Het beeld

De terugkeer van Ayaan Hirsi Ali op televisie, en dat nog wel in zendtijd van de Nederlandse Moslim Omroep (NMO), mag een sinterklaassurprise lijken, maar is het toch niet helemaal.

Om te beginnen had NMO-directeur Frank William de verschijning van het `ondergedoken' Kamerlid dinsdag al aangekondigd in Het elfde uur (EO). Andries Knevel vroeg zich af of ze wel zou komen, maar William was stellig: ,,Ga maar kijken!''

Die William is een intrigerende man: moslim van Surinaamse afkomst, gewantrouwd en soms bedreigd door orthodoxe islamieten, nu eens eindverantwoordelijk voor heel knullige houtje-touwtje-televisie, en dan weer voor programma's waarin een zinnige dialoog gevoerd wordt met critici van zijn religie. William is bij uitstek een representant van de in godsdienstig opzicht tolerante Surinaamse samenleving, die de NMO Nederland al eens ten voorbeeld stelde. Aan een onthutste Knevel onthulde William het vasten tijdens de ramadan dit jaar niet te hebben volgehouden en ook niet vijf keer per dag te bidden. Steeds meer gedraagt hij zich als een echte Hilversumse omroepdirecteur, die net doet alsof elk programma rechtstreeks wordt uitgezonden, omdat de kijker het verschil toch niet snapt.

In het geval van de gistermiddag uitgezonden laatste aflevering van het discussieprogramma Meetingpoint zou het maatschappelijk en politiek bedrog zijn geweest om niet te melden wanneer de opnamen hadden plaatsgehad. Dus onthulde een stem vooraf dat het debat tussen het VVD-Kamerlid en enkele jongeren – naar het zich liet aanzien niet uitsluitend moslims – had plaatsgevonden op 31 oktober, twee dagen voor de moord op Theo van Gogh.

Het bleek een tamelijk futiele discussie, bovendien nogal knullig vormgegeven. Maar als je bedenkt hoe precair de positie van Ayaan Hirsi Ali ook voor 2 november al was onder de primaire NMO-doelgroep, mag je de uitzending een klein wonder noemen. Je voelde een siddering door de meisjes en jongens gaan, toen Ayaan antwoordde op de opmerking dat een individu altijd ondergeschikt is aan Allah: ,,Ik geloof niet in Allah, niet in de duivel, engelen of het hiernamaals.'' Zo'n moment legt de essentie van de tegenstelling bloot: Ayaan zegt iets dat ze van veel moslims niet mag zeggen, en zij vindt dat ze dat, in overeenstemming met de Nederlandse grondwet, wel mag. Het zijn namelijk twee soorten `mogen', moreel en wettelijk. Tegelijkertijd zie je dat menige toehoorder zoiets ongelooflijk ongelovigs nooit eerder heeft horen zeggen, en dat het zou kunnen wennen.

Voor geseculariseerde kijkers komt Ayaan als evidente winnaar uit zo'n debat naar voren, maar het verschil in retorisch talent had gespreksleider Fouad Sidali wellicht moeten corrigeren. Ik kreeg bijna medelijden met het meisje met hoofddoek dat zei dat je niet alsmaar alleen de negatieve kanten van de Profeet – vrede zij met Hem – moet benadrukken: Zijn bruid Aïcha mocht dan negen zijn geweest (of veertien, daarover bestaat debat), Hij had toch ook een volwassen vrouw?