`Betuwe' rendabel met hoge tarieven

De Betuweroute is alleen rendabel te maken door de vervoerders flink te laten betalen voor gebruik van het spoor. Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een onderzoek waarvoor de commissie-Duivesteijn opdracht heeft gegeven.

De commissie heeft de afgelopen maanden voor de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar de forse overschrijdingen van de kostenramingen bij zowel de Betuweroute als de Hogesnelheidslijn. Binnenkort zal het rapport van de commissie worden gepresenteerd. Voor de Betuweroute zijn de kosten nu geraamd op 4,7 miljard euro en voor de Hogesnelheidslijn op bijna 7 miljard euro.

Het CPB stelt dat de Betuweroute eigenlijk een overbodige spoorlijn is. Mits er een goed prijsbeleid was vastgesteld zou het goederenvervoer ook over bestaande spoorlijnen afgehandeld kunnen worden. Dat zou bovendien meer profijt hebben opgeleverd, vooral omdat er geen aanlegkosten zijn. Nu de lijn er eenmaal ligt, moet ervoor worden gezorgd de maatschappelijke opbrengsten zo hoog mogelijk te laten zijn, vindt het CPB.

De onderhoudskosten kunnen met een goed prijsbeleid worden gedekt, aldus het CPB-rapport. In het meest gunstige geval zal er winst worden gemaakt waarmee dan ook nog een deel van de aanlegkosten kunnen worden verrekend. Een stevige gebruikersvergoeding zal tegelijk weer leiden tot minder vervoer, aldus het CPB. Dat is niet ongunstig, vinden de onderzoekers, omdat het vervoer van bulkproductern zoals erts en kolen beter over het water kan worden geregeld. In verschillende fracties in de Tweede Kamer wordt al langer betwijfeld of een sluitende exploitatie van de nieuwe goederenlijn mogelijk is.

Minister Peijs (Verkeer en Waterstaat) heeft, eveneens op verzoek van de Tweede Kamer, laten nagaan of personenvervoer over de Betuweroute mogelijk is. De conclusie van het door haar ingeschakelde onderzoeksbureau luidt dat het gemengde vervoer de rentabiliteit zal verlagen in plaats van verhogen, vooral vanwege de hoge investeringen die dan nodig zijn. Onder meer gelden voor tunnels andere veiligheidseisen bij personenvervoer en moet op een ander stroomnet worden overgegaan. De aanpassingen zouden een extra investering van honderden miljoenen euro's vergen.

De minister kan zich vinden in de conclusie, maar laat het aan de Tweede Kamer of er definitief van wordt afgezien, blijkt uit haar brief bij het onderzoek.

De fractie van GroeniInks legt de bevindingen zo uit dat vervoer van personen wel rendabel zal zijn als de genoemde extra investeringen worden gerealiseerd. De fractie zal dat later deze week tijdens een overleg met de minister aan de orde stellen.