politieke thriller over weerzinwekkende dictatoriale macht. Net als in Beethovens bevrijdingsopera Fidelio overwint de liefde het machtsmisbruik. Deze enscenering, bij de première door het Amsterdamse publiek met massaal boegeroep ontvangen, verplaatst de handeling naar de DDR van de communistische partijleider Honecker, aan de vooravond van de `Wende', waarbij vijftien jaar geleden de communisten plotseling hun macht verloren.

In Lucio Silla dringt de verbannen senator Cecilio heimelijk het paleis van Lucio Silla binnen, om samen met de Romeinse patriciër Cinna te proberen Silla ten val te brengen. Silla en zijn zuster Celia zijn er op uit om te trouwen met Giunia en Cinna. Beide huwelijkskandidaten weigeren het dwingende aanbod om zich in te trouwen in de heersende elite. Giunia is de dochter van Marius, Silla's inmiddels geslachtofferde tegenstander. Bij een zitting van de senaat demonstreert ze vastberaden in de stijl van de `Dwaze moeders' en laat ze een portret van haar vermoorde vader zien. Cinna, de opponent van Silla, wil niets met Silla's zuster Celia, hier getypeerd als ,,best wel een beetje héél erg dom'. Uiteindelijk zwicht de dictator Silla. Giunia wordt herenigd met haar geliefde Cecilio. Cinna offert zich op en geeft zich aan Celia.

Lucio Silla is een hoogst ongemakkelijke voorstelling, waarbij het zwart-wit van goed en kwaad oplost in subtiel grijs. De dictator legt met holle retoriek zijn wreedheid af en krijgt daarvoor een heel slap applausje van zijn volk. Bij de `Wende' kwam Honecker niet tot morele inkeer, maar zijn positie werd onhoudbaar toen het volk overging tot een geweldloze revolutie.

De beroemde ontwerpster Anna Viebrock, die ook samenwerkte met regisseur Christoph Marthaler, bepaalt de desolate sfeer met de reconstructie van een typisch DDR-interieur: lichte houten panelen, lambrizeringen en schrootjes, een stuc-plafond met daklicht. Het is een variant op een ruimte in Hitlers Rijkskanselarij, zoals die door Anselm Kiefer werd verbeeld op het macabere schilderij Innenraum in het Amsterdamse Stedelijk Museum.

Al wisselen per scène de wanden van plaats, de hele voorstelling speelt zich af in die ene ruimte, nu eens een paleiszaal, dan de aula op een begraafplaats, dan weer de vergaderzaal van de senatoren. Silla wordt door de Amerikaanse tenor Jeffrey Francis voorgesteld als een kwalijke maar ook kleingeestige dictator in een slecht zittend grijs pak. Hij is een burgerlijk min mannetje, maar ook heel erg niet-deugend. In zijn obsessie met seks, zich uitkledend tot zijn bretels knullig rond zijn knieën hangen, is hij meer een zielig psychisch geval dan een echte machtswellusteling met grootse ideeën.

Het is geen vanzelfsprekend genoegen deze gênante en dubbelzinnige Werdegang gade te slaan. De bijna vier uur durende ontluistering van kwalijke macht tergt en tart de toeschouwers, die alleen komen voor een avondje uit. Al lijkt de voorstelling statisch, bewegingloos is die zeker niet. Alles is minutieus gedetailleerd, constant is er beweging, hoe klein ook. Bij een koorscène met veertig mensen op klapstoeltjes, is het geen seconde stil. Steeds is er iemand die zijn voet beweegt, een arm verplaatst, het hoofd draait.

Zo wordt de lange lijn van het grote drama steeds vergruisd. Het is allemaal erg herkenbaar en buitengewoon realistisch, maar tegelijk ook eindeloos saai en bijna onverdraaglijk. Pas in de slotscène zorgt de woedende toespraak van Cinna voor een dramatische climax, waarbij de coloraturen de opruiende pathetiek van de kleine man steeds verder opschroeven.

De voorstelling toont zó nauwgezet de Oost-Duitse ellende van toen, dat die het publiek in nauwelijks vier uur de uitzichtloze eeuwigdurendheid van veertig jaar DDR-dictatuur lijfelijk laat navoelen. Een paar decennia geleden zou een soortgelijke voorstelling in Oost-Berlijn in de enscenering van Walter Felsenstein, Joachim Herz of Harry Kupfer een culturele daad van politiek belang zijn geweest. Hier en nu biedt deze afrekening met de DDR weinig nieuwe inzichten. Artistiek directeur Pierre Audi kiest zelf in dit soort gevallen altijd voor een meer tijdloze en algemenere enscenering.

Aan de eeuwenlang miskende opera van de jonge geniale Mozart ligt het niet: die bevat enkele van zijn mooiste en beste aria's en wie platen heeft met `onbekende' Mozart-aria's hoort hier telkens dierbare nummers op hun plaats vallen. Ook aan de muzikale uitvoering ligt het niet. Al maken alle zangers een roldebuut, er wordt heel redelijk tot goed gezongen, vooral door Mary Dun Leavy (Giunia), Cyndia Sieden (Cinna), Henriette Bonde-Hansen (Celia) en Kristine Jepson (Cecilio). Adam Fischer dirigeert het levendig spelende Nederlands Kamerorkest in een gematigde stijl die wat minder dramatisch opvallend is dan bij een dirigent als Nikolaus Harnoncourt, maar door de wisselende klankkleuren toch zeker niet conventioneel.

Voorstelling: Lucio Silla van W.A. Mozart door de Ned. Opera en Ned. Kamerorkest o.l.v. Adam Fischer. Gezien: 3/12 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 29/12. Radio 4: 18/12 19.30 uur.

De uitvoering op 18/12 klinkt live op Radio 4.