Liberaliseer de huren

Wie een huis koopt gaat niet het aantal wastafels en radiatoren tellen om de prijs vast te stellen. De waarde wordt bepaald door de vraag naar en het aanbod van dergelijke huizen in zo'n buurt. Een appartementje aan de Amsterdamse Keizersgracht is duurder dan een villa in Veendam. Bij de verhuur ligt dat anders. Daar wordt voor huurhuizen beneden een bepaalde grens de waarde bepaald door een puntentelling voor de hoeveelheid vierkante meters en de aangebrachte voorzieningen. Het gevolg is dat de verhuur in dure gebieden verliesgevend is. Sommige huisbazen zijn jaarlijks meer kwijt aan overheidslasten dan hun pand aan huur opbrengt. De huurder mag zo'n voor hem voordelige situatie zo lang uitbuiten als hij wil, want de huisbaas mag niet opzeggen.

Huurbescherming heeft een belangrijk doel, namelijk om bij schaarste de prijzen in de hand te houden en mensen met lage inkomens redelijk te kunnen laten wonen. Inmiddels is de groep die van de regeling profiteert te groot geworden. Mensen die gemakkelijk een eigen huis kunnen betalen blijven goedkoop wonen in een beschermd huis waarop de huisbaas verlies maakt. Er is een zwarte markt ontstaan met illegale onderverhuur, intimidatie van huurders en hoge informele prijzen boven de wettelijke grenzen.

De hoogte van het inkomen speelt een te geringe rol bij de huidige huurbescherming. Wie aanspraak meent te mogen maken op lage huur zou ook moeten bewijzen dat hij te weinig verdient om de werkelijke woonkosten te kunnen betalen. Dat betekent ook dat mensen die meer gaan verdienen geen recht meer zouden mogen hebben op bescherming. De inkomenstoets zou regelmatig moeten worden herhaald, zodat `scheefwoners' reële woonkosten betalen en na een afweging misschien hun woonruimte vrijmaken voor nieuwkomers die geen recht hebben op inkomenssteun en die bij de huidige gesloten huurmarkt slecht af zijn. Zij worden gedwongen om meteen te kopen.

Uit voorbeelden van buitenlandse steden blijkt dat liberalisering niet tot hogere huren hoeft te leiden. Een ruimer aanbod drukt de prijzen. In Nederland is een verwaarloosbare 5 procent van de huurmarkt geliberaliseerd. Omdat het geliberaliseerde deel zo klein is, zijn de prijzen te hoog. Er wordt te weinig in vrije verhuur geïnvesteerd. Wegens de geringe verdiensten en de grote risico's laten in de steden huiseigenaren bijvoorbeeld woonruimten boven winkelpanden leeg staan.

De ambitie van minister van Volkshuisvesting Dekker (VVD) om het geliberaliseerde deel omhoog te brengen naar 25 procent is nog bescheiden. Terecht wil zij het puntensysteem opheffen en voor de waardebepaling aansluiten bij de taxaties van de gemeente voor de onroerendezaakbelasting. De grote steden vrezen dan segregatie tussen rijke, dure en arme, goedkope wijken. Maar woningbouwcorporaties kunnen aan hun eigendom in rijke wijken vasthouden om te verhuren aan mensen met een laag inkomen. Zij hebben het kapitaal en de macht om mensen met weinig geld te helpen. Particuliere eigenaren mogen niet worden gedwongen om huurders te subsidiëren. Investeren in huurwoningen kan aantrekkelijker worden gemaakt.