McCrackens cerebrale beelden

Het woord `cerebraal' viel, net als het woord `afstandelijk'. En voor het bestuur van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent waren die kwalificaties mede aanleiding om directeur Peter Doroshenko na één jaar de wacht aan te zeggen. Meteen klonk er protest van een groep verontruste kunstenaars en conservatoren die vonden dat Doroshenko niet de tijd had gekregen zich te bewijzen. In feite was hij nog steeds het programma van zijn voorganger Jan Hoet (tevens bestuurslid) aan het uitvoeren, vonden ze.

Terwijl deze affaire speelt, is op de benedenverdieping van het museum de tentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar John McCracken te zien. En als ergens de woorden cerebraal en afstandelijk van toepassing zijn, dan is het hier wel. Dat maakt nieuwsgierig naar het geestelijk vaderschap van de expositie. Heeft Doroshenko toch al een `eigen' tentoonstelling kunnen realiseren, of wringt Hoet zich in een wel zeer curieuze bocht? Hoe het ook zei, het werk van McCracken is bijzonder, al levert dat geen expositie op voor het brede publiek dat Hoet graag zocht.

Dat komt vooral doordat McCracken (1934, Berkeley, Californië) een hardcore minimalist is. De expositie in het SMAK bestaat uit vijftien beelden, die volledig bestaan uit glad, spiegelend gepolijst staal. Ook de vormen zijn meestal elementair: een zuil, een driehoek, een plank.

Niettemin zijn deze werken kleine Fremdkörper in het oeuvre van McCracken, die al vele tientallen jaren objecten maakt die wel altijd perfect gepolijst of gelakt zijn, maar dan in kleuren als rood, oranje of geel. In dat opzicht is deze `spiegelserie' afwijkend en ook een stuk minder bekend. Alleen daarom al is deze tentoonstelling bijzonder – en niet louter voor de liefhebber.

Want hoe lang je er ook naar kijkt, er is iets raars aan de hand met deze beelden. Op het eerste gezicht zijn ze nogal saai, rechttoe-rechtaan, elementair. Maar toch. Waar McCrackens gekleurde beelden zich meestal nuffig en hautain glimmend boven de toeschouwer verheffen, doen deze `spiegels' precies het tegenovergestelde: ze lijken te willen opgaan in hun omgeving.

In dat opzicht is het jammer dat ze nu in kale museumzalen worden geëxposeerd. Op foto's in de catalogus, waar ze onder andere in een parkje en op een grasveld staan, zie je die wonderbaarlijke eigenschap het beste. De spiegeling is zo perfect en het gras, de bloemen en de straat worden er zo in weerkaatst, dat de beelden inderdaad lijken te verdwijnen. Maar nooit helemaal: die spiegeling geeft een kleine breuk in het `beeldverloop' voor je ogen, waardoor een soort Dr. Who-achtige, futuristische vervreemding ontstaat.

Van McCracken is bekend dat hij zijn beelden graag als een soort `nulpunt' van de kunst ziet – zo min mogelijk vorm, zo min mogelijk kleur. Dat lijkt niksig, maar bij deze beelden merk je pas hoe moeilijk het is om dat nulpunt te bereiken, om alle `overbodige' informatie weg te filteren – ze blijven zich altijd verhouden tot de wereld en doen dat in deze schijnbaar `neutrale' vorm misschien wel nadrukkelijker dan ooit.

Wat overblijft is een groep spiegels als zwarte gaten, met een vreemde, zuigende werking. Misschien dat Hoet en Doroschenko er eens samen voor zouden moeten gaan staan.

Tentoonstelling: John McCracken. T/m 9/1/2005 in: Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Citadelpark, Gent. Open Di. t/m zo. 10-18u. Informatie: www.smak.be