Aanjager van de Art Nouveau

Aan het begin van L'Art Nouveau wordt de bezoeker geleid langs de gelijknamige Parijse galerie, die van 1895 tot 1905 de Nieuwe Kunst presenteerde. Enorme fotopanelen tonen het robuuste pand op de hoek van Rue de Provence en Rue Chaucat in het tweede arrondissement. Een aanstekelijk beeld. Je krijgt onmiddellijk zin in Parijs.

Het meest opvallend aan het slechts één verdieping hoge stadshuis is de compacte, ronde hoektoren, waarvan de koepel met een glazen kraag is afgestompt. De foto van de verdwenen galerie van kunsthandelaar en verzamelaar Siegfried Bing stamt uit 1895, dus de kleurtoon is sepia. De werkelijke gevelkleur was oker, de horizontale banden waren groen of bruin. Twee blauw omlijnde friezen van de Belgisch-Britse kunstenaar Frank Brangwyn toonden oosterse ambachtslieden bezig met de vervaardiging van keramiek, naast plantenmotieven à la William Morris. De favoriete toegepaste kunst van wereldreiziger Bing was keramiek, zowel uit het westen als uit het oosten.

Siegfried Bing (1838-1905) stamde uit een Hamburgse handelsfamilie, gespecialiseerd in internationale im- en export van porselein en andere ,,luxegoederen voor een welgestelde cliëntèle''. In 1854 verhuisde Bing naar Frankrijk, waar hij een porseleinfabriek begon met een ambachtelijk keramiek-atelier. Op de Parijse Wereldtentoonstelling van 1867 kreeg een porseleinen servies van deze firma een hoogste onderscheiding. Met dit elegante, ingetogen gedecoreerde ensemble wilde Bing aantonen dat decoratieve kunst ook in grote aantallen kon worden gefabriceerd. De Nieuwe Kunst moest niet aan de elite voorbehouden blijven, vond hij, maar massaproductie ging hem te ver. Hij bleef trouw aan de belangrijke rol van kunstenaar en ambachtsman.

Nadat Bing in 1876 het Franse staatsburgerschap had gekregen, bleef hij vanuit Parijs de commerciële productie van hoogwaardige toegepaste kunst najagen. Naast nieuwe technologieën zocht hij ook naar nieuwe artistieke ideeën buiten de Franse cultuur. Gefascineerd door de natuurlijke bezieling van de Japanse cultuur had hij, voor dit doel, zijn oog op Japan laten vallen. Hij was niet de enige in die tijd: een ware Japan-rage trok over de westerse, mondaine wereld, maar Bing bleef niet steken in het importeren van snuisterijen en prullaria. De omvang en kwaliteit van zijn verzameling Japanse prenten was in de Parijse kunstwereld beroemd. Vincent van Gogh bezocht in zijn Parijse jaren (1886-1888) regelmatig de galerie van Bing om inspiratie op te doen. De prenten van Utagawa Hiroshigi die model stonden voor de schilderijen De bloeiende pruimenboom en Brug in de regen kwamen bij Bing vandaan.

La Maison Bing, Rue de Provence 22, waar verkooptentoonstellingen werden gehouden, was niet als galerie of winkel ingericht, maar als een woonhuis, waar alles doortrokken was van ,,een perfecte smaak en de charme van een eenvoudige schoonheid, tot in de nietigste gebruiksvoorwerpen'', zoals een van de beginselen van de Art Nouveau luidde.

Samenhang in de nieuwe, zwierige stijl bereikte Bing door zich als opdrachtgever te gedragen. Daarmee vervaagde de grenzen tussen de autonome en de toegepaste kunst, wat ook als een kenmerk van de Art Nouveau kan worden gezien. De Belgische kunstenaar Henry van de Velde tekende het interieur van de eetkamer, met een lambrisering van licht cederhout, Edouard Vuillard ontwierp borden met elegante dames. Tot de ruim vierhonderd tentoongestelde voorwerpen behoren ook een aantal wandversieringen van de legendarische galerie. Het meest prominent zijn de twee monumentale en niet erg animerende doeken Dans en Muziek van Frank Brangwyn, die vanaf de opening in 1895 in de hal hingen. Deze schilderingen laten samen met de autonome kunstwerken (van onder meer William Degouve de Nuncques en Henri de Toulouse-Lautrec) zien dat in de Bing-collectie de beeldende kunst uitgesproken vlakke, decoratieve trekken vertoont en de toegepaste kunst, de meubelen, vazen en juwelen vooral beeldende en sculpturale kwaliteiten bezit.

De nieuwe stijl in de toegepaste kunst presenteerde Bing groots en triomfantelijk op de Wereldtentoonstelling in 1900 in Parijs. In het Pavillon de L'Art Nouveau Bing gaf hij ruimte aan drie nog weinig bekende kunstenaars, die de zes kamers van het paviljoen van top tot teen mochten decoreren en inrichten. Eugène Gaillard deed de antichambre, de eetkamer met een duizelingwekkende buffetkast en een slaapkamer met een lyrisch bed. Edward Colonna richtte de salon in met licht citroenhout en een vederlichte vitrinekast met bloemstengels in haut-reliëf. Georges de Feure ontwierp de haute couture van het interieur in, een boudoir in verguld hout. ,,Een van de verfijndste en volmaakste decoratieve ensembles die in onze tijd zijn verwezenlijkt, het meesterstuk van deze Wereldtentoonstelling'' was de reactie van een vooraanstaand criticus. Meubelen en ontwerptekeningen van deze raspaarden uit de stal van Siegfried Bing vormen ook in het Van Gogh Museum de hoogtepunten van een expositie die niet als een woonhuis, maar, zonder passie, als een veilinglokaal is ingericht.

Tentoonstelling: L'Art Nouveau. La Maison Bing, t/m 27-2-2005 in het Van Gogh Museum, Paulus Potterstraat 7, Amsterdam. Open dag.10-18 u, vrijdag tot 22 u. Entree €9,-. Catalogus, 296 pag. €32,50. Inl. 020-5705200 of www.vangoghmuseum.nl.