Ban de bureaucratie eens uit

Nederland heeft geen behoefte aan meer markt, maar aan minder bureaucratie. Dan krijgen mensen op de werkvloer weer lol in hun vak, menen Agnes Kant en Jan Marijnissen.

Eigen verantwoordelijkheid. Dat lijkt het mantra van dit kabinet. De praktijk laat echter een heel ander beeld zien: een overheid die doortrokken is van wantrouwen en regelzucht. Dit valt op te maken uit het rapport `Bewijzen van goede dienstverlening' van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Meer marktwerking in de publieke sector gaat gepaard met een enorm controleapparaat. Met als gevolg dat de noodzakelijke investeringen deels opgaan aan kosten voor onnodige bureaucratie, en dat werkers onvoldoende toekomen aan zorg verlenen, lesgeven en op straat surveilleren. Bureaucratie is een van de grootste ergernissen bij politie en justitie, in het onderwijs, de sociale zekerheid en vooral in de zorg.

Uit onderzoek van de door de Socialistische Partij ingestelde BureaucratieBrigade blijkt hoe dit `georganiseerde wantrouwen' bijvoorbeeld ook in de zorg leidt tot irritatie en frustratie op de werkvloer.

De Regionale Indicatie Organen (RIO's) die zijn ingesteld om AWBZ-zorg te beoordelen, leiden tot onnodige vertraging, veel papierwerk en ook tot dubbel werk.

Voor veel zorg moet via een `machtiging' vooraf toestemming worden gevraagd bij de zorgverzekeraar. Bij ziekenhuizen, huisartsen en zorgverzekeraars leidt dit tot enorme administratieve druk.

Behalve indicatiegekte vooraf is er controlegekte achteraf, via het declaratieverkeer. Budgetten van ziekenhuizen worden van tevoren vastgesteld. Om het budget ook daadwerkelijk te krijgen, moet echter per patiënt worden gedeclareerd. Huisartsen en fysiotherapeuten moeten met alle verzekeraars apart onderhandelen over vergoedingen, wat veel tijd kost, die niet kan worden besteed aan patiënten.

Ook de invoering van de nieuwe ziekenhuisfinanciering vreet tijd en energie van specialisten. Zij moeten per patiënt op hun spreekuur in codes registreren welke diagnose ze stellen en welke behandeling ze gaan geven. Specialisten worden er horendol van. De ziekenhuizen moeten over elk `zorgproduct' met vele zorgverzekeraars onderhandelen. Speciaal daarvoor rukt een nieuw peloton managers ziekenhuizen binnen.

Juist invoering van marktwerking in de zorg leidt tot meer bureaucratie.

Prikkels door concurrentie en winstoogmerk, zo begrijpt ondertussen ook minister Hoogervorst, zet een betaalbare en kwalitatief goede zorg voor iedereen onder druk. Om dit te voorkomen, komt de minister met wéér extra regels en toezicht, bijvoorbeeld door het instellen van een zorgautoriteit, terwijl aan de bestaande bureaucratie niets wordt gedaan.

In plaats van meer markt en meer bureaucratie moet er mínder markt en mínder bureaucratie komen. In de bureaucratie kan flink worden gesneden, bijvoorbeeld door de RIO's en veel eigen bijdragen en machtigingen af te schaffen, door zorgverzekeraars niet te laten concurreren en weer regionaal te laten werken en door de DCB's (Diagnose-Behandel-Combinaties) niet in te voeren. Bij elkaar kan dan één miljard euro worden bespaard.

Natuurlijk moeten we zorgen dat het geld in de publieke sector goed besteed wordt, maar dat moet, in de eerste plaats, met zo min mogelijk wetten en regels. Doelmatiger, efficiënter en vooral ook kwalitatief beter kan het worden door publieke instellingen onderling te vergelijken en van elkaar te laten leren. Zonder controle en toezicht kan het niet, maar doe het niet tot in detail en zo veel mogelijk steekproefsgewijs.

Een belangrijke factor voor een goede publieke sector waarin publiek geld goed besteed wordt, is de institutionele moraal, het stelsel van waarden en normen binnen een organisatie. Meer eigen verantwoordelijkheid en minder regels, minder gedetailleerde controle, oftewel minder wantrouwen, zal werkers in de publieke sector stimuleren die verantwoordelijkheid ook te nemen.

Niet wegkijken, maar elkaar aanspreken. Velen zullen die cultuuromslag toejuichen, juist in de publieke sector, want mensen krijgen weer zin in hun werk omdat de arbeidsvreugde toeneemt. Zij kunnen dan namelijk dat doen waarvoor ze hun vak gekozen hebben.

Agnes Kant en Jan Marijnissen zijn lid van de Tweede Kamer en maken deel uit van de SP-fractie, respectievelijk als fractievoorzitter en als woordvoerder Zorg.