Ali B. wil alles, iedereen wil Ali B.

Rappend trekt Ali B. van poppodiums via discotheken naar talkshows. Hij wordt gevraagd voor goede doelen. Zelfs een theatershow wordt hem niet onthouden. Ruwe teksten spuwend, niet zonder zelfspot, over de wereld en zijn bewogen jeugd als Marokkaanse jongen van de straat.

Na de moord op Theo van Gogh zat rapper Ali B. (23) bij Barend & Van Dorp aan tafel met Leon de Winter en Joost Zwagerman. ,,Het was alsof ik zat te babbelen op een terrasje'', zei hij later. Een aantal weken daarvoor leerde hij prinses Máxima bij de première van een film over vmbo'ers de beginselen van de hiphop-begroeting. Met een enorme grijns op zijn gezicht sloeg hij zachtjes zijn gebalde vuist tegen de vuist van de prinses. ,,Wat een mooie vrouw, hè'', hield hij het publiek voor.

In de Kuip in Rotterdam trad hij dit jaar zes keer met Marco Borsato op voor bijna vijftigduizend mensen. En twee weken geleden nog stond hij voor 20.000 mensen bij een verbroederingsconcert op het Museumplein in Amsterdam. Ali B. begeeft zich moeiteloos in alle gezelschappen, alsof hij zijn leven lang niets anders heeft gedaan.

Deze avond staat Ali Bouali in Amstelveen, in een kleine zaal. Zijn vierde optreden deze avond. Ruim driehonderd toeschouwers zijn op de rapper van Marokkaanse afkomst afgekomen. Voor de ingang staan hordes kinderen, begeleid door hun ouders. ,,En morgenvroeg moet hij weer voetballen'', zegt een vader over zijn zoontje. In de zaal staan de ouders achterin, zachtjes wiegen ze hun hoofd mee op de muziek. De kinderen dringen met frisdrank in de hand naar voren, waar ze zich vermengen met pubers in wijde broeken met de petten schuin op het hoofd. Als Ali, spijkerbroek, gympen, zwarte sweater met capuchon en pet schuin op het hoofd, tegen elf uur op komt, barst het gegil los. ,,Ali, Ali, Ali.'' Die vraagt droogjes of ze zijn nieuwe cd ,,al gedownload hebben''. Met enige zelfspot vertelt hij vervolgens dat hij er niet aan ontkomt om als ,,serieuze rapper'' stoere teksten te bezigen, voorzien van een clip waarin hij is omringd door mooie vrouwen en champagne, ,,maar wel van Jip en Janneke''. Waarna hij over een begeleidingsbandje zijn teksten begint te rappen.

Je hoort Ali B, hardcore to the bone

Ben helemaal leip zelfs al doe ik gewoon

Wil je een show geef me een microfoon

Ik bust rhymes van hier tot aan Bergen op Zoom

Iedereen weet ik ben altijd straight

als je likt aan me reet ben ik altijd wreed

Want ik schijt in je bek als een duif op je kop

Jij bent een sukkel maar je wijf die is top

en je krijgt op je kop als ik kom met de bom

rappers die ik hoor zetten door en daarom

lees ik ze de les en stuur ik ze naar huis

me hooliganfans zitten uren voor de buis

kijkend naar The Box en bestellen ze me clip

want Ali B is weck, yo vertel het aan een kip

pok, pook pook kakel het maar uit

maar zeg het voor me neus nou dan schakel ik je uit.

In zaaltjes als deze in Amstelveen begon Ali, bijgenaamd Ali Baba, of Leipe Mocro, in 2000 zijn carrière als rapper. Nog steeds trekt hij elke avond van poppodium naar discotheek, waar hij optreedt voor jongeren die soms de helft jonger zijn dan hij. Inmiddels is daar een eigen theatershow bijgekomen, met een heel ander publiek. Daarnaast is hij een geziene gast in talkshows en heeft hij zich gecommitteerd aan goede doelen. Vierentwintig uur per dag zijn we in touw, zegt zijn manager. In vier jaar tijd van straatschoffie naar de Marokkaanse culturele revelatie. ,,Ali B. wil alles'', zegt zijn oud-leraar Jan-Wouter Beerekamp.

Ali Bouali werd op 16 oktober 1981 geboren in Zaanstad. Toen hij twee was, verhuisde hij naar Amsterdam-Oost waar een groot deel van zijn familie, afkomstig uit het Spaanse gedeelte in het noorden van Marokko, ook woonde. Zijn ouders gingen dat jaar uit elkaar. Het leven van Ali speelde zich vooral af op straat. Hij was een straatschoffie, zegt hij steevast in interviews. ,,We zwierven van buurthuis naar buurthuis. We voetbalden op straat, rookten sigaretten en verzamelden geld voor kauwgomballen zodat niemand de sigaretten rook.''

Op zijn veertiende verhuisde hij met zijn moeder naar Almere. In interviews beschrijft hij zijn leven daar uit een ,,beetje leren, dealen, blowen en rappen''. Ook kampte hij met een gokverslaving. Om daar vanaf te komen, stuurde zijn moeder hem een poosje naar Marokko. Daar kwam hij naar eigen zeggen ,,dichter bij God''. Meer laat hij over de rol van de islam in zijn leven niet los. Nog steeds woont hij bij zijn moeder in Almere, inmiddels met zijn Nederlandse vrouw en manager Breghje.

Ali zou eigenlijk brood- en banketbakker worden. Tenminste, daar was hij van overtuigd toen hij van '94 tot en met '97 de vmbo-opleiding brood en banket deed aan de openbare scholengemeenschap Echnaton in Almere. Hij zou de eerste Marokkaanse brood- en banketbakker in Almere worden, bezwoer hij zijn leraar Beerekamp. ,,Hij zat vol ambities'', vertelt deze. Maar Ali had een probleem: ,,Hij wilde alles, vond alles leuk en wilde alles tegelijk.''

In de tijd dat Ali op Echnaton zat, was zestig procent van de leerlingen nog van autochtone afkomst. Ali kwam daar volgens zijn docenten als een ,,razende wind'' binnen. Zijn temperament leverde bij zijn medescholieren niet meteen respect op. Was hij het ergens niet mee eens, dan sloeg Ali er ,,verbaal'' op los. Zijn docent consumptieve technieken Michiel Boxman heeft daar eindeloos discussies over gevoerd. ,,Meester, zei hij dan, u weet niet echt wat op straat gebeurt. Ik hield hem dan voor dat je niet ver komt met alleen een grote waffel.''

Toch stond dat `verbale geweld' van Ali aan de basis van zijn succes als rapper. Opeens merkte Boxman dat Ali en zijn vrienden alles in rijm uitwisselden. Stak iemand van wal, dan stond daar al gauw een kringetje om heen. Boxman: ,,Stonden ze al rappend met mij te discussiëren.''

In jongerencentrum Totum in Almere oefende Ali met andere jongeren het rappen. Met eigen teksten rapten ze over hun leven. Dat leven bestond volgens jongerenwerker René Kempenaar (50) vooral uit ontdekking en verveling. ,,Niet crimineel, maar gewoon jongeren van de straat.'' Veel jongeren in Almere rappen ,,op niveau'', zegt Kempenaar. Maar wat Ali anders maakte, was dat hij van geen ophouden wist. ,,Hij liep zijn schoenen uit elkaar om op het podium te komen. Werd iets georganiseerd, dan was Ali er. Stond ergens een microfoon, dan ging hij erachter staan.''

In zijn raps mengt hij straattaal met Engels en Nederlands. De ene keer spuwt hij scheldend zijn frustraties van zich af, een volgend nummer is hij de jolige entertainer die met gekke stemmetjes en creatief taalgebruik iedereen belachelijk maakt, inclusief zichzelf. Volgens Pascal Griffioen (35), alias Def P, in 1989 medeoprichter van de Osdorp Posse, de eerste Nederlandstalige rapgroep, wil Ali B. zich niet ophangen aan één stijl. ,,Soms is hij wel maatschappijkritisch, soms is hij een feestnummer. Ik zelf hou meer van het grimmiger, radicalere werk.''

Zijn eerste hit scoorde Ali in 2003 met het liedje `Waar gaat dit heen', waarvan de opbrengst naar Amnesty International ging.

Wereldleiders verklaarden oorlogen

terwijl ze schijnheilig hun volk voorlogen

die hadden weer eens niets in de gaten maar niet allemaal

want sommige probeerde er iets van te maken

in plaats van te haten

kijk naar Irak en de Verenigde Staten

en de taal die ze praten is maar een taal

dat is de taal van soldaten

bewapend met tanks, mitrailleurs en granaten.

Wie gaat ze stoppen

die psychopaten als ze bommen droppen

hebben ze niets te maken

met moeders en kinderen

opa's en oma's ook broeders verslinden ze

en of ze het minderen

vergeet het maar

Ze zetten nog liever een fucking leger klaar

de meeste mensen hier willen vrede maar

helaas hebben we het niet voor het zeggen.

Het was dit liedje dat directeur Joost Nuissl van de Kleine Komedie in Amsterdam november vorig jaar deed besluiten Ali een kans te geven in zijn theater. De cabaretier Ali B. bestond slechts in Ali's hoofd. Hij wilde ,,iets met cabaret'' en had enkel wat losse ideeën voor een mogelijke show. Het moest een combinatie van rap, hip-hop en cabaret worden. Maar hoe een theatershow in zijn werk ging, daarvan had hij geen flauw benul. Toch wilde hij het theater in en hij vroeg Nuissl om hulp.

Het was een grote gok, zegt Nuissl nu. ,,Hij had nog niks, alleen een paar liedjes.'' Maar die brachten bij hem iets aan het ,,tintelen''. Het was wat ,,naïef'', maar ,,heel intrigerend''. Nuissl sprak met Ali af dat hij in de Kleine Komedie mocht komen kijken. Om anderen te zien, om te ruiken aan het theater. Ali zag artiesten voorbijtrekken, van Lebbis en Janssen, Ricky Koole, tot Nilgün Yerli en Hans Teeuwen. ,,Dat was heel inspirerend. Hij kreeg door hoe theater in zijn werk ging, qua opbouw en timing, dat soort dingen.''

Uiteindelijk zette Ali zijn ruwe ideeën om in de show `Ali B. vertelt het leven van de straat', die op 4 november in Amsterdam in première ging. Hij wordt daarin begeleid door zeven man, gekleed in een combinatie van hippe kleren en traditionele Arabische djellaba's. De band bestaat uit vier muzikanten en drie vocalisten, ieder met een andere nationaliteit, onder wie een ,,extremistische Fries''. Tussen de liedjes door maakt Ali grappen over Marokkanen, windt hij zich op over discriminatie en stigmatisering en neemt hij zichzelf op de hak. Alle shows zijn uitverkocht.

Zou hij zonder zijn Marokkaanse achtergrond ook zo omarmd zijn? Nuissl zegt van wel. Al geeft hij toe dat Ali's achtergrond wel ,,een mooie bijkomstigheid'' is. ,,Natuurlijk wil je als theaterdirecteur dat de gekleurde maatschappij weerspiegeld wordt in je programma's. Uiteindelijk moet kwaliteit het toelatingscriterium zijn, maar als iemand van Marokkaanse afkomst zich aandient, ben je extra alert.'' Zelf vindt Ali volgens Nuissl niet dat hij een speciale rol heeft als Marokkaanse kunstenaar. ,,Hij wil zijn levensgevoel verwoorden.'' En de manier waarop hij dat doet, maakt hem volgens Nuissl tot een ,,authentiek kunstenaar''.

Een van zijn grootste talenten is volgens Egbert Fransen, directeur van de Cultuurfabriek in Amsterdam, zijn communicatietalent. ,,Hij praat net zo makkelijk met jongens van de straat als met hoofdcommissarissen van de politie.'' Dat laatste deed hij na de moord op Theo van Gogh. In het kader van een cursus persoonlijke leiderschapsontwikkeling voor hoge politieambtenaren, had oud-politiekorpschef Tieleman Ali B. uitgenodigd om iets te vertellen over jeugdculturen. Daar kon Ali putten uit zijn ervaringen van de straat. Zo vertelde hij onder andere dat hij, bedreigd door een paar jongens met een vlindermes, naar huis ging om vervolgens met een honkbalknuppel en twee pitbulls de kwestie op te lossen.

Hoewel Ali zijn Marokkaanse achtergrond niet wil benadrukken, kan hij niet ontkennen dat deze zijn succes vergroot. Ik ben de enige Marokkaan die goed nieuws oplevert, verzuchtte hij.

Ali is een bruggenbouwer, zegt Fransen. Hij bedoelt het niet denigrerend, maar ,,iedere Marokkaanse jongere die zijn kop boven het maaiveld uitsteekt en een mening heeft wordt omarmd''. Vanuit die positie heeft hij ook een soort mazzel, zegt Fransen. Die hij vervolgens ook feilloos weet te gebruiken, zegt hij. ,,Het singletjeskopend publiek zit bij Fox-kids en dus moet je daar optreden. Voor zijn boodschap moet hij weer ergens anders zijn.''

Hij luistert bijeenkomsten van PvdA of SP op, treedt op in ziekenhuizen en zet zich in voor Warchild, waarvoor hij met Marco Borsato de hit `Wat zou je doen' scoorde. Vorige week voegde hij aan de goede doelen nog de Stichting Bomen Over Leven toe, als nieuwe ambassadeur van bomen.

Toch houdt hij de regie strak in de hand. Hij laat zich niet door platenmaatschappijen of adviseurs in een bepaalde richting duwen. Met een kleine schare intimi, onder anderen zijn manager, andere rappers, onder wie zijn neefje Yes-R, en vertrouwelingen als Nuissl en Fransen, werkt hij gestaag aan zijn carrière. Zijn moeder, zusje en broer houdt hij uit de publiciteit en zijn platen brengt hij uit in eigen beheer.

Waar Ali voor moet oppassen is dat niet een soort `Ali-moeheid' optreedt, vinden Nuissl en Fransen. Volgens Fransen kan Ali moeilijk nee zeggen. ,,Hij wil alles.'' Dat beaamt Beerekamp die Ali ook kent van de voetbalclub ASC Waterwijk in Almere. Daar speelde Ali tot voor kort in het derde elftal, maar wegens zijn drukke bestaan komt hij aan trainen nauwelijks meer toe. ,,Vorig jaar wilde hij nog in de selectie spelen, want hij vindt zichzelf een erg goede speler, terwijl hij voor trainen geen tijd heeft'', aldus Beerekamp. Lachend: ,,Maar dan gaat hij nog in discussie met de trainer, omdat hij vindt dat hij behoort te spelen.''

Met medewerking van Hans Moll