Zeevisserij op haring en kabeljauw begon al rond het jaar 1000

De zeevisserij op haring en kabeljauw is niet begonnen in de zestiende eeuw, zoals altijd wordt gedacht, maar al rond het jaar 1000. De zeevisserij werd al snel op grote schaal toegepast. Dit blijkt uit nauwkeurige analyse van visresten op 127 archeologische vindplaatsen in Engeland. De veranderingen in de visserij in de elfde en twaalfde eeuw waren daarom veel dramatischer dan de veel beter bekende `visserijrevolutie' van de grootschalige visserij bij IJsland en Newfoundland in de zestiende eeuw, zo concluderen drie onderzoekers onder leiding van de archeoloog J.H. Barrett uit York deze week in een online gepubliceerd artikel in the Proceedings of the Royal Society of London: B, biological sciences.

Opvallend is dat vindplaatsen uit de zevende tot en met de tiende eeuw in Engeland uitsluitend zoetwatervissen bevatten en vissen die in zoet en zout water leven zoals zalm, spiering en paling. Vanaf de elfde eeuw domineert juist zeevis. Dankzij het grote aantal vindplaatsen in zijn review kon Barrett c.s. verrassend nauwkeurig bepalen wanneer de vissers zee kozen: tussen 975 en 1050 in York, rond het jaar 1000 in Northampton en rond 1050 en 1070 in Londen. Barrett spreekt zelfs van een `revolutionaire uitbreiding' rond het jaar 1000. Uit historische bronnen is de haring- en kabeljauwvisserij pas bekend in de twaalfde eeuw.

Deze ontdekking en snelle expansie van de zeevisserij zijn des te opmerkelijker omdat die gebeurde in een tijd van opwarming van het klimaat: de middeleeuwse warme periode, waarin zeevis als kabeljauw en haring juist in aantal afneemt. Die hebben liever koud water. Het kan dus niet het overweldigende aanbod aan zeevis zijn geweest dat de Engelsen deed besluiten zee te kiezen. Volgens Barrett was de belangrijkste push-factor het verval van het zoetwatervisbestand door intensievere landbouw, de vele molendammen die in rivieren werden gelegd en de watervervuiling door de groeiende bevolking in die tijd.

Verder speelde de groeiende behoefte aan eiwitten voor deze groeiende bevolking mee. Ook noemt Barrett de toename van het religieus geïnspireerde vasten als reden voor een groeiende vraag naar vis. In de vastenperiodes (de belangrijkste is de veertigdagentijd voor Pasen) mag geen vlees worden gegeten, maar wel vis.